Toelichting

Terug naar navigatie - Financiële prognose 2026 - Toelichting

Het verwachte financieel resultaat over 2026 is € -3,2 miljoen.

Bedragen x € 1 miljoen
Prognoseresultaat
Vitaal en Sociaal Breda
0,7
Ondernemend Breda
0,2
Duurzaam wonen in Breda
0,2
Basis op orde in Breda
-7,2
Organisatie en financiën van Breda
2,9
Totaal programma's / voorlopig resultaat 2026
-3,2

Financieel overzicht per programma

Terug naar navigatie - Financiële prognose 2026 - Financieel overzicht per programma

We lichten de belangrijkste financiële afwijkingen per programma hieronder toe.

Programma 1 Vitaal en Sociaal Breda
Voor programma 1 wordt een resultaat verwacht van € 0,7 miljoen. Op hoofdlijnen zien we de volgende ontwikkelingen en afwijkingen:

  • Familie/Jeugdhulp: € -1,8 miljoen. De negatieve afwijking wordt veroorzaakt door een hogere instroom van cliënten in de eerste maanden van 2026 dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. Daarnaast worden de taakstellingen voor instroombeperking en terugvordering naar verwachting niet volledig gerealiseerd. Omdat de effecten van de ingezette maatregelen pas vertraagd zichtbaar worden in de realisatie, leidt dit in 2026 tot hogere lasten binnen de jeugdhulp.
  • Wet BUIG: € -1,7 miljoen. De afwijking ontstaat doordat het Rijksbudget, inclusief de verwachte loon- en prijsindexatie onvoldoende is om de verwachte uitkeringslasten en loonkostensubsidies te dekken. De lasten nemen toe door een hogere instroom, vooral onder jongeren en doordat meer inwoners na baanverlies terugvallen op een uitkering. De verwachte uitgaven overstijgen daarmee de beschikbare middelen.
  • Participatie en bestaanszekerheid: € -1,3 miljoen. De personeelslasten vallen hoger uit doordat tijdelijke inhuur noodzakelijk is. Deze inhuur wordt ingezet vanwege langdurig ziekteverzuim om overbelasting van medewerkers te voorkomen en om de dienstverlening op peil te houden. Het gevolg hiervan is dat de personele kosten hoger zijn dan begroot.
  • Beschermd wonen: € 1,3 miljoen. Voor de begroting van de kosten voor beschermd wonen zijn verschillende scenario’s uitgewerkt. Bij de begroting is uitgegaan van het voorzichtigheidsbeginsel. Hierdoor verwachten we nu een positief resultaat.
  • Regionale bijdrage vrouwenopvang: € 1,0 miljoen. De deelnemende gemeenten binnen de gemeenschappelijke regeling Geweld in Afhankelijkheidsrelaties dragen bij aan de renovatie en verbouwing van de vrouwenopvang. Dit leidt in 2026 tot een niet-begrote regionale bijdrage van € 1,0 miljoen, die conform bestuurlijke afspraken in het college vorig jaar via het jaarrekeningresultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserve.
  • Opvang en huisvesting statushouders: € 2,2 miljoen. Op de opvang van Oekraïense ontheemden, de huisvesting van vergunninghouders en opvanglocatie Het Koetshuis wordt een positief resultaat verwacht doordat de uitgaven lager uitvallen dan de rijksvergoedingen. Daarnaast leidt de ontvangen Specifieke Uitkering Spreidingswet in 2026 tot een incidenteel voordeel.

Programma 2 Ondernemend Breda
Voor programma 2 wordt een resultaat verwacht van € 0,2 miljoen. Op hoofdlijnen zien we de volgende ontwikkelingen en afwijkingen:

  • Grondexploitaties CrossMark en bedrijventerreinen: € 0,6 miljoen. Het verwacht resultaat ontstaat door herziening van de grondexploitaties binnen het programma.
  • Onderwijshuisvesting (€ -0,3 miljoen): Aanvullende kosten voor de huisvesting van nieuwe schoolinitiatieven leiden tot een verwacht resultaat van € -0,3 miljoen.

Programma 3 Duurzaam wonen in Breda
Voor programma 3 wordt een resultaat verwacht van € 0,2 miljoen. Op hoofdlijnen zien we de volgende ontwikkelingen en afwijkingen:

  • Stedelijke planning en programmering: € -0,7 miljoen. De projecten Fokkema en Blossem kennen hogere kosten doordat de doorlooptijden langer zijn dan voorzien en de uitvoering complexer blijkt. Hierdoor zijn meer middelen nodig dan waarmee in de begroting rekening was gehouden. Daarnaast ontstaat een resultaat van € -0,5 miljoen doordat minder uren geschreven zijn op rendabele investerings- en grondexploitatieprojecten.
  • Openbaar groen en (openlucht) recreatie: € -0,3 miljoen. Als gevolg van aanhoudend mooi weer en daarmee toegenomen bezoekersaantallen worden er fors meer kosten gemaakt voor crowdmanagement bij de Galderse Meren. Ook maken we meer kosten dan verwacht om overlastgevend gedrag te beperken. Per saldo leidt dit tot een nadeel van € 0,3 miljoen.
  • Parkeren: € 0,6 miljoen. Dit resultaat komt onder andere door hogere opbrengsten parkeren, lagere personele lasten en lagere elektriciteitslasten. Ook zijn bij het team Fiets/Rondvaart/Depot de effecten van efficiënter werken en slimmer inkopen zichtbaar.
  • Grondexploitaties wonen: € 1,0 miljoen. Bij de herziening van de grondexploitaties wonen voor de bestuursrapportage 2026 is de prognose bijgesteld.

Programma 4 Basis op Orde in Breda
Voor programma 4 wordt een resultaat verwacht van € -7,2 miljoen. Op hoofdlijnen zien we de volgende ontwikkelingen en afwijkingen:

  • Veiligheid algemeen: € -0,4 miljoen. Dit nadeel wordt met name veroorzaakt door hogere personele lasten als gevolg van de stijging van de onregelmatigheidstoeslagen voor boa’s op grond van de nieuwe cao, lagere opbrengsten uit ligplaatsen en hogere kosten voor het gebruik van wagens en machines door onderhoud en gestegen brandstofprijzen. Deze nadelen worden deels gecompenseerd door hogere opbrengsten uit naheffingen parkeerbelasting als gevolg van gebiedsuitbreidingen.
  • Veilig Uitgaan: € -1,1 miljoen. Dit verwachte resultaat wordt veroorzaakt door lagere opbrengsten uit betalende evenementen en vergunningen, hogere kosten door extra inzet voor vergunningverlening, projectleiding en procesregie bij evenementen en het niet realiseren van de taakstelling voor het doorberekenen van evenementenkosten.
  • Cluster Omgevingswet: € 0,6 miljoen. Het resultaat wordt veroorzaakt door hogere legesopbrengsten als gevolg van een toename van bouwaanvragen, een voordeel door verrekening van het OMWB-resultaat 2025 en de vrijval van gereserveerde middelen voor bodemgelden uit de meicirculaire.
  • Afvalservice: € -2,8 miljoen. Het resultaat wordt veroorzaakt door hogere personeelskosten, waaronder inhuur en cao-effecten en door gestegen kosten voor verwerking, onderhoud en brandstof. Tegelijkertijd blijven de opbrengsten uit recycling en heffingen achter bij de begroting.
  • Beheer openbare ruimte (groen en wegen): € -1,9 miljoen. De hogere kosten worden veroorzaakt door de inzet voor gladheidsbestrijding en door stijgende kosten voor het gebruik van machines en voertuigen. Het gaat daarbij onder meer om onderhoud, afschrijving en brandstofprijzen. Ook zijn de kosten van doelgroepmedewerkers hoger dan verwacht doordat voor medewerkers met loonkostensubsidie een lagere rijksbijdrage wordt ontvangen dan voor voormalige SW-medewerkers. Omdat hiervoor binnen de beschikbare budgetten onvoldoende dekking aanwezig is, leidt dit tot een verwacht resultaat van € -1,9 miljoen.
  • Vastgoedbeheer: € -1,6 miljoen. Het nadeel wordt vooral veroorzaakt door extra onderhoudskosten als gevolg van de veroudering van panden en door hogere personeelskosten. Daarnaast kan de in het bestuursakkoord opgenomen taakstelling om de vastgoedkosten structureel met € 1 miljoen te optimaliseren in 2026 nog niet worden gerealiseerd. De exploitatie van de vastgoedportefeuille is op korte termijn beperkt beïnvloedbaar, doordat een groot deel van de kosten voortvloeit uit contractuele, beheer- en wettelijke verplichtingen. In 2026 wordt daarom gewerkt aan de uitwerking van de benodigde maatregelen en bestuurlijke keuzes om deze taakstelling structureel te realiseren. Om de kostenontwikkeling te beperken, wordt gestuurd op structurele invulling van functies en afbouw van inhuur. Verder wordt het nadeel deels gedempt door lagere energielasten, een lagere premie voor de brandverzekering en ontvangen subsidies vanuit het Restauratiefonds.

Programma 5 Organisatie en financiën van Breda
Voor programma 5 wordt een resultaat verwacht van € 2,9 miljoen. Op hoofdlijnen zien we de volgende ontwikkelingen en afwijkingen:

  • Salarissen en inhuur overhead: € -2,3 miljoen. De kosten voor salarissen en inhuur vallen hoger uit doordat vacatures moeilijk vervulbaar zijn en tijdelijke inzet nodig is voor ziektevervanging. Hierdoor is meer inhuur nodig dan begroot en ontstaat een nadeel op de overheadkosten.
  • Treasury-resultaat: € -1,3 miljoen. Het treasury-resultaat valt nadelig uit door hogere rentelasten. Deze hangen samen met de interne rentevergoeding vanuit het taakveld treasury aan reserves en voorzieningen. Het gevolg is dat de lasten binnen treasury hoger uitvallen dan begroot.
  • Saldo meerjarenperspectief: € 1,4 miljoen. Dit betreft het saldo na verwerking van de meicirculaire en het bestuursakkoord.
  • Stelpost kapitaallasten: € 4,0 miljoen. Het positieve effect ontstaat door een wijziging in de afschrijvingssystematiek. Afschrijvingen starten hierdoor pas in het jaar na de investering. Omdat in 2026 daardoor minder kapitaallasten worden toegerekend, ontstaat een eenmalig voordeel binnen het onrendabel investeringsvermogen.

Investeringsuitgaven

Terug naar navigatie - Financiële prognose 2026 - Investeringsuitgaven

De prognose van het strategisch investeringsplan is geactualiseerd. Daarbij zijn de geplande investeringsuitgaven voor 2026 teruggebracht van € 117,1 miljoen bij vaststelling van het bestuursakkoord naar € 88,0 miljoen. Kijkend naar de gerealiseerde en geprognosticeerde uitgaven van de investeringen in 2026 zien we het volgende beeld:

Bedragen x € 1 miljoen
2026
Investeringsplanning (bij vaststelling begroting 2026)
110,2
Investeringsplanning (na vaststelling bestuursakkoord)
117,1
Prognose van investeringsuitgaven
88,0
Gerealiseerd t/m juli 2026
23,3
Prognose nog te realiseren tot jaareinde
64,7

De belangrijkste wijzigingen in de prognose van de investeringsplanning voor 2026 zijn hieronder opgenomen: 

  • Havenkwartier (€ -1,0 miljoen). De mobiliteitshub wordt naar verwachting in oktober 2026 opgeleverd, maar de financiële afwikkeling loopt deels door in 2027. De voorbereidingskosten verlopen conform begroting. De subsidie wordt verantwoord via de GREX Klavers Jansen. De herinrichting van de Belcrumweg schuift door naar 2027 vanwege civieltechnische- en planningscomplexiteit.
  • Parkeren (€ -1,5 miljoen). De aanbesteding voor betaalautomaten is € 1,0 miljoen lager uitgevallen dan geraamd. Daarnaast wordt € 0,5 miljoen van de uitgaven doorgeschoven naar 2027.
  • MFA Bavel (€ -2,4 miljoen). Er zijn vertragingen opgelopen vanwege netcongestie. Hierdoor worden uitgaven doorgeschoven naar 2027. Daarnaast zijn er vertragingen door langer dan verwachte voorbereidingstijd bij de aannemer en kan pas later gestart worden met de bouw.
  • Vastgoedbeheer (€ -1,8 miljoen). Er is vertraging bij lopende projecten voor brandveiligheid door uitval van medewerkers. Hierdoor worden kosten doorgeschoven naar 2027. Projecten met betrekking tot verduurzaming lopen vertraging op vanwege onduidelijkheden over beleid/toekomst van het betreffend pand en doordat plannen vanwege netcongestie niet uitvoerbaar bleken. Hier moet nieuw onderzoek plaatsvinden.
  • Cultuurclusters Klavers Jansen (€ -2,4 miljoen). Door de latere start van de aanbesteding als gevolg van vertraging in de besluitvorming zal een aanzienlijk deel van de voor 2026 geraamde kosten en alle geraamde opbrengsten doorschuiven naar 2027.
  • Riolering (€ -5,0 miljoen). Op basis van het nieuwe bestuursakkoord is het investeringsbudget voor riolering (2026-2030) aangepast. Hierdoor is in 2026 het investeringsbudget verlaagd met 5 miljoen. Door langere doorlooptijden (ten aanzien van voorbereiding, participatie, onderzoeken en de verwerking van inspectieresultaten), kunnen projecten minder snel in uitvoering worden gebracht dan geraamd. De werkzaamheden blijven noodzakelijk en worden niet geschrapt, het betreft een faseringsverschil.
  • Wagenpark (€ -8,2 miljoen). De uitgaven schuiven door naar 2027 vanwege het aanbestedingsschema en de daarmee samenhangende levering van voertuigen AVS.

Een volledig beeld van de actualisatie van het strategisch investeringsplan is te vinden in bijlage 3.