Paragraaf Financiering

Treasuryfunctie: taken en beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Treasuryfunctie: taken en beleid

De treasuryfunctie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het financieringsbeleid, het cashmanagement en het renterisicobeheer. Hiermee wordt gewaarborgd dat de gemeente tijdig kan beschikken over voldoende financieringsmiddelen tegen zo laag mogelijke kosten en dat financiële risico’s beheersbaar blijven. De treasuryfunctie is organisatorisch ondergebracht bij de afdeling Financiën, Inkoop en Juridische Zaken.

Het financieringsbeleid is erop gericht om, binnen de geldende wet- en regelgeving, zoveel mogelijk gebruik te maken van kortlopende financiering. Onder normale marktomstandigheden ligt de rente op kortlopende leningen doorgaans lager dan op langlopende leningen waardoor de financieringskosten kunnen worden beperkt. Daarbij wordt binnen de wettelijke kaders van de Wet fido gebleven, waaronder de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Het renteomslagpercentage bedraagt voor 2027 1,0% (2026: 1,5%). Dit percentage wordt gebruikt om de rentelasten toe te rekenen aan investeringen en grondexploitaties.

Renteverwachtingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renteverwachtingen

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft in 2025 de beleidsrente verlaagd nadat de inflatie was afgenomen richting de doelstelling van 2%. In 2026 is het rentebeeld gewijzigd als gevolg van toenemende geopolitieke spanningen en hogere energieprijzen. Hierdoor zijn de inflatieverwachtingen gestegen, waarop de ECB in juni 2026 besloot de beleidsrente te verhogen.

Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een stabiel tot licht oplopend renteniveau. De verdere renteontwikkeling blijft afhankelijk van de inflatieontwikkeling en de economische omstandigheden.

Bij het opstellen van de begroting 2027 is gerekend met een gemiddelde rente van 3,0% voor kortlopende financiering en 3,5% voor langlopende financiering. Deze uitgangspunten sluiten aan bij de huidige marktverwachtingen en vormen de basis voor de berekening van de rentelasten binnen de begroting.

Financieringsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financieringsbeleid
Bij de uitvoering van het financieringsbeleid zijn de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt van groot belang. Veranderingen in de rente beïnvloeden direct de financieringskosten van de gemeente. Daarnaast is een evenwichtige spreiding van de vervaldata binnen de langlopende schuldportefeuille belangrijk. Door te voorkomen dat een groot deel van de leningen in dezelfde periode afloopt, wordt het renterisico beperkt en blijft de financieringspositie van de gemeente stabiel en beheersbaar.
 
Voor 2027 wordt uitgegaan van een gemiddelde financieringsbehoefte van € 37 miljoen aan kortlopende financiering. Daarnaast wordt naar verwachting € 58 miljoen aan langlopende financiering aangetrokken. Met deze financieringsstrategie wordt voorzien in de verwachte kapitaalbehoefte. Dit, terwijl de omvang en samenstelling van de schuldportefeuille aansluit bij het treasurybeleid en voldoet aan de geldende wettelijke risiconormen.
Bedragen x € 1 miljoen
Financieringsinstrument
Geraamd percentage
Volume in 2027
Kasgeldleningen (meestal op maandbasis)
3,00%
37
Kapitaalmarktgeldleningen (op basis van 1 tot 20 jaar)
3,50%
58

Verstrekte geldleningen en borgstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Verstrekte geldleningen en borgstellingen

In 2026 bedraagt de portefeuille aan verstrekte geldleningen € 136 miljoen. Hiervan is € 63 miljoen verstrekt aan Breedsaam, € 32 miljoen aan woningcorporaties en € 13 miljoen aan Chassé Theater Beheer N.V. De kredietrisico’s op deze leningen worden als beperkt beoordeeld. Dit hangt samen met de financiële positie van de betrokken organisaties en de zekerheden die zijn overeengekomen.

Daarnaast heeft de gemeente in 2026 voor ruim € 87 miljoen aan verstrekte directe borgstellingen uitstaan. Voor vrijwel alle afgegeven garanties zijn hypothecaire zekerheden gevestigd, waardoor het financiële risico voor de gemeente wordt beperkt.

Verder vervult de gemeente een achtervangfunctie bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW). In deze rol staat de gemeente indirect garant voor leningen die door deze waarborgfondsen zijn geborgd. De gemeente kan pas worden aangesproken wanneer een waarborgfonds niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Gezien de solide zekerheidsstructuur en de goede financiële positie van beide waarborgfondsen wordt het risico voor de gemeente als beperkt ingeschat.

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisicobeheer

De Wet FIDO (Financiering Decentrale Overheden) stelt eisen aan het maximale renterisico dat een gemeente in 1 jaar mag lopen. Deze eisen komen terug in de kasgeldlimiet (voor leningen met een looptijd tot 1 jaar) en de renterisiconorm (voor leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). Deze normen bepalen de speelruimte om verantwoord en goedkoop te financieren. Beide normen zijn gerelateerd aan de omvang van de begroting.

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal en komt voor 2027 uit op € 86 miljoen. Tot deze limiet mag de gemeente haar financieringsbehoefte met kortlopende leningen invullen. Conform het treasurybeleid wordt de financieringsbehoefte zoveel mogelijk eerst kortlopend gefinancierd, voordat langlopende leningen worden aangetrokken. Bij een normale rentecurve leidt dit doorgaans tot lagere rentelasten.

Voor 2027 wordt uitgegaan van een gemiddelde omvang van € 37 miljoen aan kortlopende financiering. Dit gemiddelde ligt lager dan het maximale niveau, omdat aan het begin van het jaar de financieringsbehoefte nog relatief beperkt is. Naarmate het jaar vordert, neemt de financieringsbehoefte geleidelijk toe.

In de begroting 2027 is voor kortlopende financiering gerekend met een rentepercentage van 3,0%. Indien de kortlopende rente gemiddeld 1 procentpunt hoger uitvalt, leidt dit tot circa € 370.000 aan extra rentelasten ten opzichte van de begroting.

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm

De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal en komt voor 2027 uit op € 202 miljoen. Dit betekent dat maximaal dit bedrag aan langlopende leningen in enig jaar mag worden blootgesteld aan een renteherziening of herfinanciering. De renterisiconorm draagt bij aan een evenwichtige spreiding van de schuldportefeuille in de tijd en beperkt daarmee het risico van rentestijgingen. Hiermee wordt geborgd dat de gemiddelde looptijd van de schuldportefeuille voldoende lang blijft.

De gemeente voldoet de komende jaren ruimschoots aan de renterisiconorm. Dit hangt samen met de samenstelling van de huidige leningenportefeuille. Circa 72% van de schuldportefeuille die is aangegaan ter financiering van gemeentelijke investeringen, bestaat uit langlopende leningen met looptijden van 40 tot 50 jaar. Het betreft veelal fixe-leningen waarop gedurende de looptijd niet wordt afgelost. Hierdoor blijven de jaarlijkse aflossingsverplichtingen beperkt en is sprake van een stabiel financieringsprofiel.

In 2027 vervalt voor € 23 miljoen aan langlopende leningen. Tegelijkertijd wordt verwacht dat voor € 58 miljoen aan nieuwe langlopende financiering wordt aangetrokken. Deze financieringsbehoefte hangt voornamelijk samen met de besteding van middelen die in 2024 en 2025 als vooruitontvangen subsidies van het Rijk zijn ontvangen. Zodra deze middelen worden ingezet, ontstaat aanvullende financieringsbehoefte die deels wordt ingevuld met langlopende leningen.

Bedragen x € 1 miljoen
2027
2028
2029
2030
Begrotingsnormering (raming)
1.011
969
987
986
Renterisiconorm (20% van de begroting)
202
194
197
197
Aflossing op de vaste schuld
23
20
15
12
Ruimte onder risiconorm
179
174
182
185

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Schatkistbankieren

Sinds eind 2013 zijn decentrale overheden verplicht deel te nemen aan schatkistbankieren. Gemeenten houden hiervoor een rekening-courant aan bij het Rijk waarop overtollige liquide middelen worden aangehouden. Om een doelmatig kasbeheer mogelijk te houden, zijn bepaalde middelen uitgezonderd van deze verplichting en is een drempelbedrag vastgesteld.

De drempelwaarde bedraagt 2% van het begrotingstotaal tot € 500 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het meerdere. Voor 2027 bedraagt de drempelwaarde naar verwachting circa € 11 miljoen, uitgaande van een begrotingstotaal van € 1011 miljoen.

De gemeente Breda beschikt doorgaans niet over een structureel positief saldo op haar bankrekeningen. De rekening-courantverhouding met het Rijk wordt daarom uitsluitend gebruikt voor het onderbrengen van tijdelijke kasoverschotten. Positieve saldi worden dagelijks en automatisch afgeroomd en ondergebracht binnen het kader van schatkistbankieren.

Treasuryresultaat

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Treasuryresultaat
Rentelasten en -baten 2027
Rente %
Bedrag
Rente vaste schulden: opgenomen geldleningen t.b.v. de gemeente
2,40%
6.781.379
Rente nieuwe kortlopende financiering (2027)
3,00%
1.103.953
Overige financieringslasten (saldo)
Totaal rentelasten
7.885.332
Externe rentebaten: uitgegeven geldleningen aan overige instellingen
3,45%
2.704.564
Totaal rentebaten
2.704.564
Saldo rentelasten minus -baten
5.180.768
Rentelast over eigen vermogen (reserves)
1,00%
2.033.320
Rentelast over voorzieningen
1,00%
497.112
Saldo rentelasten over eigen vermogen en voorzieningen
2.530.432
Totaal toe te rekenen rentelast
7.711.200
De toegerekende rente aan taakvelden via renteomslag
1,00%
6.404.895
Resultaat treasury
-1.306.305

Het treasuryresultaat over 2027 ramen we op € -1.306.305,00.