Paragraaf Lokale heffingen

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Algemeen

In deze paragraaf geven we een toelichting op de heffingen en tarieven voor 2027. Daarbij gaan we in op:

  • de algemene ontwikkelingen
  • ons beleid op het gebied van lokale heffingen 
  • de begrote inkomsten per heffing
  • de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten
  • de mate waarin de tarieven kostendekkend zijn
  • de mogelijkheden voor kwijtschelding 

Algemene ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Algemene ontwikkelingen
  • Voor de begroting van de legesopbrengsten zijn we uitgegaan van de nieuwe Legesverordening 2027. Daarin staan alle activiteiten die met de leges verrekend mogen worden. De legesverordening is afgestemd op de invoering van de Omgevingswet (Ow) en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) per 1 januari 2024. De kostendekkendheid van de leges mag niet meer bedragen dan 100%.
  • Doordat er de komende jaren veel woningbouwprojecten op het programma staan, is de verwachting dat het aantal verleende vergunningen gaat stijgen. Daarmee nemen ook de opbrengsten uit leges toe. We halen naar verwachting in 2027 een opbrengst van € 7,0 miljoen, mits de prognose van de woningbouwopgave gehaald wordt.
  • In 2014 is de geldigheidsduur van reisdocumenten voor volwassenen verlengd van 5 naar 10 jaar. Dat veroorzaakte in de periode 2019-2023 een dip in het aantal aanvragen voor een reisdocument. Vanaf 2024 zien we juist een piek. Die duurt tot 2029. 
  • Naast de reguliere loon- en prijsontwikkeling staan de kosten van afvalinzameling en afvalverwerking onder druk door onder meer hogere verwerkingskosten, de CO2-heffing, de afvalverbrandingsbelasting en investeringen in verduurzaming. Daarnaast kunnen ontwikkelingen binnen de regionale samenwerking rondom afvalinzameling en afvalverwerking gevolgen hebben voor de toekomstige kostenverdeling.

Beleid lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Beleid lokale heffingen

In het bestuursakkoord 2026-2030 hebben we afspraken gemaakt over de lokale heffingen:

  • We zetten in op lage lokale lasten voor onze inwoners en ondernemers.
  • Waar we kosten kunnen beperken, doen we dat. We sturen op een zorgvuldige balans tussen noodzakelijke investeringen, betaalbare dienstverlening en een voorspelbare lastendruk.
  • De onroerendezaakbelasting (ozb) stijgt per 2027 met 2,9% per jaar. Hiermee maken we de noodzakelijke investeringen in onze stad, dorpen en wijken mogelijk.
  • De toeristenbelasting gaat per 2027 naar € 5 per persoon per nacht.
  • De afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend. Voor de begroting 2027 wordt indicatief uitgegaan van een tariefstijging van 12%. Het definitieve tarief wordt vastgesteld bij de belastingverordening 2027, op basis van de meest actuele financiële inzichten naar aanleiding van de resultaten van de lopende onderzoeken naar de kostprijs en kostentoerekening van Afvalservice.
  • De rioolheffing is 100% kostendekkend en stijgt met 7% per jaar.
  • In de kadernota 2024 is de lijn ingezet om de leges meer kostendekkend te maken. Deze is bekrachtigd in het bestuursakkoord 2026-2030 waardoor organisatoren van evenementen meer kostendekkende leges gaan betalen. Dit betekent voor 2027 een stijging van 112%. De kleine evenementen worden daarbij ontzien. Evenementen die we extra omarmen, bijvoorbeeld omdat deze volledig worden gedragen door vrijwilligers of op een bijzondere manier bijdragen aan de profilering van Breda, kunnen in aanmerking komen voor subsidies.

Voor de overige lokale heffingen gaan we uit van een indexering van 2,9%, behalve voor de reclamebelasting ondernemersfondsen en de Bedrijfsinvesteringszone (BIZ). Het tarief voor de naheffingsaanslagen voor parkeren wordt jaarlijks apart berekend op basis van de kosten.

Precario
De opbrengsten uit precario zijn geïndexeerd met 2,9%. De verwachte opbrengst voor 2027 komt hiermee op € 1,04 miljoen.

De Omgevingswet

  • In onderstaand overzicht ziet u welke activiteiten we uitvoeren op basis van de Omgevingswet. Daarbij laten we ook het verwachte aantal vergunningaanvragen en de bijhorende opbrengst in 2027 zien. Die bedraagt € 7,0 miljoen. Dat bedrag ligt in lijn met de begroting 2027.
  • Aanvragen die via een anterieure overeenkomst (AOK) lopen, zijn door het geringe aantal niet in deze berekening opgenomen. Ook de leges voor milieubelastende activiteiten staan niet in dit overzicht, omdat daar de kostendekkendheid niet bekend van is aangezien die worden behandeld door de OMWB.
  • De tarieven zijn verhoogd met de jaarlijkse indexering. Als dat nodig is, passen we de tarieven nog aan om ze kostendekkend te houden.
Bedragen x € 1
Paragraaf
directe kosten
capaciteit
overhead
BTW
totaal kosten
Verwachte legesopbrengst 2027
0.00 Overig
229.239
504.984
48.140
782.363
2.02 Voorfase
384.711
223.528
608.239
145.819
2.03 activiteiten bouwwerken
3.440.076
1.998.784
5.438.860
6.734.521
2.04 activiteiten cultureel erfgoed
45.572
26.478
72.050
54.530
2.07 aanlegactiviteiten
41.948
24.373
66.321
32.979
2.08 overige activiteiten
130.022
75.547
205.569
85.691
2.09 maatwerkvoorschriften
2.10 gelijkwaardigheid
2.11 overige tarieven
9.260
5.380
14.640
10.776
2.12 modaliteiten
97.403
2.13 vermindering
-120.616
2.14 teruggaaf
-69.551
Eindtotaal
229.239
4.556.572
2.354.090
48.140
7.188.042
6.971.552

Bovenstaande tabel laat de lasten en baten per paragraaf zien, zoals die worden gehanteerd binnen de Omgevingswet. Binnen de paragraaf '0.00 Overig' zijn lasten opgenomen, zoals de inzet van de CRK (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit), de OMWB (Omgevingsdienst West-Brabant), Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen) en het gebruik van software.

Paragraaf
Verwachte vergunningaanvragen
2.02 Voorfase
621
2.03 activiteiten bouwwerken
1.361
2.04 activiteiten cultureel erfgoed
51
2.07 aanlegactiviteiten
95
2.08 overige activiteiten
312
2.09 maatwerkvoorschriften
0
2.10 gelijkwaardigheid
0
2.11 overige tarieven
22
2.12 modaliteiten
315
2.13 vermindering
251
2.14 teruggaaf
238
Eindtotaal
3.266

Begrote inkomsten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Begrote inkomsten

Naast de algemene belastingen (zoals de ozb en de toeristenbelasting) heeft de gemeente ook bestemmingsbelastingen en retributies.

  • Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bedoeld voor specifieke taken of voorzieningen. Denk aan de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Hiervoor mag de gemeente niet méér belasting heffen dan de kosten die zij voor deze taak of voorziening maakt.
  • Retributies worden betaald door mensen aan wie we een specifieke dienst verlenen. Denk aan het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Ook hiervoor geldt dat de belasting niet hoger mag zijn dan de kosten.
  • De legesopbrengsten vanuit Titel 2 van de Omgevingswet hebben we aangepast aan de woningbouwprognose.  

De inkomsten per heffing staan in onderstaande tabel.

Bedragen x € 1.000
Inkomsten per heffing
Werkelijk 2024
Werkelijk 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Algemene belastingen
Ozb
40.269
43.706
43.350
45.269
47.486
49.905
52.323
Parkeerbelasting
22.575
27.231
27.629
28.170
28.170
28.170
28.170
Precariobelasting
945
1.074
1.010
1.040
1.040
1.040
1.040
Toeristenbelasting
2.033
2.153
1.810
2.405
2.455
2.495
2.550
Bestemmingsbelastingen
Afvalstoffenheffing
28.543
29.400
30.823
34.385
34.779
35.188
35.188
BIZ-bijdrage*
601
539
814
351
340
313
218
Reclamebelasting Ondernemersfondsen
522
590
482
496
496
496
496
Rioolheffing
18.333
18.838
19.615
21.231
22.964
24.866
26.912
Retributies
Havengelden
66
62
83
86
86
86
86
Leges
12.258
13.200
15.126
15.822
16.079
12.630
12.630
Markt- en reclamegelden
-
-
-
-
-
-
-
Totaal
126.145
136.794
140.743
149.255
153.895
155.189
159.613
* Twee BIZ-verordeningen lopen in 2026 af. De nieuwe verordeningen zijn nog niet vastgesteld en dus financieel niet meegenomen voor de jaren 2027 en verder.

Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten

De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de ozb, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De ozb is een percentage van de WOZ-waarde.

2026
2027
Tarieven ozb*
Eigenaar woning
0,0507%
0,0522%
Eigenaar niet-woning
0,2204%
0,2268%
Gebruik niet-woning
0,1748%
0,1799%
Rioolheffing
Waterverbruik 1-500 m3
€ 201,72
€ 215,88
Waterverbruik 501-1.001 m3**
€ 221,76
€ 237,24
Waterverbruik vanaf 1.001 m3
€ 0,42 per m3
€ 0,45 per m3
Afvalstoffenheffing
Eenpersoonshuishoudens
€ 271,80
€ 304,44
Meerpersoonshuishoudens
€ 402,48
€ 450,84
* Definitieve ozb tarieven zijn afhankelijk van de ontwikkeling WOZ waarden en worden pas later in het jaar berekend. De hierboven genoemde tarieven 2027 zijn indicatief.
** verhoging op waterverbruik tot 500 m3

Hierna laten we 3 voorbeelden zien van de ontwikkeling van de woonlasten.

Meerpersoonshuishouden
(voorbeeldberekening van een woning met een WOZ-waarde van € 500.000) 

Bedragen x € 1
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Ozb
283,00
n.v.t.
282,00
n.v.t.
253,50
n.v.t.
260,85
n.v.t.
268,42
n.v.t.
276,20
n.v.t.
284,21
n.v.t.
Rioolheffing
193,92
193,92
197,76
197,76
201,72
201,72
215,88
215,88
231,00
231,00
247,20
247,20
264,60
264,60
Afvalstoffenheffing
386,88
386,88
394,56
394,56
402,48
402,48
450,84
450,84
463,92
463,92
477,36
477,36
491,28
491,28
Totale lasten
863,80
580,80
874,32
592,32
857,70
604,20
927,57
666,72
963,34
694,92
1.000,76
724,56
1.040,09
755,88
% stijging ten opzichte van vorig jaar
6,35%
5,29%
1,22%
1,98%
-1,90%
2,01%
8,15%
10,35%
3,86%
4,23%
3,88%
4,27%
3,93%
4,32%

Eenpersoonshuishouden
(voorbeeldberekening van een woning met een WOZ-waarde van € 400.000) 

 

Bedragen x € 1
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Ozb
226,40
n.v.t.
225,60
n.v.t.
202,80
n.v.t.
208,68
n.v.t.
214,73
n.v.t.
220,96
n.v.t.
227,37
n.v.t.
Rioolheffing
193,92
193,92
197,76
197,76
201,72
201,72
215,88
215,88
231,00
231,00
247,20
247,20
264,60
264,60
Afvalstoffenheffing
261,24
261,24
266,40
266,40
271,80
271,80
304,44
304,44
313,32
313,32
322,44
322,44
331,80
331,80
Totale lasten
681,56
455,16
689,76
464,16
676,32
473,52
729,00
520,32
759,05
544,32
790,60
569,64
823,77
596,40
% stijging ten opzichte van vorig jaar
2,35%
4,81%
1,20%
1,98%
-1,95%
2,02%
7,79%
9,88%
4,12%
4,61%
4,16%
4,65%
4,20%
4,70%

Ondernemingen*
(voorbeeldberekening van een pand met een WOZ-waarde van € 1.000.000)

Bedragen x € 1
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Koop
Huur
Ozb
4.037
1.799
4.096
1.821
3.952
1.748
4.067
1.799
4.185
1.851
4.306
1.905
4.431
1.960
Totale lasten
4.037
1.799
4.096
1.821
3.952
1.748
4.067
1.799
4.185
1.851
4.306
1.905
4.431
1.960
-3,10%
-3,33%
1,46%
1,22%
-3,52%
-4,01%
2,91%
2,92%
2,90%
2,89%
2,89%
2,92%
2,90%
2,89%
* In bovenstaande tabel is voor ondernemingen alleen de ozb opgenomen. De lasten voor rioolheffing zijn afhankelijk van de verbruikte hoeveelheid water en die is sterk afhankelijk van het soort onderneming. De lasten voor de afvalstoffenheffing vallen hier buiten, omdat ondernemers geen huishoudelijk afval hebben.

De tarieven voor de rioolheffing en de afvalstoffenheffing moeten deelbaar zijn door 12, zodat ze eindigen op hele centen.

Kostendekkendheid tarieven

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid tarieven

Voor de bestemmingsbelastingen en retributies rekenen we de volgende kosten toe aan de tarieven: 

  • Directe lasten
    Dit zijn kosten voor de activiteiten die direct verband houden met de geleverde dienst.

    De inzet van personeel rekenen we toe op basis van kale uurtarieven. Voor 2027 zijn deze tarieven als volgt vastgesteld:
    schaal 1 t/m 4: € 45,00
    schaal 5 en 6: € 49,00
    schaal 7 en 8: € 57,00
    schaal 9 en 10: € 71,50
    schaal 11 en 12: € 91,00
    schaal 13 en hoger: € 107,50

    De beleidsbepalingen rondom de uurtarieven leest u in het Financieel Beleid 2024 van Breda, Artikel 8:6.
  • Overhead
    Dit zijn de kosten die samenhangen met de aansturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Deze kosten zijn verzameld op taakveld 0.4-overhead en zijn toe te rekenen aan de tarieven. We werken met een uniforme opslag voor overhead, die voor 2027 is vastgesteld op 58,10% van het kale uurtarief. Voor de naheffingsaanslagen voor parkeren mag wettelijk gezien slechts gerekend worden met een opslagpercentage van 50%.
  • Btw
    Binnen het Btw-compensatiefonds hebben gemeenten voor bepaalde prestaties recht op compensatie van de btw die aan hen in rekening is gebracht. Toch mag die btw ook als kostenpost worden aangemerkt en worden doorberekend in de tarieven en heffingen.

Niet toerekenbare kosten
Dit zijn kosten voor beleidsvoorbereiding en algemene inspraakprocedures, kosten van handhaving, toezicht en controle (behalve de eerste controle) en kosten van bezwaar- en beroepsprocedures.

De begrote kostendekking vindt u in onderstaande tabellen. 

Bedragen x € 1.000
Bestemmingsbelastingen
Retributies
Totaal
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing
Havengelden
Leges
Directe lasten -/- baten
17.764
27.472
103
12.191
53.817
Overhead
1.364
4.860
3
4.063
10.000
Btw
2.103
2.053
-
226
4.700
Totaal lasten
21.231
34.385
106
16.480
68.518
Totaal baten heffingen/leges
21.231
34.385
83
15.823
71.522
Kostendekkendheid
100%
100%
79%
96%
104%
Bedragen x € 1.000
Titel 1 Algemene dienstverlening
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/omgevings- vergunning
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2
Directe lasten -/- baten
7.179
4.786
1.345
Overhead
893
2.354
918
Btw
135
48
-
Totaal lasten
8.207
7.188
2.263
Totaal baten heffingen/leges
7.685
6.972
1.166
Kostendekkendheid
94%
97%
52%

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtschelding

We hebben regels vastgelegd voor het verlenen van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Daarbij zijn we gebonden aan de regels van de Invorderingswet. Gemeenten kunnen hier op een paar punten van afwijken. Zo kunnen ze uitgaan van hogere kosten om te leven dan landelijk is toegestaan. De gemeente Breda heeft de normbedragen voor bestaanskosten bijvoorbeeld gesteld op 100% in plaats van op 90%. Voor belastingbetalers van 65 jaar en ouder hebben we de kosten van bestaan gesteld op 100% van de netto AOW-bedragen in plaats van 100% van de normbedragen voor bestaanskosten. Daarnaast zien we de nettokosten van kinderopvang ook als uitgaven. Onze normen voor kwijtschelding voldoen aan de maximaal toegestane normering. In de belastingverordeningen is vastgelegd of kwijtschelding mogelijk is.