Klimaatbegroting Breda 2025 -2028

1. Inleiding

Terug naar navigatie - 1. Inleiding

De gemeente wil in 2044 klimaatneutraal zijn, 6 jaar eerder dan de landelijke doelstelling. Ons klimaatbeleid richt zich op een CO2-reductie van 55% in 2030 ten opzichte van 1990. We liggen daarvoor keurig op koers: tot nu toe zijn de emissies lager dan de prognoses voor 2025. Na 2030 verwachten we echter een stabilisatie van de emissies door het aanhoudende gasverbruik. De overgang naar duurzame alternatieven kost tijd en er is nog onvoldoende concreet landelijk, regionaal en lokaal beleid om het gasverbruik verder te verminderen. Om ons streefdoel voor 2044 te halen, moeten we de overgang van gas naar duurzame energie versnellen. Daarvoor pakken we uitdagingen proactief aan. Denk aan: netcongestie, de afhankelijkheid van subsidies, de beperkte beschikbaarheid van technische vakmensen en de maatschappelijke acceptatie. 

Tot 2030 richten we ons op energie-efficiëntie en woningisolatie, met initiatieven voor het verduurzamen van woningen en werkplekken en de overgang van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare energiebronnen. De gemeente streeft naar brede betrokkenheid bij inwoners, maatschappelijke instellingen en ondernemers, met aandacht voor energiearmoede en lokale initiatieven, terwijl technologische en maatschappelijke uitdagingen worden aangepakt.

Deze klimaatbegroting is een uitwerking van ons Klimaatplan. Daarin beschrijven we als eerste de ontwikkelingen rondom onze hoofddoelstellingen en bijbehorende integrale aanpak. Vervolgens geven we een doorkijk naar de maatregelen en middelen voor de periode 2025-2028.

De klimaatbegroting is onderverdeeld in 6 thema’s:

  • energiearchitectuur
  • gebouwde omgeving
  • werklocaties
  • schone mobiliteit
  • duurzame overheid
  • natuurherstel en landbouw

2. Klimaat hoofddoelstelling

Terug naar navigatie - 2. Klimaat hoofddoelstelling

Breda wil in 2044 klimaatneutraal zijn, 6 jaar eerder dan de landelijke doelstelling. Om dat voor elkaar te krijgen, zetten we een geïntegreerde aanpak in, die de overgang naar duurzame energiebronnen, energie-efficiëntie en maatschappelijke betrokkenheid combineert. Deze Klimaatbegroting is een uitwerking daarvan voor de periode 2025-2028.

2.1    Klimaatneutraal in 2044
De gemeente Breda heeft besloten dat zij vanaf 2044 klimaatneutraal wil zijn en geen aardgas meer wil verbruiken. In 2030 willen we al een vermindering hebben bereikt van 55% van onze CO2-uitstoot, vergeleken met 1990. Dit is in lijn met de landelijke doelstellingen. Deze relatieve vermindering maakt het mogelijk om de vooruitgang te meten en de vergelijking te maken met de nationale doelstellingen. Belangrijke indicatoren, zoals de absolute CO2-reductie in kiloton (kton) en de relatieve procentuele reductie, helpen ons om de voortgang te monitoren.

2.2    Inzichten
In onderstaande figuur ziet u het verloop van de uitstoot van broeikasgas binnen de gemeente Breda voor de 4 inhoudelijke thema’s. We streven naar een structurele daling binnen al deze thema’s richting 2044. De thema’s Energiearchitectuur en Duurzame overheid zijn ondersteunend aan deze 4 thema’s.

Broeikasgasemissies in de gemeente Breda in 1990, 2022, 2030, 2044 en 2050. Mobiliteit is exclusief snelwegen en landbouw exclusief natuurherstel.

In onderstaande grafieken ziet u de (verwachte) vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Daarbij is 1990 het referentiejaar. Bij 2022 zijn de meest recente werkelijke waarden opgenomen. De waarden voor het tussenjaar 2030 en het doeljaar 2044 zijn berekend op basis van de huidige en verwachte maatregelen.

Absolute CO2-reductie in kiloton (kton)       de relatieve procentuele reductie. Peildatum mei 2024

In 2025 hebben we een tussendoel afgesproken van 664 kiloton CO2-equivalenten. Deze waarde is een optelsom van de 4 thema’s. De oranje balk geeft de streefwaarde per thema weer voor 2025.

2.3    Monitoring en bijsturen
De gemeenteraad blijft via de reguliere P&C-cyclus op de hoogte van de voortgang van de financiën, de activiteiten en de resultaten. De auditcommissie van de gemeenteraad is bezig om de indicatoren op het gebied van klimaat en duurzaamheid verder te verbeteren. De aanpassingen die hieruit voortkomen, worden verwerkt in de volgende Klimaatbegroting (of eerder, als de gemeenteraad dat besluit).

2.4    Doorkijk naar 2030 en 2044
Breda boekt continu vooruitgang in haar doelstellingen om in 2044 klimaatneutraal te zijn. Onze inspanningen hebben positieve consequenties voor de milieu- en energie-efficiëntie, en leiden tot kostenbesparingen en een betere levenskwaliteit voor onze inwoners.

Ondanks deze positieve ontwikkelingen zien we ook bedreigingen, zoals de afhankelijkheid van subsidies en leningen, de transportschaarste op het elektriciteitsnet, de krapte op de arbeidsmarkt en het behouden van brede maatschappelijke acceptatie. De complexiteit van de energietransitie en de coördinatie met diverse stakeholders zijn flinke uitdagingen. Een proactieve aanpak blijft daarom belangrijk.

De ambitie is dat de totale uitstoot in Breda eind 2025 is gedaald naar 664 kiloton CO2-equivalenten. De totale emissies voor Breda lagen in 2022[1] op 689 kiloton CO2-equivalenten en in 2023 op (berekend) 652 kiloton CO2-equivalenten. Daarmee is de totale emissiereductie in 2023 hoger dan de berekende waarde voor 2025. Deze daling komt vooral door de aanzienlijk hogere autonome ontwikkeling (waaronder landelijk beleid).

[1] berekening door CE Delft

Indicator energie en klimaat streefwaarde en realisatie in de toekomst (exclusief snelwegen en opname CO2 door nieuwe natuur, inclusief niet-energetische emissies en overige broeikasgassen). 

Bovenstaande figuur laat de streefwaarden en de realisatie zien op basis van prognoses. Tot en met 2030 liggen we goed op koers met onze streefdoelen. Na 2030 is er een trendbreuk te zien en stabiliseren de emissies, terwijl die in hetzelfde tempo zouden moeten dalen naar 0 in 2044. Deze trendbreuk wordt veroorzaakt door de onzekere alternatieven voor het gasverbruik. Landelijk is afgesproken dat de productie van elektriciteit in 2035 volledig duurzaam moet zijn. Voor het gasverbruik is zo'n afspraak er niet, mede doordat er onvoldoende duurzame gassen geproduceerd kunnen worden.

Het aandeel gas dat leidt tot CO2-emissies, blijft nagenoeg gelijk (zie onderstaande figuur). Bij woningen (en op werklocaties) nemen de emissies na 2030 maar beperkt af, doordat er nog weinig concreet landelijk en lokaal beleid is om de uitstoot uit gasverbruik te verminderen. Het verder verminderen van het gasverbruik door bijvoorbeeld te isoleren is dus cruciaal om in 2044 klimaatneutraal te kunnen worden. We zien impact als hele wijken van het gas af gaan. Dat is echter niet van de ene op de andere dag geregeld, maar duurt al gauw 8 tot 10 jaar vanaf het moment van besluitvorming door de gemeente. Wijken kunnen bovendien niet allemaal tegelijk worden aangepakt, onder meer door de beperkte beschikbaarheid van technische vakmensen.

CO2-emissies door gas- en elektriciteitsverbruik in de sector wonen en diensten (deze valt onder de sector werklocaties). In deze figuur zijn de emissies door warmteverbruik niet meegenomen.

3. Integrale aanpak

Terug naar navigatie - 3. Integrale aanpak

3.1    Ontwikkelingen in de periode 2020-2024
De afgelopen jaren heeft de gemeente belangrijke stappen gezet richting een duurzamer klimaatbeleid. Tussen 2020 en 2024 hebben we ons beleid verder versterkt, om in 2044 volledig klimaatneutraal te kunnen zijn. Dit betekent dat de uitstoot van broeikasgassen wordt verminderd of gecompenseerd. Daarbij richt de gemeente zich op een lager energieverbruik en het bevorderen van het gebruik van duurzame energiebronnen door inwoners en bedrijven. We stimuleren het verduurzamen van woningen en werkplekken en ondersteunen de ontwikkeling van een sterk lokaal energiesysteem. Ook stimuleren we schone mobiliteit door meer laadpalen voor elektrische voertuigen te plaatsen en door duurzaam transport te bevorderen. Daarnaast zijn natuurherstel en biodiversiteit belangrijke speerpunten, waarbij we onder andere meer bomen planten en kwetsbare soorten beschermen.

De overgang naar dit duurzamere beleid laat duidelijk zien hoe een transitie werkt, met ingrijpende en stapsgewijze veranderingen in systemen en structuren. Innovatie speelt hierin een grote rol, waarbij we traditionele werkwijzen vervangen door nieuwe, experimentele benaderingen. De betrokkenheid van verschillende belanghebbenden is essentieel om voldoende draagvlak te creëren voor succes. Deze transitie richt zich op de lange termijn, met duidelijke doelen en een flexibel beleid dat zich aanpast aan veranderende omstandigheden, zoals stijgende energieprijzen en druk op het elektriciteitsnet.

3.2    Samenwerking en betrokkenheid 
De energietransitie is een complex proces dat samenwerking tussen diverse partijen vereist. Samen streven we naar klimaatneutraliteit in 2044, waarbij we uitdagingen gezamenlijk aanpakken, zoals netcongestie en het opleiden van gekwalificeerd personeel. Heldere regels en een goede coördinatie en samenwerking zijn essentieel. Dit is de rol van de belangrijkste stakeholders voor de gemeente Breda:

  • Bedrijven produceren op een duurzame manier en bevorderen energie-efficiëntie via innovatie, terwijl lokale systemen inspelen op de toenemende complexiteit van duurzame energie.
  • Netbeheerders investeren in het elektriciteitsnet om netcongestie te voorkomen.
  • Projectontwikkelaars en energieleveranciers investeren in hernieuwbare energie en helpen klanten om energie te besparen.
  • Inwoners gaan duurzamer leven en verbeteren hun woningen.
  • Maatschappelijke instellingen als scholen en ziekenhuizen gaan verduurzamen en vergroten het bewustzijn.
  • Het onderwijs zorgt voor opgeleid personeel en stimuleert innovatie.
  • De provincie coördineert regionale energieplannen en ondersteunt gemeenten.
  • De RES-regio West-Brabant ontwikkelt regionale energiestrategieën.
  • De Rijksoverheid biedt regels en financiële ondersteuning voor duurzame energieprojecten.

3.3    De rol en positie van de gemeente Breda
Om de klimaat- en duurzaamheidsdoelen te bereiken, werkt de gemeente samen met meerdere overheidsniveaus. We hebben daarbij een sleutelrol vanwege de nauwe band met onze inwoners en ondernemers, waardoor we maatwerk kunnen leveren. We integreren energie- en klimaatprojecten in de ruimtelijke ordening, investeren in duurzame projecten en stimuleren innovaties via subsidies. Ook organiseren we informatieavonden om inwoners te betrekken. De gemeente verduurzaamt ook haar eigen gebouwen en voertuigen. We leiden de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en zetten in op duurzamere mobiliteit door het autoverkeer te verminderen, door te investeren in fietspaden, openbaar vervoer en deelmobiliteit en door een zero emissiezone in te stellen. Deze maatregelen verlagen de CO2-uitstoot en verbeteren de leefbaarheid.

3.4    Verbondenheid met het Rijk
De gemeente Breda speelt een essentiële rol bij het halen van de nationale klimaatdoelen. Samenwerking met het Rijk is daarbij cruciaal. Nieuwe taken, zoals het integraal programmeren van het energiesysteem, het warmtevraagstuk (inclusief een publiek warmtebedrijf), soortenbescherming en het mee oplossen van netcongestie, vereisen aanpassingen in de inrichting en bekostiging van het uitvoeringsprogramma. Ook bestaande taken hebben zich sinds 2020 ontwikkeld, zoals de wijkgerichte aanpak om aardgasvrij te worden, de actualisatie van het warmteprogramma, de laadinfrastructuur en het inpassen van warmtenetten in de infrastructuur. Het ROB-rapport 'Onderzoek kosten decentrale uitvoering van het klimaat- en energiebeleid' van februari 2024 komt ook tot deze inzichten en vertaalt die naar extra benodigde middelen met een bijbehorend advies aan het Rijk. Tot nu toe is nog onduidelijk of de gemeenten dit extra geld ontvangen.

Het Rijk biedt financiële middelen, zoals CDOKE-gelden, VHF-gelden en andere SPUK-uitkeringen. Door samenwerking en innovatieve benaderingen kunnen we onze ambitie realiseren en de stad beschermen tegen klimaatverandering. Voor grootschalige projecten zijn aparte vormen van financiering noodzakelijk. We streven als gemeente naar hogere klimaatambities dan het Rijk. Om die te kunnen halen, moeten we zelf extra middelen inbrengen, mogelijk via Europese of provinciale subsidies.

3.5    Kadernota 2024
De gemeente is proactief bij het aanpakken van klimaatverandering. We zetten stappen om de stad aan te passen aan de nieuwe omstandigheden. Inwoners, instellingen en ondernemers zien de noodzaak om Breda duurzamer te maken. De ambities voor natuurontwikkeling en klimaat blijven sterk, maar uitdagingen als arbeidsmarktkrapte en energienetschaarste vragen om nationale aandacht. Deze uitdagingen maken het moeilijker om onze doelstelling voor 2044 te bereiken. Vanuit de kadernota 2024 zijn de onderstaande kaders meegeven voor de begroting 2025:

  • Nationale klimaatdoelstelling: arbeidsmarktkrapte, netschaarste, onzekerheid rond warmtenetbronnen en energiewetgeving belemmeren de voortgang. We inventariseren de noodzakelijke stappen voor de korte termijn en stellen activiteiten waar nodig uit. Zo verschuift de focus binnen de gebiedsgerichte aanpak van aardgasvrij naar aardgasvrij-ready vanwege de onduidelijkheid rondom duurzame alternatieven.
  • Prioriteiten stellen in gebiedsontwikkelingen: de 4 grote gebiedsontwikkelingen in Breda zijn cruciaal voor duurzame groei. Door beperkte middelen en capaciteit moeten we prioriteiten stellen en gezamenlijk actie ondernemen met de provincie en de Rijksoverheid.
  • Taakstelling: er is een jaarlijkse taakstelling van € 650.000 voor de uitvoering van het Klimaatplan. Die wordt veroorzaakt door de teruglopende inkomsten vanuit het Rijk.

4. Maatregelen vanuit de 6 thema's

Terug naar navigatie - 4. Maatregelen vanuit de 6 thema's

De gemeente Breda wil in 2044 klimaatneutraal zijn en geen broeikasgassen meer uitstoten. Energie besparen is een kernpunt van ons beleid, vooral in de periode tot 2030. Energiebesparing en woningisolatie zijn cruciaal voor de overstap naar duurzame warmtebronnen. We voeren diverse initiatieven uit om het energieverbruik te verminderen en richten ons in het bijzonder op woningisolatie. Het energiesysteem verandert van centrale naar meer decentrale opwekking, waarbij fossiele energiebronnen worden vervangen door hernieuwbare energie. Deze verandering brengt technologische, juridische, economische en maatschappelijke uitdagingen met zich mee en vraagt om de herziening van publieke waarden.

We streven er als gemeente naar om alle inwoners en ondernemers te betrekken bij de energietransitie. Belangrijk hierbij is de bestrijding van energiearmoede via subsidies en advies aan huishoudens en bedrijven. De gemeente versterkt lokale initiatieven, zoals energiegemeenschappen, kringlooplandbouw en ambachtscentra, om een beter vestigingsklimaat te creëren. Daarnaast zetten we in op schone lucht door het vervoer en de bouwsector te verduurzamen en door de biodiversiteit te verbeteren via een sterke groenstructuur. Ook werken we aan het verminderen van kwetsbaarheden in mensen, systemen en de natuur, met aandacht voor een betrouwbaar energiesysteem en de bescherming van flora en fauna.

De klimaatbegroting is onderverdeeld in 6 thema's: 

  1. Energie-architectuur: we ontwikkelen een duurzame infrastructuur voor gas, elektriciteit en warmte om energie toegankelijk en betaalbaar te maken.
  2. Gebouwde omgeving: we isoleren jaarlijks 4500 woningen om tegen 2044 alle woningen te verduurzamen en 20.000 woningen vóór 2030 aardgasvrij ready te maken.
  3. Werklocaties: we verduurzamen utiliteitsgebouwen en gemeentelijk vastgoed, waarbij we ons richten op energiebesparing, eigen opwekking en aardgasvrije oplossingen, ondersteund door energieplannen voor bedrijventerreinen.
  4. Schone mobiliteit: we verschonen de mobiliteit en de mobiele werktuigen.
  5. Duurzame overheid: we verduurzamen onze eigen bedrijfsvoering door via de CO2-prestatieladder te meten wat onze CO2-voetafdruk is en wat de impact is van onze inkoop en de keten.
  6. Natuurherstel en landbouw: we herstellen natuurwaarden, leggen extra bos en struweel aan en ontwikkelen de ecologische groenstructuur. Daarmee voldoen we ook aan de Europese natuur- en waterdoelen (zoals Natura 2000 en de Kaderrichtlijn Water).

Hieronder zetten we de activiteiten voor 2025 per thema uiteen, met een financiële onderbouwing binnen de verschillende begrotingsprogramma’s. Programma 3 omvat Energie-architectuur, Gebouwde omgeving, Schone mobiliteit, Werklocaties en Natuurherstel en landbouw. Duurzame overheid valt onder programma 5. In het volgende hoofdstuk geven we per thema een toelichting op de gemeentelijke activiteiten in 2025.

4.1    Energie-architectuur: naar een rechtvaardige transitie
Het thema Energie-architectuur vormt de basis voor alle andere thema’s en richt zich op het energiesysteem van de toekomst. Daarbij veranderen we de infrastructuur om duurzame bronnen te kunnen gebruiken via netwerken voor de opslag en het transport van gas, elektriciteit en warmte. De gemeente streeft naar een rechtvaardige energietransitie, waarbij duurzame energie toegankelijk en betaalbaar blijft voor iedereen. Door deze focus op een inclusieve energietransitie en een robuuste infrastructuur ontstaat een veerkrachtig en duurzaam energiesysteem.

4.1.1    Ontwikkelingen vanaf 2020
Breda heeft flinke stappen gezet richting een duurzamer energiesysteem. De afgelopen periode hebben we de basis gelegd voor een robuuster lokaal energienetwerk. Ook hebben we de capaciteit voor duurzame energieopwekking verhoogd en gezorgd voor een efficiëntere coördinatie in de energietransitie. De verbeterde regionale samenwerking en strategische planning dragen bij aan de stabiliteit van het systeem. 

4.1.2    Maatregelen voor 2025
De impact van de netcongestie is naar verwachting aanzienlijk. Bedrijven die zich in onze gemeente willen vestigen, uitbreiden of verduurzamen, moeten langdurig wachten op een elektriciteitsaansluiting. Bovendien wordt ook de bouw van nieuwe woningen hierdoor beïnvloed. Hoewel woningen nog wel kunnen worden aangesloten, geldt dit niet voor essentiële voorzieningen, zoals supermarkten, scholen en zorgcentra. Daarnaast kan de grootschalige verduurzaming van collectieve complexen, zoals appartementengebouwen of projecten van woningcorporaties, worden gehinderd door netcongestie. Dit alles heeft een directe invloed op het vestigingsklimaat en de toekomstbestendigheid van Breda. Als gemeente bekijken we samen met onze partners in de stad hoe we het elektriciteitsnet efficiënter kunnen benutten. We willen op het bestaande elektriciteitsnet meer ruimte creëren, zodat bedrijven en voorzieningen alsnog kunnen worden aangesloten. Deze maatregelen zullen de netcongestie echter niet oplossen. We zetten ons in om structurele oplossingen te vinden en de toekomstige betrouwbaarheid en capaciteit van ons elektriciteitsnet te waarborgen.

Voor 2025 en de jaren erna richt Breda zich op een sterker lokaal energiesysteem door samen te werken met netbeheerders, andere overheden en ontwikkelaars: 

  • We ontwikkelen gemeentelijk beleid en bepalen ons standpunt rondom nieuwe wetgeving, technieken, en economische modellen voor het nieuwe energiesysteem.
  • We werken een strategie uit voor het regionale en gemeentelijke energiesysteem van de toekomst. Dat doen we als voorbereiding op de aangepaste Transitievisie Warmte, waarover de gemeenteraad naar verwachting in 2026 een besluit neemt. In deze warmtestudie worden eind 2024 de beschikbare warmtebronnen (lokaal en regionaal) in beeld gebracht. De Transitievisie Warmte geeft inzicht in het verdelingsvraagstuk en maakt keuzes voor warmteoplossingen.
  • Energieplanologie:
    • We programmeren en stellen prioriteiten, waarbij we onze ambities naast de investeringsplannen van de netbeheerders leggen. Dit doen we aan de Energietafel in Breda, in afstemming met de regio en de provincie. In het provinciaal meerjareninvesteringsprogramma Energie en Klimaat (PMIEK) komen deze ontwikkelingen samen.
    • We maken een ontwerpschets van het energiesysteem van de toekomst. Daarbij beginnen we met elektriciteit. We werken daarbij nauw samen met de netbeheerder en bekijken daarbij alle andere thema’s die invloed hebben op de ondergrond.
    • We stellen de Regionale Energiestrategie 2.0 vast, waarin we het regionale energiesysteem van de toekomst schetsen. 
    • Met concrete projecten op bedrijventerrein Steenakker en aan de Frankenthalerstraat werken we aan een gebiedsgerichte aanpak. Daarin stemmen we het aanbod en de afname van energie zo veel mogelijk gelijktijdig met elkaar af. Daardoor is het mogelijk om tot semi-autonome energiesystemen te komen, waardoor we slimmer en efficiënter gebruikmaken van het huidige energienet.

4.2    Gebouwde omgeving
Dit thema richt zich op de verduurzaming van alle 88.000 huizen en appartementen in de stad. Daarbij gaat het dus om particulieren (koopwoningen), verenigingen van eigenaren (VVE’s), sociale verhuur en particuliere verhuur.

4.2.1    Ontwikkelingen vanaf 2020
Breda heeft de afgelopen jaren mooie stappen gezet bij het isoleren van woningen en bij het verduurzamen van gebouwen, ondersteund door subsidies en leningen. De transitie naar een duurzame gebouwde omgeving vraagt om de betrokkenheid en inzet van verschillende partijen, waaronder inwoners, maatschappelijke instellingen, vastgoedeigenaren, woningbouwcorporaties, bedrijven, energieleveranciers, banken en de gemeente. Wij nemen als gemeente de rol van regisseur en facilitator in de lokale energietransitie op ons.

De stapsgewijze implementatie van maatregelen op het gebied van energie-efficiëntie heeft geleid tot een duurzame transitie, met brede maatschappelijke betrokkenheid en meetbare voordelen voor het milieu én voor onze inwoners. Voortdurende inzet en samenwerking zijn essentieel om deze positieve ontwikkelingen te handhaven en uit te breiden.

In onderstaande grafiek ziet u de verdeling van de uitstoot, met daarbij de ambitie voor 2025 en de berekende prognose voor 2023, 2030, 2044 en 2050. De daling van de uitstoot vanuit het elektriciteitsverbruik is een gevolg van de toename van de hoeveelheid duurzame elektriciteit. 

De emissies zijn in 2021 tov 1990 ongeveer hetzelfde gebleven. Mogelijke verklaringen zijn:

  • De woningvoorraad in de gemeente Breda is met ongeveer 60% gegroeid in 2021 tov 1990.
  • De emissiefactor van elektriciteit is in 2021 t.o.v. 1990 bijna 40% lager. Dus, ook al is het energieverbruik wellicht toegenomen per huishouden en zijn er meer huishoudens, kan het zijn dat de uitstoot van het elektriciteitsverbruik ongeveer hetzelfde is gebleven.

4.2.2    Maatregelen voor 2025
Voor 2025 versterken we onze gebiedsgerichte en gemeentebrede aanpak. Dit doen we door:

1. Een gebiedsgerichte aanpak
Onze oorspronkelijke strategie was om tot en met 2030 elk jaar met een aantal nieuwe wijkenergieplannen te starten op basis van de 12 verkenningsgebieden uit de Transitievisie Warmte. Ook daarbij geldt dat externe factoren (zoals netcongestie en de Wet natuurbescherming) ons tempo beïnvloeden. Verder zijn we afhankelijk van voldoende arbeidskrachten en partijen om onze ambities te halen. Daarnaast hebben we te maken met bezuinigingen vanuit het Rijk. Daardoor moeten we onze planning aanpassen. Ook willen we beter inspelen op initiatieven vanuit de stad en de geleerde lessen in de praktijk brengen. Dat betekent dat we na 2030 fors moeten versnellen om de doelstellingen te halen. Daarvoor maken we de komende jaren een plan. 

We gaan door met de 5 wijkenergieplannen die al zijn opgestart (4 wijkenergieplannen en 1 bewonersinitiatief). Zolang er nog geen duidelijkheid is over de toekomstige warmtebron, richten we ons op aardgasvrij-ready. Aanvullend kijken we naar plekken waar een concrete aanleiding of een concreet initiatief is richting aardgasvrij-ready. Dit kan een project van een woningcorporatie zijn, een bewonersinitiatief of bijvoorbeeld een integraal wijkplan. Hierdoor kunnen we inspelen op plekken met energie en motivatie vanuit bewoners of andere partijen, wat eerder leidt tot een succesvolle aanpak en een vliegwieleffect. 

In 2025 werken we aan de volgende gebiedsgerichte aanpakken:

  • voortzetten van 4 wijkenergieplannen
  • opstarten van 1 nieuw wijkenergieplan
  • uitvoeren van 3 gespikkeld-bezit-projecten, samen met woningbouwcorporaties
  • ondersteunen van minimaal 3 buurtinitiatieven, waaronder Prinsenbeek

2. Een gemeentebrede aanpak
We willen bewoners, instellingen en bedrijven zo goed mogelijk faciliteren. Samen met partners informeren, inspireren en faciliteren we hen. Waar dat kan en nodig is, springen we financieel bij. Ook in 2025 richten we ons op het verder versterken van duurzaamheidsinitiatieven met een focus op isolatie en ventilatie, het aardgasvrij(-ready) maken van woningen, de inzet van financiële instrumenten en het vergroten van bewustwording en actiebereidheid onder huiseigenaren. Als woningen beter geïsoleerd zijn, blijft de energierekening zo laag mogelijk en is er in de toekomst minder energie nodig.

In 2025 werken we aan de volgende gemeentebrede aanpakken:

  • Isolatie:  
    • In de 1e helft van 2025 voeren we het Isolatieprogramma uit. 
    • We ontvangen een gebiedsbrede vergunning in het kader van ons soortenmanagementplan en treffen maatregelen. Daarmee behouden en versterken we de biodiversiteit, beschermen we kwetsbare soorten en faciliteren we tegelijkertijd de mogelijkheid om woningen te blijven isoleren.
  • We informeren en stimuleren gemeentebreed:
    • We geven voorlichting aan inwoners over de verduurzaming van woningen. Dat doen we digitaal (Energieloket) en via gesprekken (Greenhopper, spreekuren in de wijk en op boerderij Wolfslaar).
    • We zorgen voor bewustwording en ondersteuning bij kleine isolatiemaatregelen voor inwoners met een smalle beurs via de EnergieBespaarCoaches.
  • We voeren financiële instrumenten uit:
    • We gaan door met de uitrol van VHF 1 in Doorbos-Linie en de Hoge Vucht voor grondgebonden woningen en 3 VVE’s.
    • We implementeren de deelprojecten van VHF 2 in Tuinzigt, Brabantpark en Prinsenbeek.
    • We gaan door met de regeling Toekomstbestendig Wonen.
    • We zetten het Klimaatfonds voort in gewijzigde vorm.
  • We ondersteunen specifieke doelgroepen:
    • We stimuleren en activeren VVE’s op weg naar de verduurzaming van hun gebouwen.
    • We zetten een stimuleringsprogramma op voor particuliere verhuur.
    • We organiseren activiteiten rondom natuurlijke verduurzamingsmomenten, zoals een verhuizing of verbouwing.
    • We informeren eigenaren over het verduurzamen van woningen met een monumentenstatus en zetten hen tot actie aan.
    • We ondersteunen eigenaren en huurders met een smalle beurs en/of risico op energiearmoede.

We zetten de gebiedsgerichte aanpak en de gemeentebrede aanpak ook de komende jaren voort.

4.3    Werklocaties
Dit thema richt zich op de verduurzaming van utiliteitsgebouwen op bedrijventerreinen, kantoorlocaties en verspreide bedrijfsgebouwen, inclusief gemeentelijk vastgoed. Onze strategie richt zich op energiebesparing, eigen energieopwekking, opslag, emissieloze voertuigen en aardgasvrij verwarmen en koelen. Een energieplan voor bedrijventerreinen maakt de resultaten concreet, met een betrouwbaar lokaal energiesysteem als cruciaal element voor een goed vestigingsklimaat.

4.3.1    Ontwikkelingen vanaf 2020
De (Rijks)overheid heeft diverse regels opgesteld om de duurzaamheidsdoelen op werklocaties te behalen. De verantwoordelijkheid voor de energietransitie ligt grotendeels bij de bedrijven en instellingen, maar ook de gemeente heeft een verantwoordelijkheid om dit proces in goede banen te leiden. Sinds 2020 heeft de verbeterde energie-efficiëntie geleid tot lagere operationele kosten voor bedrijven. Bedrijven kregen meer inzicht in hun energieverbruik, wat leidde tot lagere energiekosten en een lagere CO2-uitstoot. De samenwerking tussen bedrijven verbeterde, wat een meer gecoördineerde aanpak van energie-efficiëntie op bedrijventerreinen mogelijk maakte. De beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet vormt zowel een belemmering als drijfveer voor de verduurzaming van bestaande gebouwen, processen, wagenparken en nieuwbouw op bestaande en nieuwe werklocaties. Energiebesparing en slim (collectief) omgaan met de beschikbare netcapaciteit is nodig om ruimte te maken voor de (stijgende) vraag naar elektriciteit. De gemeente heeft een faciliterende rol in de energietransitie op werklocaties, organiseert het toezicht op de regelgeving en is incidenteel (proces)trekker van projecten. 

In onderstaande grafiek staat de verdeling van de uitstoot, met daarbij de ambitie voor 2025 en de berekende prognose voor 2023, 2030, 2044 en 2050. Sinds 1990 zien we vooral een sterke daling in de industrie. Dat komt met name doordat vanaf die tijd grote industriële bedrijven uit Breda zijn vertrokken, zoals de Machinefabriek Breda in 1993, Drie Hoefijzers/Oranjeboom in 2004, CSM in 2008 en De Faam in 2013. Tussen 2021 en 2022 is er ook een afname zichtbaar, die vooral is veroorzaakt door landelijke ontwikkelingen, zoals de daling van de emissiefactor van elektriciteit. Een verdere afname wordt mede veroorzaakt door de label C-verplichting voor kantoorpanden.

4.3.2    Maatregelen voor 2025

Voor 2025 richten we ons op het versterken van de energietransitie voor werklocaties. Daarvoor werken we samen met netbeheerders, het bedrijfsleven, brancheorganisaties, andere overheden en ontwikkelaars. We nemen daarvoor de volgende maatregelen:

  1. We zorgen voor een optimale dienstverlening aan bedrijventerreinen en kantoorlocaties en zorgen voor voorlichting, ondersteuning (onder andere met energiescans), data en regelgeving op het gebied van de energietransitie. 
  2. We voeren enkele gebiedsgerichte (proef)projecten uit. Daarmee streven we naar energiebesparing bij grootverbruikers en innovatie bij bedrijven op het gebied van de energietransitie. We starten met de Energiehub Steenakker, realiseren de Energiehub Frankenthalerstraat en omgeving en starten energiehubs in 3 nieuwe gebieden.
  3. We stellen een aanpak op de energietransitie voor instellingen en bedrijven in de wijken, zoals horeca, retail en maatschappelijk vastgoed (onderwijs, cultuur en zorg).
  4. We voeren onze wettelijke taken uit als toezichthouder binnen de energietransitie.

De uitvoering van deze activiteiten gaat ook na 2025 verder.

4.4    Schone mobiliteit
Binnen dit thema kijken we naar het verkeer en vervoer op de Bredase wegen en het gebruik van mobiele werktuigen. De klimaatbegroting richt zich vooral op het verschonen van vervoersmiddelen. Andere verduurzamingsactiviteiten en de verandering van vervoerswijze vallen buiten de klimaatbegroting en worden via de reguliere begroting uitgevoerd.

4.4.1    Ontwikkelingen in de periode 2020-2024
Door de mobiliteitsmaatregelen is het aantal laadpunten in Breda de afgelopen jaren forse toegenomen. Daardoor is de hoeveelheid schadelijke uitstoot verminderd. Met de introductie van deelscooters is het aantal duurzame mobiliteitsopties toegenomen. Ook hebben we ons flink ingezet om het gebruik van de fiets te stimuleren. De afname van de uitstoot van CO2 binnen het thema Verkeer en Vervoer is echter beperkt, doordat de mobiliteit weliswaar schoner is geworden, maar ook is gegroeid. We moeten ons dus voortdurend blijven inzetten om deze positieve trends te handhaven en verder te versterken.

In onderstaande grafiek staat de verdeling van de uitstoot in 2015 en 2019, met daarbij de ambitie voor 2025 en 2030. Bij mobiliteit is geen daling zichtbaar. Het effect van schonere en elektrische auto’s is vrijwel net zo groot als de toename van het verkeer in de stad, waardoor de emissies gelijk blijven. Richting 2030 verwachten we wel een omslag, doordat de effecten van de landelijke en Europese afspraken over elektrische voertuigen steeds groter worden.

In de sector mobiliteit en transport is vooral een autonome ontwikkeling zichtbaar. Toch kan de gemeente ook hier meer invloed uitoefenen door (meer) concreet beleid vast te stellen. We zijn bezig met het formuleren van beleidsmaatregelen, bijvoorbeeld voor de zero emissiezone(s). Door de maatregelen voor mobiliteit verder uit te werken en uit te voeren, kunnen we onze uitstoot verder verlagen.

4.4.2    Maatregelen voor 2025

In 2025 nemen we maatregelen die effect hebben op vlakken waarvoor (nog) geen landelijk beleid is. We gaan verder met de voorbereiding van een zero emissiezone in het centrum. Daarnaast vergroten we het aanbod van deelmobiliteit. Ook willen we mobiele werktuigen verder verschonen. Tot slot blijven we de aanleg van laadpalen faciliteren en stellen we een laadvisie op. Daardoor hebben we ook in de nabije toekomst een goed beleid voor de laadpalen in Breda. 

  1. We gaan door met de aanleg van laadpalen.
  2. We stellen een Bredase laadvisie op.
  3. We stimuleren deelmobiliteit door samen te werken met marktpartijen en door voorlichting te geven aan inwoners en bedrijven.
  4. We nemen een aankondigingsbesluit over de zero emissiezone in de binnenstad.
  5. We zetten de eerste stappen in de verduurzaming van mobiele werktuigen.

4.5    Duurzame overheid

Binnen dit thema richten we ons op de verduurzaming van de gemeentelijke bedrijfsvoering. Daarbij gaat het om maatschappelijk vastgoed, openbare voorzieningen en onze eigen mobiliteit. We gebruiken de CO2-voetafdruk als rekenmethode om onze impact op het klimaat inzichtelijk te maken. Om de CO2-voetafdruk (scope 1 en 2) in kaart te brengen, gebruikt de gemeente de CO2-prestatieladder.

We willen daarnaast de inkoop van materialen en diensten verduurzamen. Ook de impact van de keten is zichtbaar te maken in een CO2-voetafdruk via de CO2-prestatieladder. Door duurzame inkoop komt onze CO2-voetafdruk op scope 3.

4.5.1    Ontwikkelingen vanaf 2020
We voeren meerdere programma’s en plannen uit om onze bedrijfsvoering te verduurzamen, zoals het meerjarenplan Gemeentelijk Vastgoed, de verduurzaming van de openbare verlichting en een intern onderzoek naar ons wagenpark en zakelijk reizen. Om dit centraal te monitoren en te sturen, hebben we het CO2-prestatieladder-managementsysteem geïntroduceerd, waar we in 2022 het certificaat voor hebben behaald. Nu de basis op orde is, kunnen we nog gerichter aan de slag met duurzaamheid.

De komende jaren willen we verbreden naar scope 3. We gaan hierbij ook (een deel van) de CO2-voetafdruk van onze contractpartners inzichtelijk maken. Samen met hen bekijken we hoe we de CO2-voetafdruk van de hele keten kunnen verlagen.

4.5.2    Maatregelen voor 2025
We voeren projecten uit die in 2025 bijdragen aan een lagere CO2-footprint, die past bij scope 3 van de prestatieladder. Daarvoor treffen we meerdere concrete maatregelen:

  • We vergroten de bewustwording binnen onze eigen organisatie op het gebied van duurzaamheid. Dat doen we door onder meer aandacht te besteden aan afvalscheiding en duurzame mobiliteit en door ons restaurant te verduurzamen.
  • We voeren het convenant Schoon en Emissieloos Bouwen uit door eisen en gunningscriteria toe te passen in alle geldende contracten.
  • We zorgen voor duurzaam opdrachtgeverschap voor activiteiten in de openbare ruimte door kritisch te kijken naar de materiaal- en ontwerpkeuzes en door materiaal te hergebruiken.
  • We voeren het plan van aanpak uit voor de verduurzaming van ons wagen- en machinepark.
  • We doen onderzoek naar slimme openbare verlichting.
  • We verduurzamen onze eigen inkopen. Dat doen we volgens het actieplan Maatschappelijk Verantwoord Inkopen, dat eind 2024 wordt vastgesteld.
  • We monitoren onze prestaties via de CO2-prestatieladder.

4.6    Natuurherstel en landbouw
Binnen dit thema werken we aan het toekomstperspectief voor het buitengebied voor ondernemers, natuur en recreanten. We herstellen natuurwaarden door extra bos en struweel aan te planten. Door verminderde veenoxidatie neemt de uitstoot van broeikasgassen af, net als door de transitie in de landbouw. We blijven werken aan de ontwikkeling van de ecologische groenstructuur. Deze structuur bestaat uit het Natuurnetwerk met ecologische verbindingszones (EVZ) en faunapassages en is onderverdeeld in het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur), het Natuurnetwerk Brabant en het gemeentelijke natuurnetwerk met een bossenstrategie (met Rijksfinanciering via de provincie). Dit alles is vastgelegd in het Groenkompas van Breda. Het Natuurnetwerk Nederland, het Natuurnetwerk Brabant en de maatregelen vanuit de Kaderrichtlijn Water moeten in 2027 klaar zijn.  

4.6.1    Ontwikkelingen vanaf 2020
Dankzij duurzamere landbouwmethoden en natuurherstel is de biodiversiteit verbeterd en zien we een grote afname van de uitstoot van broeikasgassen. De ecologische balans in het stedelijk gebied en het buitengebied is versterkt. Deze langdurige verbeteringen dragen bij aan een duurzame en gezonde omgeving, waarbij de ecologische gezondheid en de klimaatdoelen worden ondersteund. We blijven ons voortdurend inzetten om deze positieve ontwikkelingen te handhaven en verder uit te bouwen.

In onderstaande grafiek staat de verdeling van de uitstoot van de landbouwsector in Breda in 2015 en 2019, met daarbij de ambitie voor 2025 en 2030. Het hoge uitstoot door aardgas komt vanuit de glastuinbouw. Voor de effecten van de verandering in landgebruik is momenteel alleen een landelijke rapportage beschikbaar.

De compensatie van de uitstoot door 130 hectare nieuw natuurgebied is nog niet bepaald. Die wordt opgenomen in een volgende klimaatbegroting.

4.6.2    Maatregelen 2025
Voor 2025 richten we ons op de aanleg van nieuwe natuur en planvoorbereidingen. Dit doen we met de volgende concrete maatregelen:

  • We richten 4 al beschikbare gebieden in met nieuwe natuur binnen het Natuurnetwerk: Landgoederenzone Haagse Beemden-Zuid, Lage Vuchtpolder fase 2, een nieuw bos aan de Marellenweg en een nieuw bos aan de Overaseweg.
  • We realiseren een deel van het Levensbos, dat door inwoners en bedrijven is gefinancierd.
  • We kopen nieuwe gronden aan voor de aanleg van 20 hectare nieuwe natuur als onderdeel van het Natuurnetwerk.
  • We leggen de ecologische verbindingszones (EVZ's) Mark en Singels aan. Dit is een van de maatregelen om te gaan voldoen aan de KRW.
  • We leggen 4 faunapassages aan. Denk aan een groenstrook over bruggen, een faunatunnel onder een weg en hekken om dieren naar de passages toe te geleiden.
  • We starten we met de planvoorbereiding van het Natuurnetwerk binnen de visie Bavel.

In onderstaande tabel ziet u de verwachte aanleg van nieuwe natuur binnen de gemeente Breda (inclusief nieuwe natuur in gebiedsontwikkelingen). Het gaat hier om inschattingen.

Verwachte realisatie van nieuwe natuur per jaar 2025 2026 2027 2028
Totale ecologische groenstructuur 73 96 73 106
Natuurnetwerk (ha) 65 88 65 89
Ecologische verbindingszones (in km en ha) 3km / 8 ha 3km / 8 ha 3km / 8 ha 7 km / 17 ha

Daarnaast werken we maatregelen uit om de natuurwaarden van bestaande gebieden te vergroten:

    • De gemeentelijke bomen- en bossenstrategie is erop gericht om tot 2030 circa 130 hectare nieuw bos aan te leggen. De strategie is een uitwerking van de Europese, landelijke en provinciale bossenstrategie, waarbij we rekening houden met het bestaande landschap en habitat.
    • We zetten de gebiedsaanpak Ulvenhoutse Bos voort en kijken naar alle sectoren om de stikstofdepositie terug te dringen. 
    • We gaan aan de slag met het Natuurherstelplan, dat eind 2024 wordt opgeleverd.  
    • We stimuleren ook anderen om de natuur en biodiversiteit op hun terrein te versterken. Zo doen we mee met de subsidieregeling Erven Plus, die deelnemers werft en subsidie verstrekt om in het buitengebied op eigen erf maatregelen te nemen die de biodiversiteit versterken. Met de Stila-subsidie ondersteunen we boeren om de biodiversiteit te vergroten, bijvoorbeeld door bloemenstroken, kruidenrijk grasland, houtwallen, bomenstructuren en ecologisch ingerichte oevers van watergangen in te richten op agrarische percelen. 
    • We gaan met de glastuinbouwsector in gesprek over kansen voor duurzame energie in samenhang met de energiebehoefte voor nieuwe of bestaande woonwijken. Dat doen we op basis van de Warmtebronnenstudie, die eind 2024 wordt afgerond. 
    • We zetten de eerste stappen om samen met de sector te komen tot een transitie in de landbouw op basis van het Brabantse programma.

5. Risico's

Terug naar navigatie - 5. Risico's

Om van Breda een duurzame en bestendige stad te maken, werken we met veel partners samen. Onze voortgang is daardoor mede van die partners afhankelijk. Ook andere ontwikkelingen kunnen een forse impact hebben op het programma. Denk aan de oorlog in Oekraïne en het effect daarvan op de energieprijzen, of de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet. Daarnaast worden we in onze plannen belemmerd door de huidige krapte op de arbeidsmarkt, de onzekerheid van bronnen voor het warmtenet en de onduidelijkheid rondom de energiewetgeving. Daarom stellen we de aanpak in dit programma regelmatig bij op basis van de actualiteit. We hebben de planning van de aargasvrije aanpak bijvoorbeeld bijgesteld. Ook moeten we vanwege netschaarste een integrale afweging maken voor vraag en aanbod van energie. Netschaarste is van invloed op alle aspecten van ons Klimaatplan en heeft daarmee invloed op de haalbaarheid van de doelstellingen.
 
Ook bij de aanleg van het Natuurnetwerk kunnen onvoorziene knelpunten optreden. Deze maatregelen maken deel uit van het programma voor de Europese Kaderrichtlijn Water, dat eind 2027 klaar moet zijn. Als we deze eindtermijn niet halen, kan dat juridische gevolgen hebben voor ontwikkelingen in de stad, zoals de recreatievaart en de woningbouw.
 
De aanpak van de huidige en toekomstige uitdagingen op het gebied van klimaat en energie vraagt om een grondige analyse van de bijbehorende risico's. Deze kunnen worden ingedeeld in meerdere categorieën, variërend van technische en infrastructuurrisico's tot financiële, economische en personele risico's. Daarnaast spelen er sociale risico's en risico's op het gebied van beleid, regelgeving en samenwerking. 

Al deze factoren bemoeilijken het behalen van onze doelstelling voor 2044. Om deze uiteenlopende risico's effectief te beheren, is een geïntegreerde en proactieve benadering nodig. We kunnen deze uitdagingen alleen het hoofd bieden als we strategisch samenwerken, onszelf voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden en met innovatieve oplossingen komen. Het is cruciaal dat we alert blijven en flexibel inspelen op nieuwe ontwikkelingen om de ambities van ons klimaatbeleid waar te maken en de duurzaamheid van onze gemeenschap te waarborgen. 

6. Overzicht middelen

Terug naar navigatie - 6. Overzicht middelen

De afgelopen periode zijn er middelen beschikbaar gekomen voor verschillende doelgroepen en onderwerpen binnen de thema’s. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de beschikbare middelen per thema en per doelgroep voor 2025 en de periode 2026-2028. Bij de bedragen voor de periode 2026-2028 gaat het om een indicatie, omdat we nu nog niet weten wat de extra inzet vanuit de gemeente en het Rijk zal zijn. 

Bovenstaand overzicht gaat over ons exploitatiebudget voor het uitvoeringsprogramma Klimaat. Daarbij hebben we een splitsing aangebracht tussen de Bredase gelden en de Rijksgelden. Vanaf 2025 worden inkomsten verwacht vanuit de nieuwe windmolens langs de A16. Deze middelen worden in een apart fonds beheerd, waarvan de regels voor besteding van de middelen nog uitgewerkt moeten worden. De verdeling van het werkbudget 2025 (inclusief SPUK CDOKE exclusief overige SPUK uitkeringen) totaal circa € 7,9 miljoen is per onderdeel weergegeven in bovenstaande figuur.

Verder valt op dat de gelden van het werkbudget grotendeels vanuit het Rijk afkomstig zijn. De Bredase middelen zijn de afgelopen jaren gedaald. In deze begroting is de jaarlijkse taakstelling van € 650.000 vanaf 2026 al meegenomen. (Voor 2025 gaat het om € 400.000.) 

De CDOKE-middelen vanuit het Rijk zijn structureel toegezegd. Dat hebben we ook zo verwerkt in deze begroting. Deze middelen hebben we echter pas ontvangen tot 2025. Indexatie en extra taken zijn ook niet in deze middelen meegenomen. Dat is opgenomen als risico.

In onderstaande figuur ziet u de verdeling per onderdeel van het werkbudget voor 2025 (exclusief SPUK-uitkeringen). In totaal gaat het om circa € 5,8 miljoen. Bij ‘Programmabreed advies en uitvoering’ zijn de kosten en uren begroot van de medewerkers die programmabreed werken, zoals de afdelingen ICT en Data, Juridische Zaken, Inkoop, Communicatie, Financiën en HR.

Daarnaast hebben we middelen gereserveerd in het Strategisch Investeringsplan:

Bedragen x € 1.000
2025 2026 2027 2028
Natuurnetwerk: Realisatie Ecologische hoofdstructuur 1.926
Natuurnetwerk: Biodiversiteit- Ecologische groenstructuur - natuurnetwerk 5.871 5.807 5.808 5.050
Biodiversiteit - ecologische groenstructuur - verbindingszones 500 500 500 1.100
EVZ Mark, Aa of Weerijs en Singels 1.000 6.000 3.500 5.561
Laadpalen Chassépark 150
Soortenmanagementplan 400