Met ‘openbare ruimte’ bedoelen we de ruimte in de stad en de dorpen die voor iedereen vrij toegankelijk is. Denk daarbij aan: straten, parken, pleinen, speeltuinen en de singels. In deze openbare ruimte vinden veel dagelijkse activiteiten plaats, zoals verplaatsen van A naar B, ontmoeten, verblijven en recreëren. Ook is het de plek voor functionele gebruikselementen. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte is verdeeld over 7 kapitaalgoederen:
- wegverhardingen
- civieltechnische kunstwerken
- openbare verlichting
- bomen
- stedelijk groen
- waterwegen en -voorzieningen
- riolering*
* Voor de riolering hebben we te maken met bijzondere wettelijke eisen en een aparte financiering. Hierover leest u meer bij het onderdeel Riolering hieronder.
Actualisatie beleidskader kapitaalgoederen openbare ruimte 2024-2028
In 2021 hebben we het voorgaande beleidskader kapitaalgoederen (2014-2021) opnieuw geëvalueerd. Daaruit bleek dat het beheer en onderhoud van de openbare ruimte steeds verder achter begon te lopen. Vooral de wegverhardingen, de civieltechnische kunstwerken, de bomen en het cultuurgroen verdienen meer aandacht. In het bestuursakkoord ‘Dichtbij doen, samen sterk vooruit’ uit 2022 hebben we ingespeeld op de uitkomsten van de evaluatie en is voor de periode 2022-2024 € 14,5 miljoen beschikbaar gesteld. Het merendeel hiervan is ingezet voor de kapitaalgoederen.
In 2024 hebben we het eerdere beleidskader kapitaalgoederen geactualiseerd. Daarbij is duidelijk geworden dat de vastgestelde kwaliteit ten opzichte van de evaluatie in 2021 nog verder achteruit is gegaan. Ook is gebleken dat we een achterstand hebben op de inspecties van de kapitaalgoederen civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting, bomen, stedelijk groen, waterwegen en -voorzieningen. In het geactualiseerde beleidskader 2024-2028 is de strategie uitgewerkt om met stutten-herijken-consolideren de komende jaren weer grip te krijgen. Dit doen we met het uitgangspunt dat we alle kapitaalgoederen op een voorlopig gemiddeld onderhoudsniveau C onderhouden, behalve de riolering. Daarvoor is in het Gemeentelijk Plan Stedelijk Water en Riolering onderhoudsniveau B vastgesteld.
Daarnaast zetten we een aantal stappen om grip te krijgen op het beheer en onderhoud. In een eerste stap werken we aan een inhaalslag om de inspecties en de data en informatie op orde te krijgen. Parallel daaraan werken we aan de achterstanden en onderhoudsopgaven die uit de inspecties voortkomen. Jaarlijks bekijken we of we het onderhoudsniveau, onze aanpak en de beschikbare middelen moeten bijstellen. Als dit het geval is, doorlopen we hiervoor een bestuurlijk proces.
Door de instelling van de reserve kapitaalgoederen en een risicogestuurde aanpak bij het vervangen van de openbare verlichting is er geen financieel risico meer op achterstalligheid. De kans bestaat dat we tijdens onze inspecties nieuwe achterstalligheden constateren. Die kunnen we echter financieel opvangen.
We zetten het exploitatiebudget van de kapitaalgoederen zo efficiënt mogelijk in gedurende het begrotingsjaar. Dit kan leiden tot een eenmalige verschuiving van het ene kapitaalgoed naar het andere, omdat de voortgang per kapitaalgoed kan verschillen.
We monitoren de gemiddelde uitgaven per kapitaalgoed, zodat de uitvoering plaatsvindt volgens het beleidskader actualisatie kapitaalgoederen voor de periode 2025-2028. Als er sprake is van een verschuiving, dan melden we dit in de bestuursrapportage.
De reserve kapitaalgoederen is bedoeld voor het aanpakken van achterstanden en achterstalligheden van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Daarbij kan het gaan om:
- een eenmalige verhoging van het exploitatiebudget
- een storting in de investeringsreserve voor extra vervangingsinvesteringen
- een dotatie aan de voorziening voor achterstalligheid
Voorstellen voor onttrekkingen uit de reserve worden aan de gemeenteraad aangeboden via de bestuursrapportage of via de laatste begrotingswijziging in het jaar.