Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding

Risico’s inschatten
Als gemeente werken we aan oplossingen voor grote maatschappelijke problemen. Dat vraagt om vernieuwende oplossingen, maar daarbij weten we niet altijd zeker wat het resultaat zal zijn. Ook kunnen de omstandigheden veranderen, bijvoorbeeld door nieuwe wetten of een veranderende economische situatie. Daardoor kunnen onze plannen anders uitpakken dan verwacht, waardoor we onze doelen niet halen. Daarom is het belangrijk dat we van tevoren nadenken over mogelijke risico’s.

We zetten risicomanagement in om goed voorbereid te zijn op alle denkbare situaties. Daarbij bekijken we vooraf wat er mis kan gaan én welke kansen er zijn. Zo kunnen we betere keuzes maken. Dat is belangrijk, want sommige risico’s zijn te groot voor de gemeente alléén.

Voldoende financiële buffer
Een belangrijk onderdeel van risicomanagement is het weerstandsvermogen. Dat is een soort financiële buffer. Het laat zien of de gemeente genoeg geld heeft om onverwachte kosten op te vangen.

We berekenen dit door te kijken naar:

  • hoeveel geld we vrij kunnen gebruiken (de weerstandscapaciteit)
  • hoeveel geld we nodig hebben om risico’s op te vangen

Wat leest u in deze paragraaf?
In deze paragraaf leggen we uit wat de belangrijkste risico’s zijn binnen elk programma van de gemeente. Ook laten we zien of we genoeg geld hebben om deze risico’s op te vangen.

Programma risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Programma risico's

Per programma benoemen we niet-financiële risico’s die de uitvoering en de maatschappelijke doelstellingen onder druk zetten. 

Vitaal en sociaal Breda
Structurele personeelstekorten
Het aanbod van gekwalificeerd personeel in de zorg, de jeugdhulp en de gemeentelijke uitvoering blijft structureel achter bij de vraag. Daardoor ontstaat een situatie waarin essentiële ondersteuning niet tijdig of volledig geleverd kan worden. Dit leidt tot langere wachttijden, hogere werkdruk en een verminderde kwaliteit van de dienstverlening. 

Meer en complexere hulpvragen
Door maatschappelijke ontwikkelingen als medicalisering, prestatiedruk, intergenerationele problematiek en een afname van informele netwerken, neemt de vraag naar ondersteuning toe en wordt deze vraag complexer. Hierdoor ontstaat een groeiende druk op het sociaal domein en een toename van langdurige en intensieve hulptrajecten. 

Digitale uitsluiting en ongelijkheid
Inwoners die onvoldoende digitaal vaardig zijn of geen toegang hebben tot digitale middelen, zijn mogelijk minder goed op de hoogte van de gemeentelijke dienstverlening en kunnen hier minder goed zelfstandig gebruik van maken. Als gemeente besteden we extra aandacht aan deze groep, zodat ook zij toegang hebben tot ondersteuning, werk en participatie.

Beleidsmatige versnippering en gebrek aan sturing
Doordat het beleid, de financiering en de uitvoering binnen het sociaal domein onvoldoende op elkaar zijn afgestemd, ontstaat versnippering en onduidelijkheid. Dit belemmert een effectieve samenwerking, leidt tot inefficiëntie en maakt het voor inwoners en partners lastig om de juiste ondersteuning te vinden. 

Beperkte regie en samenwerking
Wanneer de regie op complexe casuïstiek ontbreekt en de samenwerking tussen lokale teams, specialistische hulp en maatschappelijke partners onvoldoende is, ontstaat het risico dat inwoners tussen wal en schip vallen. Dit leidt tot vertraging in de hulpverlening en suboptimale resultaten.

Bestaansonzekerheid en financiële stress
Door de stijgende kosten voor levensonderhoud, schuldenproblematiek en beperkte toegang tot passend werk komen steeds meer inwoners financieel in de knel. Dit vergroot de afhankelijkheid van de gemeentelijke ondersteuning en het belemmert duurzame participatie.

Woningmarktproblematiek
Door een tekort aan betaalbare en passende woningen kunnen kwetsbare inwoners moeilijk doorstromen vanuit de zorg of de opvang. Dit belemmert hun herstel en het vergroot de druk op de maatschappelijke opvang en beschermd wonen. 

Afname van sociale cohesie en gemeenschapskracht
Wanneer de sociale netwerken in de wijken verzwakken en het aantal ontmoetingen afneemt, vermindert de onderlinge steun tussen inwoners. Dit belemmert de vroegsignalering van problemen en het vergroot de afhankelijkheid van formele hulpverlening. 

Complexiteit regionale samenwerking
Omdat het sociaal domein grotendeels regionaal georganiseerd is, bestaat er een risico dat verschillen in beleidskeuzes, belangen of tempo tussen gemeenten onderling leiden tot vertraging in de besluitvorming of de uitvoering. Dit kan de effectiviteit en efficiëntie van de samenwerking onder druk zetten en gevolgen hebben voor de continuïteit van de ondersteuning aan inwoners. 

Netcongestie
Door aanhoudende netcongestie kunnen maatschappelijke voorzieningen, zorglocaties, sociale woningbouw en andere essentiële wijkvoorzieningen – zoals huisartsenpraktijken, supermarkten en buurtcentra – niet tijdig worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Hierdoor vertraagt de uitvoering van het sociaal beleid en komt de leefbaarheid in kwetsbare wijken onder druk te staan. Het risico bestaat dat inwoners minder toegang hebben tot basisvoorzieningen, wat hun zelfredzaamheid, gezondheid en participatie belemmert. 

Ondernemend Breda
Verbeter Breda
Bij de uitvoering van Verbeter Breda staat het betrekken van inwoners centraal. Het gesprek met inwoners is belangrijker dan snelle mijlpalen of resultaten zonder draagvlak. Daarom nemen we de tijd om te horen wat zij belangrijk vinden in hun buurt. Deze aanpak levert waardevolle inzichten en kansen op. Tegelijk kan het betekenen dat we budgetten later besteden dan gepland.

Gasthuisvelden
Binnenstedelijke ontwikkellocaties zijn vaak complex. Wet- en regelgeving, stijgende bouwkosten en krapte op de arbeidsmarkt maken het extra lastig. Daardoor reageren partijen soms terughoudend op tenders. Het Seeligpark gaat in 2026 open voor publiek en we vertrouwen op een positief gebruik van het park. Tegelijkertijd houden we dit goed in de gaten en bij ongewenst gebruik komen onze handhavers in actie.

CrossMark
De ontwikkeling van CrossMark 't Zoet is groot, complex en langjarig. Daarom zijn risicomanagement en communicatie onmisbaar. Een belangrijk risico is de financiering over een lange periode, waarbij we afhankelijk zijn van andere overheden. Ook de technische complexiteit is een risico. Denk aan: funderingsresten, onderdoorgangen bij het spoor en hoogwaardige OV-verbindingen. Daarnaast zijn er milieutechnische risico’s, zoals geur, geluid, bodemverontreiniging en externe veiligheid door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor.

Voor het Havenkwartier/De Strip zijn er 2 belangrijke risico’s. Het eerste risico is het realiseren van 655 woningen vóór 2030. Dit is een eis vanuit de subsidie Woningbouwimpuls van het Rijk. We ontvingen hiervoor € 9,9 miljoen. De marktomstandigheden zijn echter grillig. Een ander belangrijk risico is de stijging van de bouwkosten. Die leveren een grote uitdaging op voor de betaalbaarheid van de herontwikkeling van de Backer & Rueb erfgoedhallen door Amvest en het ontwerp van de Broedplaats Performing Arts op Klavers Jansen.

Centrum-Oost
Voor Centrum-Oost maken we afspraken met eigenaren, ontwikkelaars en initiatiefnemers die grond of vastgoed bezitten. Zo benutten we hun bereidheid om te investeren en vergroten we de haalbaarheid van de plannen. Hoeveel ruimte er is voor private investeringen hangt sterk af van het economisch klimaat en de situatie van de betrokken partijen. Daarnaast spelen in Centrum-Oost ook risico’s als stikstof en netcongestie.

Bavel
De wetgeving over stikstofuitstoot vormt het grootste risico voor de ontwikkelingen in Bavel. De ligging dicht bij het Ulvenhoutse Bos speelt daarbij een belangrijke rol.

Nieuwe Mark
Externe marktomstandigheden kunnen de financiële haalbaarheid van het project beïnvloeden. Daarom werken we met risico-opslagen om mogelijke ontwikkelingen het hoofd te bieden. We beperken het risico op overlap met andere werkzaamheden in de omgeving door een goede planning, overleg met de betrokken partijen en het combineren van werkzaamheden waar dat kan.

Cultureel erfgoed, Archief en Archeologie 

  • Het project Collectie Breda is mede afhankelijk van de medewerking van particuliere eigenaren van collecties. Zonder hun bijdrage ontstaat er geen volledig beeld van het Bredase erfgoed. 
  • Op dit moment staan er nog ruim 100 potentiële monumenten op de lijst. De voortgang hangt deels af van het aantal bezwaren van belanghebbenden.
  • Binnen de erfgoedbegroting is op dit moment geen ruimte voor een subsidieregeling die duurzame monumentenzorg stimuleert. Dit zet druk op de gemeentelijke ambitie om te verduurzamen.
  • We voldoen nog niet aan de recent aangepaste Wet vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) 2025. Dit kan leiden tot opmerkingen van de provincie bij het interbestuurlijk toezicht (IBT).
  • Team Archief en Archeologie levert een inhoudelijke bijdrage aan maatschappelijke opgaven en het publieke debat. Daardoor is het werk niet altijd goed te plannen. Op piekmomenten ontstaat er druk op de capaciteit en lukt het niet altijd om de gevraagde inzet te leveren.
  • De archeologie- en archiefcollectie zijn nog niet voldoende divers en inclusief. Oudere onderzoeksgegevens en collecties zijn bovendien nog beperkt digitaal beschikbaar. Dit belemmert de toegankelijkheid en het gebruik van deze informatie door inwoners, onderzoekers en beleidsmakers.
  • De huurcontracten van het archeologisch depot en het depot met studiezaal van het Stadsarchief Breda lopen af in 2027. Een (meerjarige) verlenging hiervan is onzeker. We kijken daarom vooruit naar een passende en toekomstbestendige huisvesting voor beide voorzieningen, liefst één gezamenlijk Collectiehuis.

Breda Studentenstad
De organisatie van het Introfestival en GoodMood wordt duurder. We blijven in gesprek met onze partners en zoeken samen naar oplossingen. De betrokken bestuurders willen deze evenementen behouden.

Duurzaam wonen in Breda
Grote woonprojecten in de stad
Samen met onze partners werken we aan meer woningbouw in Breda. Daarbij komen we samen verschillende risico’s tegen. Denk aan: veranderende marktomstandigheden, beperkte financiële ruimte, stikstofregels, een vol elektriciteitsnet en zorgen over de waterkwaliteit.

Bereikbaar Breda
Voor een goede bereikbaarheid zijn we afhankelijk van andere (overheids)organisaties. Het verkeer stopt immers niet bij de gemeentegrenzen van Breda. De uitbreiding van de A58, het personenvervoer over het spoor en woningbouw in omliggende gemeenten zijn voorbeelden van ontwikkelingen die invloed hebben op onze bereikbaarheid, maar waar we zelf niet op kunnen sturen. Daarom lobbyen we samen met onze partners om de belangen van de gemeente Breda en de regio onder de aandacht te brengen.

Breda is duurzaam bestendige stad
Afhankelijk van de weersomstandigheden is er meer inzet nodig van de betrokken marktpartijen, toezicht & handhaving en de politie om de veiligheid te waarborgen.

Basis op orde in Breda
Wijkzaken
Ook in 2026 werken we verder aan het verminderen van de onderhoudsachterstanden bij de wegverhardingen. De kans bestaat dat we daarbij nieuwe achterstalligheden constateren. Ook kan de verslechtering van de wegverhardingen sneller verlopen dan voorzien. Bijvoorbeeld door bouwverkeer, droogte of natte periodes.

Het weer en de klimaatverandering hebben ook invloed op de ontwikkeling van invasieve exoten. Afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen die sneller groeien en zich sneller ontwikkelen dan voorzien. Verontreinigingen in de openbare ruimte, zoals met staalslakken of chemicaliën, zijn niet-voorziene invloeden. Daarnaast blijft de interne en externe capaciteit een uitdaging. Ook prijsstijgingen blijven een aandachtspunt. Een ander risico waar we in 2026 aan werken, is het voorkomen van de onderuitnutting van budgetten en investeringskredieten. Bijvoorbeeld door vertragingen of onvoorziene uitdagingen in de programmering of uitvoering.

Afvalservice

  • Het gedrag van onze inwoners is cruciaal om de VANG-doelstellingen te halen. Afvalservice investeert daarom in de communicatie met bewoners, organisaties en bedrijven.
  • De mondiale ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het afval, zijn moeilijk in te schatten, maar kunnen een forse impact hebben.
  • De elektrificatie van het wagenpark vraagt om een zorgvuldige aanpak en fasering, zodat de reguliere bedrijfsvoering niet verstoord raakt.

Organisatie en financiën van Breda
Arbeidsmarkt en organisatiekracht
De gemeentelijke organisatie staat onder druk door mogelijke capaciteitsproblemen en een verminderde inzet van personeel door een krappe arbeidsmarkt en verzuim.

De arbeidsmarkt blijft de komende jaren krap door ontgroening en vergrijzing. De uitstroom van medewerkers door pensioen neemt toe. Om deze risico’s te beheersen, is het aantrekken en behouden van medewerkers een speerpunt van ons HR-beleid. Dit doen we door in te zetten op goed werkgeverschap, door het management en leiderschap te versterken, door ons werkgeversmerk te verstevigen en door mogelijkheden te onderzoeken om slimmer te werken. Via stay- en exitgesprekken houden we zicht op wat er leeft onder onze medewerkers, zodat we daarop kunnen inspelen.

Vacatures zijn steeds lastiger in te vullen. Dit geldt ook voor inhuurkrachten. We zien hogere tarieven, wat past bij het beeld van een krappe arbeidsmarkt.

Het ziekteverzuim nam in 2024 toe en kwam uit op 7,34%. Dit is ook het beeld bij andere gemeenten. Breda gaat wat dat betreft gelijk op met gemeenten met een vergelijkbare omvang. Psychische klachten zijn de belangrijkste reden voor ziekteverzuim bij medewerkers tot 55 jaar. De landelijke trend laat zien dat er een toename is van het aantal psychische klachten.

Digitalisering en datavolwassenheid
De digitale transitie stelt hoge eisen aan de organisatie, in technisch opzicht én in houding en vaardigheden. Digitale innovaties lopen regelmatig vertraging op door technische problemen of een tekort aan vaardigheden. Daarnaast worden de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie vaak niet volledig benut door een gebrek aan kennis, onvoldoende infrastructuur of te weinig investeringen. Ook kan onvolledige of versnipperde data een belemmering vormen voor het nemen van betrouwbare besluiten en het afleggen van verantwoording.

Informatiebeveiliging en gegevensbescherming
Naast cyberdreigingen kan ook intern handelen leiden tot datalekken, bijvoorbeeld door onzorgvuldigheden of gebrekkige controles. Dit kan leiden tot reputatieschade en sancties.

Weerstandsvermogen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Weerstandsvermogen

We hebben een deel van ons eigen geld apart gezet als buffer. Daarmee kunnen we financiële tegenvallers opvangen. Zo zorgen we ervoor dat we onze plannen kunnen blijven uitvoeren en ons beleid stabiel blijft.

In de jaarrekening 2024 was het risicoprofiel (berekend met een Monte Carlo-simulatie) € 59,3 miljoen. In deze begroting is het risicoprofiel, op basis van de nieuwste cijfers, met € 7,2 miljoen gestegen. Het totale risicoprofiel komt nu uit op € 66,5 miljoen. 

Met name de grote gebiedsontwikkelingen voegen een extra dimensie van onzekerheid toe. Deze projecten brengen substantiële investeringen met zich mee, hiermee nemen de onzekerheden en dus ook de risico’s toe. 

Om deze risico’s op te vangen en een stabiel financieel perspectief te houden voor Breda, wordt tussen 2026 en 2029 in totaal € 15,15 miljoen vanuit het meerjarenperspectief gestort in de algemene reserve. 

Om de risico’s van € 66,5 miljoen op te vangen, heeft de gemeente in 2029, na de extra storting van € 15,15 miljoen, een bedrag van € 130,9 miljoen beschikbaar. Het verschil tussen deze bedragen is het weerstandsvermogen: € 64,4 miljoen. Dit betekent dat we genoeg geld hebben om ons beleid voort te zetten als de risico’s werkelijkheid worden.

De ontwikkeling van het risicoprofiel ziet er als volgt uit:

  • De verticale as links (0,0-40,0) toont de bedragen x € 1 miljoen per risicogroep (kolommen).
  • De verticale as rechts (0,0-140,0) toont het totaal aan risico's (de rode lijn) en het beschikbare vermogen x € 1 miljoen (de groene lijn). Het verschil tussen beide lijnen is het weerstandsvermogen.

Hoe we omgaan met het weerstandsvermogen, staat in de afbeelding hieronder:

In de afbeelding hierboven is te zien hoe we omgaan met het weerstandsvermogen:

  • De rode lijn laat zien welk minimumbedrag we als buffer nodig hebben. Dit bedrag is bedoeld om financiële tegenvallers op te vangen.
  • Als we meer geld hebben dan dit minimumbedrag, kijken we hoeveel we nodig hebben om onze financiële positie gezond te houden. Dat is het grijze vakje.

We meten onze financiële positie met verschillende kengetallen, zoals de netto schuldquote, de solvabiliteit, de grondexploitatie, de belastingcapaciteit en de structurele exploitatieruimte (meer uitleg hierover staat verderop). Als we de buffer hebben aangehouden en onze financiële positie op orde is, kijken we hoeveel geld we nodig hebben voor eerder gemaakte afspraken. Als er daarna nog geld overblijft, kunnen we dat vrij inzetten.

Beleid: Uitgangspunten en proces

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beleid: Uitgangspunten en proces

Als gemeente willen we de doelen waarmaken die we samen hebben vastgesteld. Dat doen we het liefst zonder onverwachte tegenvallers. Daarom pakken we risico’s slim aan. We volgen 4 duidelijke stappen om risico’s goed te beheren en financiële schade te beperken.

1e lijn: We brengen risico’s in beeld
We kijken goed naar wat er om ons heen gebeurt. Soms ontstaan er risico’s door ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben. Ook kiezen we er soms bewust voor om risico’s te nemen, omdat ze ons helpen om onze plannen uit te voeren. Daarnaast letten we op risico’s die we wél kunnen voorkomen, bijvoorbeeld als we onbedoeld niet helemaal volgens de regels werken. Ook houden we rekening met onverwachte gebeurtenissen, waaronder fraude of schade. Al deze risico’s brengen we zorgvuldig in kaart.

2e lijn: We kiezen de belangrijkste risico’s
Bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening bepalen we welke risico’s de grootste invloed kunnen hebben. Deze ‘toprisico’s’ krijgen extra aandacht. We leggen ze uit in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van de begroting en de jaarrekening.

3e lijn: We nemen maatregelen
We bepalen per toprisico een passende strategie. Daarin leggen we vast welke maatregelen we nemen om het risico te beperken.

4e lijn: We controleren of het werkt
We controleren regelmatig of ons risicobeheer goed werkt. Dat doen we met een audit, uitgevoerd door het team Audit van de afdeling Concerncontrol. Op basis van hun bevindingen verbeteren we onze aanpak waar nodig.

Benodigde weerstandscapaciteit

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Benodigde weerstandscapaciteit

We brengen onze risico’s in kaart met een risico-inventarisatie. Op basis daarvan bepalen we het risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit. De belangrijkste risico’s lichten we verderop in deze paragraaf toe.

Om zo precies mogelijk te berekenen hoeveel weerstandscapaciteit we nodig hebben, gebruiken we een Monte Carlo-simulatie. Dit is een geautomatiseerde en veelgebruikte statistische methode die verschillende scenario’s doorrekent. Daarbij werken we met zekerheidspercentages. Die geven aan hoe groot de kans is dat de werkelijke schade lager is dan het berekende bedrag. We gebruiken een zekerheidspercentage van 95%. Dat betekent dat er slechts 5% kans is dat de schade hoger uitvalt. Zo krijgen we een realistisch beeld van de mogelijke financiële gevolgen van risico’s en hoeveel geld we daarvoor nodig hebben.

Voor de risico’s rond vastgoedontwikkeling, huurinkomsten, de leegstand van gemeentelijk vastgoed en het sociaal domein gebruiken we de uitkomsten van de Monte Carlo-simulatie. Voor andere risico’s berekenen we het bedrag door de kans op het risico te vermenigvuldigen met het mogelijke gevolg. Een voorbeeld: als het gevolg van een risico € 20 miljoen is en de kans van optreden 50%, dan nemen we in de tabel € 10 miljoen op (€ 20 miljoen × 50%).

Bedragen x € 1 miljoen
Nr. Risico`s Jaarrekening 2023 Begroting 2025 Jaarrekening 2024 Begroting 2026
Algemeen
1 Claims 2,9 2,9 2,1 2,5
2 Verbonden partijen (GR'en) 1,4 0,8 0,8 0,8
Vitaal en sociaal Breda
3 Sociaal Domein 15,6 15,3 20,8 21,5
Ondernemend Breda
4 Projecten 10,5 12 8,4 8,4
Duurzaam wonen in Breda
5 Vastgoedontwikkeling 10,6 10,5 13,5 13,4
6 Klimaatrisico's 0,6 0,8 0,8 0,6
Basis op orde in Breda
7 Risico's afvalservice nihil nihil nihil 8,3
8 Netcongestie pm pm pm 4,8
9 Achterstalligheid kapitaalgoederen openbare ruimte 6,1 3,7 2,3 nihil
Organisatie en financiën van Breda
10 Cyberrisico's 1,7 1,7 1,7 1,7
11 Fiscale risico's 0,2 1,3 nihil nihil
12 Fluctuaties gemeentefondsuitkering 1,4 1,4 1,4 1,4
13 Borgstellingen en leningen pm pm pm 5,5
14 Inflatie en sensitiviteit 4,4 1,5 6,2 nihil

Claims (€ 2,5 miljoen + pm, was € 2,1 miljoen + pm)
Dit zijn risico’s voor claims, bijvoorbeeld vanwege ruimtelijke ontwikkelingen. Voor een aantal claims is de omvang van de vordering op de gemeente Breda nog niet bekend (als pm opgenomen).

Verbonden partijen (blijft € 0,8 miljoen)
Voor gemeenschappelijke regelingen (GR'en) reserveren we vermogen. Een aantal GR'en bouwen geen eigen vermogen op en vallen bij tegenvallers direct terug op het vermogen van de deelnemende gemeenten, waaronder Breda. Wij steunen nu op het risicomanagement van de GR'en.

Sociaal domein (€ 21,5 miljoen, was € 20,8 miljoen)
Dit risico is de optelsom van de risico’s binnen het sociaal domein. Deze zijn toegenomen met € 0,7 miljoen.

BUIG
Het ministerie van SZW wil er met de financieringssystematiek BUIG voor zorgen dat alle gemeenten samen een toereikend macrobudget hebben en dat de verdeling zo goed mogelijk aansluit bij de werkelijke kosten. In de praktijk blijkt echter dat deze systematiek nog niet goed aansluit. Daarom heeft de minister in 2022 diverse onderzoeken in gang gezet om het objectiefvoordeelmodel te verbeteren. De kans bestaat dat het BUIG-budget ontoereikend is. Als dit zo is, kunnen we aanspraak maken op een vangnetuitkering, die door de toetsingscommissie Vangnet Participatiewet wordt beoordeeld. Aan deze uitkering zijn voorwaarden verbonden, waaronder een eigen risico (maximaal 10% van het BUIG-budget).
 
Ombuiging bestuursakkoord Werk en Inkomen
Vanwege het forse financiële resultaat van de afgelopen jaren op het gebied van Werk en Inkomen is in het bestuursakkoord gerekend met een voordeel van € 3 miljoen in 2023, aflopend naar € 0,5 miljoen in 2026. Dit financiële resultaat is in eerdere jaren echter vooral behaald door incidentele meevallers. Of deze meevallers zich ook (voldoende) zullen voordoen in de komende jaren, is nog onzeker. 

Uitvoeringskosten invoering Wet inburgering
Gemeenten hebben extra uitvoeringskosten gemaakt voor de invoering van de Wet inburgering. Dit kwam door hogere aantallen inburgeraars dan verwacht. Het Rijk komt de gemeenten hier vooralsnog niet in tegemoet. We verwachten extra instroom vanuit de doorstroomlocaties en door de oplevering van 2 locaties met flexwoningen voor statushouders in 2025. Dit geeft een piek bij meerdere afdelingen en voorzieningen binnen Participatie en Bestaanszekerheid, die mogelijk niet binnen de huidige begroting kan worden opgevangen.

Hervormingsagenda Jeugd
De Hervormingsagenda Jeugd is een landelijke aanpak voor het verbeteren van de jeugdzorg. Doel is om de zorg beter, effectiever en betaalbaarder te maken. Belangrijke maatregelen zijn het invoeren van een eigen bijdrage, het beperken van de duur van zorgtrajecten en het versterken van preventie en samenwerking in de regio. De beoogde maatregelen zijn niet haalbaar in 2026 en 2027. Hiervoor zijn we gecompenseerd vanuit het Rijk om de financiële druk tijdelijk te verlichten. Vanaf 2028 vervalt deze compensatie. De verwachte besparingen vanaf 2028 zijn onzeker en mogelijk niet haalbaar binnen de gestelde termijnen. We lopen daardoor het risico op structurele tekorten, zeker als de maatregelen niet het beoogde effect hebben en/of niet worden gecompenseerd door het Rijk.

Investering gecertifieerde instellingen
We verwachten een investering in de contracten met gecertificeerde instellingen. Dit zijn instellingen die van overheidswege gecertificeerd zijn om kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen vanuit de jeugdreclassering uit te voeren. Het is nog onduidelijk hoe deze investering gefinancierd wordt (compensatie vanuit het Rijk).

Transformatie JeugdzorgPlus
Voor de afbouw en ombouw van de JeugdzorgPlus heeft het Rijk specifieke middelen beschikbaar gesteld. Daarmee kunnen we investeren in de gemeentelijke capaciteit en de JeugdzorgPlus-instellingen om deze transformatie te bereiken. Het is onduidelijk of deze specifieke middelen vanuit het Rijk verlengd worden.

Toenemende zorgvraag Wmo
We zien een groeiende zorgvraag binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) door demografische en maatschappelijke ontwikkelingen. De vergrijzing leidt tot een toename van het aantal ouderen met een langdurige ondersteuningsbehoefte. Tegelijkertijd neemt de beschikbaarheid van informele zorg (zoals hulp uit het eigen netwerk) af. Hierdoor doen inwoners sneller en vaker een beroep op formele ondersteuning. Door de toenemende vraag en hoge indexeringen op de Wmo-tarieven ontstaat er een structurele mismatch tussen de stijgende uitgaven en inkomsten vanuit het gemeentefonds. Dit leidt tot druk op de begrote Wmo-budgetten.

Invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo
De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage binnen de Wmo is inmiddels tweemaal uitgesteld en staat nu gepland voor 1 januari 2027. Wij verwachten dat de invoering opnieuw wordt uitgesteld, naar 1 januari 2028. Dit brengt het risico met zich mee dat de verwachte besparingen niet gehaald worden. De verwachting is dat het Rijk gemeenten opnieuw zal compenseren bij het uitstellen van de maatregel. De vorm, de hoogte en de timing van deze compensatie zijn echter onzeker, waardoor het risico voor gemeenten reëel blijft.
 
Timing van jeugdhulp en Wmo-tariefindexatie
Voor jeugdhulp en de Wmo worden nieuwe tarieven vastgesteld/geïndexeerd. Dit gebeurt pas na de vaststelling van de begroting. Het risico bestaat dat we contractueel meer moeten indexeren dan waar we in de begroting rekening mee hebben gehouden.

Mogelijk faillissement van een gecontracteerde aanbieder
Mogelijk krijgen we te maken met het faillissement van een gecontracteerde aanbieder die voor onze gemeente één of meer voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning en/of jeugdhulp uitvoert. Hiervan kan de gemeente negatieve gevolgen ondervinden. We moeten dan bepalen hoe de continuïteit van de ondersteuning en de zorg kan worden gewaarborgd.
 
Opgenomen beheersmaatregelen/ombuigingen
In de begroting zijn meerjarige beheersmaatregelen/ombuigingen opgenomen. Het effect daarvan wordt periodiek gemonitord. Het risico bestaat dat deze beheersmaatregelen/ombuigingen niet of slechts gedeeltelijk worden behaald. 

Projecten (blijft € 8,4 miljoen)
De risico’s hebben betrekking op de projecten De Nieuwe Mark en De Strip/Havenkwartier en op een claim vanuit oude wijkontwikkelingsprojecten in de Heuvel. Risico’s die we hierbij lopen, zijn onder meer: overschrijdingen van de plan- en realisatiekosten, het niet kunnen nakomen van de subsidievoorwaarden, een beroep op nadeelcompensatie en claims. De risicokaarten en de bijbehorende beheersmaatregelen worden 2 keer per jaar geactualiseerd: bij de jaarrekening en bij de begroting. Het gewogen risico van de projecten is niet gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2024. De risico's vanuit de 1e fase van ’t Zoet zijn nog niet meegenomen, in afwachting van het gebiedsonderzoek inclusief businesscase.

Vastgoedontwikkeling (€ 13,4 miljoen, was € 13,5 miljoen in de jaarrekening 2024)
De huidige methodiek van risicomanagement is gebaseerd op onze nota Risicobereidheid en weerstandsvermogen uit 2018. De risico’s die zijn verbonden aan grondexploitaties, zijn onderdeel van de totale risicopositie van de gemeente. Ze worden gedekt uit de totale weerstandscapaciteit. De verwachte positieve resultaten vanuit grondexploitaties vormen een extra buffer voor de risico’s. Het totale risico dat is verbonden aan de grondexploitaties, bepalen we door te kijken naar de volgende risico’s:

  • Projectspecifieke risico’s in de individuele grondexploitaties. Die houden we bij op risicokaarten.
  • Projectoverstijgende risico’s voor de hele portefeuille van grondexploitaties. Die bepalen we via een scenario met extra economische tegenwind. Ten opzichte van de standaard berekeningen worden daarin gedurende 3 jaar de parameters aangepast. De rekenrente wordt 1% verhoogd, de opbrengstenstijging ligt 2% lager en de kostenstijging ligt 2% hoger. Bovendien vertragen onze grondexploitaties 100% in de uitvoering met een maximum van 5 jaar. Onder dit scenario vallen bijvoorbeeld de effecten van de stikstofproblematiek, gestegen bouwkosten, congestie op het stroomnet, hogere inflatie en een oplopende rente.
  • Risico’s die zijn verbonden aan onze portefeuille panden en gronden.

Deze 3 risico’s brengen we apart in beeld, waarna een statistische berekening bepaalt hoeveel weerstandsvermogen er nodig is om deze risico’s af te dekken. De projectspecifieke risico’s leiden tot een gewogen risico van € 5,9 miljoen. De projectoverstijgende risico’s komen uit op een gewogen risico van € 3,8 miljoen. Het gewogen risico dat is verbonden aan onze voorraad gronden en panden, bedraagt € 4 miljoen. Het totale risico komt daarmee uit op € 13,7 miljoen. Volgens de statistische berekening bedraagt het benodigde weerstandsvermogen in totaal € 13,4 miljoen.

De projectspecifieke risico’s liggen € 1,9 miljoen lager vergeleken met de jaarrekening 2024. De belangrijkste reden daarvoor is het overbrengen van kantoorlocatie De Hoven uit de grondexploitatie Stationskwartier naar de portefeuille panden en gronden. Het risico dat aan die portefeuille verbonden is, is daardoor met € 1,8 miljoen gestegen. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is het benodigde weerstandsvermogen daarom ongeveer gelijk gebleven. 

Klimaatrisico’s (€ 0,6 miljoen, was 0,8 miljoen)
De klimaatrisico's in de openbare ruimte zijn helder. We moeten bijvoorbeeld bomen en struiken vervangen door droogte, hevige stormen en meer dierplagen. Daarnaast worden onze wegen aangetast, moeten we gladheidsbestrijding uitvoeren en hebben we te maken met wateroverlast door extreme neerslag. De klimaatrisico’s worden beperkt door extra acties, waaronder aanvullende middelen voor het onderhoud van het groen (vanuit de actualisatie van het beleidskader kapitaalgoederen). De wateroverlast is onderdeel van het Gemeentelijk Plan Stedelijk Water en Riolering. Daarnaast zetten we initiatieven voort die zich richten op klimaatadaptief handelen, zoals klimaatadaptieve wijkdeals, het project Groene Buurtjes, de subsidieregeling Groene Daken en het uitvoeren van stresstesten en risicodialogen. In het Strategisch Investeringsplan zijn middelen gereserveerd voor groene straten en pleinen, en de instandhouding van bomen en groen. Deze maatregelen dragen bij aan het oplossen van de hitteproblematiek in de binnenstad. In het bestuursakkoord en bij de actualisatie van het beleidskader kapitaalgoederen zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor groen en extra bomen. Het financiële risico zit vooral in de gladheidsbestrijding, de beheersing van invasieve exoten en het beheersen van plaagdieren.

Risico’s Afvalservice (€ 8,3 miljoen, was € nihil)
Gemeenschappelijke regeling Nazorg Gesloten Stortplaatsen
In 2018 is er een meningsverschil ontstaan tussen de exploitanten van de stortplaats Zevenbergen en de provincie Noord-Brabant door een aanzienlijke daling van de rekenrente en daarmee een aanzienlijke stijging van de doelvermogens. Vanwege dit meningsverschil is er een overeenkomst afgesloten tussen de provincie en de exploitanten, waaronder de GR, om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de doelvermogens omlaag te brengen. Hierin is opgenomen dat de provincie gedurende de looptijd geen heffingsaanslag oplegt. Begin 2024 heeft Gedeputeerde Staten een nieuwe ALM-studie uitgevoerd en een hieraan gekoppelde nog lagere rekenrente vastgesteld (3,45%). Hierdoor loopt het verschil tussen het doelvermogen in het nazorgfonds en het benodigde doelvermogen verder op. Daarnaast heeft de provincie begin 2024 aangegeven dat zij niet bereid is om de overeenkomst ongewijzigd voort te zetten. De provincie heeft aangegeven naheffingsaanslagen op te gaan leggen op basis van de (nog te actualiseren) nazorgplannen. 

Claim lachgascilinders
Dit risico betreft de aansprakelijkheidsstelling van afvalverwerkingsbedrijf AVR. Hun installaties lopen schade op doordat er lachgascilinders zitten in het afval dat gemeenten aanbieden. De verwachting is dat hier dit jaar een gerechtelijke uitspraak over komt.

Contract Verpact 
De voorgenomen contractverlenging 2025-2030 tussen Verpact en de VNG/NVRD gaat niet door. Dat heeft een negatief effect op de opbrengsten voor PMD, papier en glas. Vooralsnog is het contract met 1 jaar (2025) verlengd.

Raamovereenkomst verpakkingen
Eind 2025 wordt naar verwachting de nieuwe raamovereenkomst getekend door contractpartijen Verpact, VNG en NVRD. Nu nog niet bekend en daarmee een risico. De verwachting is dat de vergoeding voor Plastic verpakkingen, Blik- en drinkpakken lager uit zal vallen aangezien deze gekoppeld is aan de kwaliteit van het PBD.

Belastingplan kabinet
Door het schrappen van de plastictaks heeft het kabinet een tekort van € 570 miljoen. Het lijkt erop dat het benodigde bedrag opgehaald gaat worden aan het einde van de keten, via bestaande belastingknoppen bij afvalverwerkers, namelijk via de CO2-heffing en de verbrandingsbelasting. Indien deze plannen definitief worden gaat effect hebben op de kosten van de verwerking van huishoudelijk afval en daarmee de afvalstoffenheffing.

Cyberrisico’s (blijft € 1,7 miljoen)
Het tweejaarlijkse (openbare) Dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten geeft inzicht in de belangrijkste bedreigingen en ontwikkelingen op het gebied van informatiebeveiliging. De meest actuele editie is die van 2025-2026. De belangrijkste dreigingen die direct tot schade kunnen leiden voor de gemeente Breda zijn hieronder opgenomen.

Een ransomware-aanval
Een ransomware-aanval blijft de belangrijkste dreiging voor gemeenten. Criminelen maken daarbij gebruik van zwakheden in systemen die via internet toegankelijk zijn, zoals websites, toegangsportalen en inlogschermen. Nadat zij binnen zijn gedrongen, nemen ze ruim de tijd om rond te kijken wat er te halen valt, zich te nestelen, gevoelige data te stelen en te versleutelen, en vervolgens de slachtoffers af te persen.

Een aanval via e-mail
E-mail blijft de meest gangbare methode van communiceren. Bij e-mail ligt er veel verantwoordelijkheid bij de eindgebruiker om zich aan de procedures te houden en zo een datalek en/of digitale inbraak te voorkomen. Een foutje is helaas zo gemaakt. Dat maakt e-mail tot een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen. Daarmee is het een potentieel risico voor de informatiebeveiliging van de gemeente Breda.

Incidenten bij leveranciers
Een groeiend deel van onze gemeentelijke ICT wordt als dienst bij derden afgenomen. De transitie naar software-as-a-service (SaaS) brengt voordelen, zoals vereenvoudigd beheer. Gemeenten profiteren van snellere implementaties en hebben minder technische zorgen, maar ervaren tegelijkertijd een verlies van controle en grip. Incidenten in de toeleveringsketen vormen een toenemende dreiging. Ransomware en phishing bij leveranciers kan leiden tot grootschalige verstoringen en/of datalekken bij meerdere gemeenten tegelijk.

DDoS-aanvallen
DDoS (Distributed Denial of Service) is een aanval waarbij kwaadwillenden een website of online dienst (zoals DigiD) platleggen door deze te overspoelen met nepverkeer vanaf meerdere bronnen tegelijk. DDoS-aanvallen zijn een integraal onderdeel geworden van hybride oorlogsvoering, waarbij staten en activistische groepen betrokken zijn. In 2025 is ook de gemeente Breda getroffen door een DDoS-aanval.

De inzet van AI bij aanvallen
De opkomst van (generatieve) AI biedt zowel kansen als bedreigingen voor de gemeente Breda. We kunnen AI inzetten om onze bedrijfsvoering en dienstverlening te verbeteren. Het kan ook beveiligingsprocessen efficiënter maken, bijvoorbeeld door geavanceerde monitoring en automatische detectie van verdachte activiteiten. Tegelijkertijd maken criminelen gebruik van AI voor nieuwe aanvalsmethoden, zoals deepfake-fraude of gerichte phishingcampagnes.

Operationele Technologie (OT)
De gemeente Breda beschikt over procesautomatisering en operationele technologie (OT). Voorbeelden hiervan zijn systemen voor de riolering, verkeersregelinstallaties, camerasystemen en gebouwbeheersing. Sabotage van deze operationele technologie is reëel, ook al hebben zich recent geen grote incidenten voorgedaan in Nederland. Tegelijkertijd is er ook een reëel risico op fysieke sabotage.

De geschatte kosten voor cyberrisico’s bestaan uit de kosten voor forensisch onderzoek, het opnieuw opbouwen van (delen van) het netwerk, derving doordat medewerkers niet meer kunnen werken en de inhuur van (externe) professionals. Denk hierbij aan forensische experts, IT-specialisten voor de wederopbouw en crisiscommunicatiespecialisten.

Fluctuaties Gemeentefondsuitkering (blijft € 1,4 miljoen)
De uitkeringen vanuit het Gemeentefonds variëren flink binnen een begrotingsjaar. Om de afhankelijkheid van de circulaires te verkleinen, vormen we een buffer. Zo kunnen we beheerst het beleid aanpassen bij onverwachte fluctuaties. 

Borgstellingen en leningen (€ 5,5 miljoen)
De gemeente verleent garanties aan derden, verstrekt leningen en neemt achtervangposities in bij waarborgfondsen. Dat is niet zonder risico's. De gemeente wordt aangesproken als deze derden hun verplichtingen niet nakomen. Bij een achtervangpositie in een waarborgfonds gebeurt dit pas als het garantievermogen van het fonds onvoldoende is.

We schatten het risico op de borgstellingen en leningen echter zeer laag in omdat we in de meeste gevallen hypothecaire zekerheden hebben gevestigd. Daarnaast heeft de gemeente bij 2 waarborgfondsen een achtervangpositie: 

  • Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
  • Het Waarborgfonds Eigen Woningen, de borgstellingen worden uitgevoerd door de Nationale Hypotheekgarantie (NHG)

Beide waarborgfondsen hebben een zeer sterke vermogenspositie. De kans is erg klein dat aanspraak gemaakt wordt op de achtervangpositie.

De totale hoofdsom van verleende borgstellingen en verstrekte leningen is € 215 miljoen, onze directe achtervangpositie voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 1.394 miljoen. Voor het Waarborgfonds Eigen Woningen is geen bedrag voor onze achtervangpositie bepaald.

Het totale netto risicobedrag voor borgstellingen en leningen voor gemeente Breda schatten we in op € 5,5 miljoen.

Netcongestie, stikstofproblematiek en Kaderrichtlijn Water (€ 4,84 miljoen, was pm)
Netcongestie
De impact van de netcongestie op het elektriciteitsnet is aanzienlijk. Bedrijven die zich in onze gemeente willen vestigen of die willen uitbreiden of verduurzamen, moeten langdurig wachten op een elektriciteitsaansluiting (of extra capaciteit). Bovendien wordt ook de bouw van nieuwe woningen hierdoor beïnvloed. Hoewel woningen tot nu toe nog kunnen worden aangesloten, geldt dit niet voor essentiële voorzieningen, zoals supermarkten, scholen en zorgcentra. Daarnaast wordt de grootschalige verduurzaming van collectieve complexen, zoals appartementengebouwen en projecten van woningcorporaties, gehinderd door netcongestie. We verwachten dat de netcongestie in Breda de komende jaren verergert. Dit alles heeft een directe invloed op het vestigingsklimaat en de toekomstbestendigheid van Breda.

Vooralsnog zijn de risico’s lastig te kwantificeren. In de rest van het land worden aansluitstops en bouwstops ingevoerd en zien we toenames van het aantal stroomstoringen. We volgen deze situatie op de voet. We werken met de netbeheerder en de provincie aan een plan van aanpak voor netcongestie. Daarin zetten we in op een verzwaring van het elektriciteitsnetwerk, congestiemanagement, netbewuste ontwikkelingen in de stad en in de regio, en onorthodoxe maatregelen. We gebruiken hierbij de landelijke lijnen die worden ontwikkeld.

Stikstofproblematiek
Recente gerechtelijke uitspraken hebben een grote invloed op de vergunbaarheid en zijn daarmee een groot risico voor de uitvoerbaarheid van het Bredase woningbouwprogramma. Hoewel er vanuit het Rijk onder hoge druk aan maatregelen wordt gewerkt, is het maar de vraag of deze maatregelen goedkeuring krijgen van de Raad van State en de EU. Vervolgens zal het de nodige tijd vergen om alles in te voeren. Het meest kansrijk lijkt een lokaal Programma Aanpak Stikstof (PAS) op basis van een natuurherstelprogramma. Hiervoor zijn een aantal stappen in voorbereiding. Voor een PAS is de medewerking van de provincie vereist. 

Kaderrichtlijn water (KRW)
Eind 2027 is de eindtermijn van de Europese Kaderrichtlijn Water. Lidstaten hebben dan 18 jaar kunnen werken aan het bereiken van een goede waterkwaliteit. Doordat de waterkwaliteit in heel Nederland en ook in Breda nog niet voldoende is, kan een soortgelijke situatie ontstaan als bij het stikstofdossier. Projecten met een negatieve impact op de waterkwaliteit kunnen dan mogelijk in de problemen komen. Ook de recreatievaart op de Mark en Singels kan bijvoorbeeld onder druk komen te staan. Met een goede dossieropbouw over de uitgevoerde en nog uit te voeren maatregelen wil de gemeente samen met het waterschap en provincie voorkomen dat een dergelijke situatie als bij de stikstofproblematiek gaat ontstaan.

De financiele impact vanwege gederfde inkomsten gemeentelijke belastingen en heffingen door netcongestie, stikstofproblematiek en eisen vanuit de Kaderichtlijn Water worden becijferd op € 4,84 miljoen. Bij de jaarrekening 2024 werd de impact nog p.m. geraamd. 

Met een risicopositie van € 66,5 miljoen is de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende om de risico's af te dekken.

Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit geeft aan welk vermogen we beschikbaar hebben om de risico's af te dekken. Dit bestaat uit de algemene reserve, de post onvoorzien en het vermogen om bezuinigingen door te voeren.

Algemene reserve
De gemeentebrede algemene reserve behoort tot de weerstandscapaciteit, voor zover deze vrij beschikbaar is. Vanaf 2021 is deze volledig vrij beschikbaar, met uitzondering van een blokkering van € 16,5 miljoen voor de Noordelijke Rondweg.

Om de risico’s te beheersen en de financiële stabiliteit te waarborgen, wordt er tussen 2026 en 2029 in totaal € 15,15 miljoen toegevoegd aan de algemene reserve. Dit om met name de risico's van de investeringen bij de grote gebiedsontwikkelingen te kunnen opvangen.

Onvoorzien
De begrote post onvoorzien is € 0,7 miljoen per jaar.

Vermogen om bezuinigingen door te voeren
De ruimte in de meerjarenbegroting is bestemd voor nieuw beleid en toekomstige investeringen. Daarom rekenen we deze niet toe aan de beschikbare weerstandscapaciteit.

Financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallen
Rekening 2023 Rekening 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Signalerings- waarde
Stabiliteit
Solvabiliteitsratio * 19,64% 19,66% 18,14% 16,99% 17,25% 17,91% 18,97% < 20%
Solvabiliteitsratio exclusief doorleningen 24,04% 23,69% 21,48% 19,81% 19,83% 20,37% 21,37% < 20%
Structurele exploitatieruimte * 0,12% 1,92% 1,73% 1,76% 1,90% 1,72% 1,67% < 0%
Wendbaarheid
Belastingcapaciteit * 88,26% 84,83% 84,70% 85,83% 86,97% 88,15% 89,34% > 105%
Netto schuldquote * 54,34% 49,81% 58,28% 64,80% 72,26% 75,61% 76,35% > 130%
Gecorrigeerde netto schuldquote * 37,98% 36,07% 45,14% 52,00% 59,51% 63,25% 64,62% > 130%
Weerbaarheid
Grondexploitaties * 1,74% 0,84% 2,19% 2,20% 2,26% 2,25% 2,22% > 35%
Ratio weerstandsvermogen 1,6 1,9 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0 < 1,0
Onbenutte belastingcapaciteit 41,86% 44,77% 45,05% 45,05% 45,05% 45,05% 45,05%
Wettelijke kaders
Rente risiconorm (ruimte onder risiconorm * € 1 miljoen) 127 187 193 190 182 183 185 < 0
Kasgeldlimiet: onderschrijding (+) of overschrijding (-) per kwartaal ++++ ++++ ++++ ++++ ++++ ++++ ++++ ++++
EMU-saldo (* € 1.000) -33.457 -14.156 -92.161 -63.193 -55.808 -34.764 -20.932 < € -44.502
* deze kengetallen zijn wettelijk voorgeschreven

Toelichting op de financiële kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting op de financiële kengetallen

Stabiliteit
Solvabiliteitsratio 
De solvabiliteit drukken we uit in een percentage van het eigen vermogen tegenover het totaal vermogen. Dit geeft inzicht in de mate waarin we in staat zijn om aan onze verplichtingen te voldoen. Dit kengetal wordt gedempt doordat we grote geldleningen hebben verstrekt aan woningcorporaties en voor de onderwijshuisvesting. Een solvabiliteitsratio die lager is dan 20%, wordt door de provincie als risicovol beschouwd.

Solvabiliteitsratio exclusief doorleningen
Omdat Breda in verhouding tot andere gemeenten grote leningen heeft verstrekt aan woningcorporaties en voor onderwijshuisvesting, heeft dit een dempend effect op de solvabiliteitsratio. Daarom wordt hier ook de solvabiliteitsratio weergegeven zonder deze leningen. Dit kengetal geeft een realistischer beeld van onze financiële positie.

Structurele exploitatieruimte 
Dit kengetal geeft informatie over de mate waarin we structurele lasten kunnen afdekken met structurele baten. Vanuit het BBV is de norm dat de structurele exploitatieruimte in evenwicht dan wel positief is.

Wendbaarheid
Belastingcapaciteit 
De belastingcapaciteit geeft weer hoe de lokale lastendruk in de gemeente Breda zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Het geeft hiermee een indicatie van de ruimte om extra inkomsten uit belastingen te genereren. De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in de gemeente in een specifiek jaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorafgaande jaar en dit uit te drukken in een percentage. De provincie beschouwt een belastingcapaciteit hoger dan 105% als risicovol.

Netto schuldquote 
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast tegenover de eigen middelen. Het laat zien hoeveel de rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatie. Dit zijn de signaleringswaarden van de provincie: < 90% is het minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is het meest risicovol.

Gecorrigeerde netto schuldquote
Bij de berekening van de gecorrigeerde netto schuldquote houden we rekening met doorgeleende gelden. Zowel de netto schuldquote als de gecorrigeerde netto schuldquote laten zien dat de lasten die samenhangen met onze netto schuld passen binnen een acceptabele bandbreedte.

Weerbaarheid
Grondexploitaties
Het kengetal grondexploitaties geeft een indicatie van het financiële risico dat de gemeente loopt met haar grondportefeuille. Het kengetal wordt berekend door de boekwaarde van de grondexploitaties af te zetten tegen de totale baten van de gemeente (exclusief onttrekkingen aan de reserves). De provincie hanteert als signaleringswaarden: < 20% is het minst risicovol, 20-35% is neutraal, > 35% is het meest risicovol. Dit kengetal laat zien dat we voor de baten van de organisatie niet erg afhankelijk zijn van de opbrengsten uit grondverkopen. In het verleden zijn er flinke afboekingen geweest op de grondposities. De kans op een herhaling van een risico met deze omvang is klein.

Ratio weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente in staat is om niet-begrote financiële tegenvallers op te vangen, zonder de noodzaak om direct te bezuinigen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie en analyse van de risico’s die de gemeente loopt. Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen het weerstandsvermogen en de risico's. Een ratio hoger dan 1 geeft een indicatie dat er voldoende weerstandsvermogen is om risico’s af te dekken.

Onbenutte belastingcapaciteit
Bij de onbenutte belastingcapaciteit kijken we naar de 3 belangrijkste inkomsten voor de gemeente: de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. Dit kengetal geeft weer hoeveel ruimte de gemeente heeft om extra belastingen te heffen.

Wettelijke kaders
Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel om toekomstige renterisico’s op de kortlopende schuld te beperken. De renterisico’s worden berekend als de som van de aflossingen en de renteherzieningen op de bestaande langlopende schuld. Er geldt een wettelijke norm. Het totale jaarlijkse renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm dwingt daarmee tot spreiding van de aflossingen en renteherzieningen. De renterisiconorm is uitgebreid toegelicht in de paragraaf Financiering.

Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet betreft een plafond voor de kortlopende schuld van de gemeente, met als doel een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. De kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,5% van het begrotingstotaal. Als de kortlopende schuld van een gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente haar toezichthouder hiervan op de hoogte te stellen en een plan voorleggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de kasgeldlimiet te voldoen. In het overzicht staat een plusteken als de gemeente in het kwartaal onder de limiet is gebleven. Is de limiet in een kwartaal overschreden, dan is dit met een minteken aangegeven.

EMU-saldo
EU-lidstaten mogen een EMU-tekort hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). In dit maximale tekort mogen, naast het Rijk, ook de decentrale overheden een aandeel hebben. Voor de jaren 2024 tot en met 2026 is ambtelijk overeengekomen dat de gezamenlijke ruimte voor de decentrale overheden 0,5% van het bbp bedraagt. De gezamenlijke ruimte voor de gemeenten bedraagt 0,34% van het bbp. In de septembercirculaire Gemeentefonds 2024 zijn de individuele referentiewaarden gepubliceerd die de afzonderlijke gemeenten als richtlijn kunnen hanteren. De referentiewaarde voor Breda bedraagt € -44,5 miljoen.