Paragraaf Financiering

Treasuryfunctie: taken en beleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Treasuryfunctie: taken en beleid

Treasury zorgt voor de financiering, het cashmanagement en het renterisicobeheer binnen de gemeente Breda. Het doel is om vreemd vermogen aan te trekken tegen zo laag mogelijke kosten en om de organisatie te beschermen tegen ongewenste financiële risico’s. Ons financieringsbeleid schrijft voor dat we maximaal financieren met kortlopende leningen. Het rentetarief op kortlopende leningen (geldmarkt) is bijna altijd lager dan op langlopende leningen (kapitaalmarkt). We volgen de wettelijke kaders voor het renterisicobeheer (kasgeldlimiet en renterisiconorm). Deze staan in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO). 

De commissie BBV publiceerde in 2023 de rentenotitie 2023. De belangrijkste wijziging betreft de rentetoerekening aan de grondexploitaties. Sinds 2016 was de rentetoerekening gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage over het vreemd vermogen vanwege de invoering van de vennootschapsbelasting voor grondexploitaties. Vanaf 2025 kan de rentetoerekening aan de grondexploitaties ook via de renteomslag plaatsvinden. De werkelijke rentelast wordt via het renteomslagpercentage verdeeld over de investeringen. Dit percentage was voor 2025 1,5%.

Renteontwikkeling

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renteontwikkeling

In 2025 stabiliseerde het rentelandschap na de forse stijgingen in de jaren 2022 en 2023. Het jaar werd gekenmerkt door een terugkeer naar meer normale rentecondities en relatief beperkte marktschommelingen. De Europese Centrale Bank (ECB) verlaagde op 5 juni 2025 de depositorente met 25 basispunten naar 2,0%. Deze verlaging volgde op een hernieuwde inschatting van de inflatievooruitzichten, waarbij de inflatie zich rond de doelstelling van 2% bewoog. De korte rentes bewogen daardoor het grootste deel van het jaar zijwaarts.

Voor de lange rente, waaronder de kapitaalmarktrente die relevant is voor gemeentelijke leningen met langere looptijden, bleef de markt eveneens overwegend stabiel. De langlopende rente lag gedurende 2025 rond de 3%, vergelijkbaar met het niveau aan het begin van het jaar. Daarmee bevond de rente zich in een 'genormaliseerd' spectrum na de historisch lage rentes van de jaren daarvoor. 

Financieringsbeleid

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Financieringsbeleid

Net als in 2023 en 2024 was onze financieringsbehoefte in 2025 zeer beperkt. Dat kwam doordat we in de afgelopen jaren en ook in 2025 voorschotten op subsidies van het Rijk ontvingen voor kosten die pas in latere jaren worden gemaakt. In 2025 trokken we daarom geen nieuwe langlopende leningen aan.

In de eerste helft van 2025 zijn er kasgeldleningen aangetrokken om de schommelingen in de korte termijn financieringsbehoefte op te vangen. Na juli was er een overschot aan liquide middelen. Dit overschot aan liquide middelen is uitgezet bij de schatkist van het Rijk conform de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden. 

Onze langlopende leningenportefeuille (opgenomen geldleningen) bestaat uit 2 deelportefeuilles. Eén deel is bedoeld voor de financiering van gemeentelijke investeringen. Een ander deel is doorgeleend aan Bredase woningcorporaties. De aflossingen op deze leningen bedroegen respectievelijk € 21,1 miljoen en € 1,6 miljoen. De totale omvang van beide portefeuilles daalde van € 334,4 miljoen naar € 311,7 miljoen (eind 2025).

De opgenomen leningen voor de woningbouw dateren uit het verleden en zijn onder dezelfde condities doorgeleend aan de woningcorporaties. Dit deel van de portefeuille neemt jaarlijks af door reguliere aflossingen. De gemiddelde rente blijft op deze leningen relatief hoog, omdat leningen uit het verleden hogere rentetarieven hebben. Deze deelportefeuille nam met € 1,6 miljoen af tot € 32,3 miljoen.

In onderstaande tabel ziet u de ontwikkeling van de opgenomen en uitgegeven geldleningen.

Bedragen x € 1
Portefeuille langlopende leningen (> 1 jaar)
Restant hoofdsom 31-12-2024
Gem. rente
Nieuw opgenomen/ uitgegeven leningen
Aflossingen op leningen
Restant hoofdsom 31-12-2025
Gem. rente
Mutaties
Opgenomen leningen tbv Gem. Breda
300.524.207
1,86%
21.134.441
279.389.766
2,02%
-21.134.441
Opgenomen leningen tbv woningbouw
33.915.220
3,17%
1.618.356
32.296.864
3,56%
-1.618.356
Totaal opgenomen langlopende leningen
334.439.427
22.752.797
311.686.630
-22.752.797
Uitgegeven leningen tbv derden
85.023.588
3,39%
1.185.000
3.382.960
82.825.628
3,37%
-2.197.960
Uitgegeven leningen tbv woningbouw
33.915.220
3,17%
1.618.356
32.296.864
3,56%
-1.618.356
Totaal uitgegeven langlopende leningen
118.938.808
1.185.000
5.001.316
115.122.492
-3.816.316
Netto langlopende schuld (totaal opg. - uitg. leningen)
215.500.619
-1.185.000
17.751.481
196.564.138
-18.936.481
Portefeuille kortlopende leningen (< 1 jaar)
pm
pm
Totaal kortlopende en netto langlopende schuld
215.500.619
196.564.138
-18.936.481

Verstrekte geldleningen en garanties

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Verstrekte geldleningen en garanties

De gemeente Breda had eind 2025 een totaal aan verstrekte geldleningen van € 115 miljoen. Het overgrote deel hiervan is voor:

  • BreedSaam: € 63,3 miljoen (was € 65,5 miljoen)
  • de woningbouwcorporaties: € 32,3 miljoen (was € 33,9 miljoen)
  • Chassé Theater Beheer NV: € 12,6 miljoen (was € 13,4 miljoen)

De kredietrisico's op deze leningen zijn minimaal. De leningen aan de woningbouwcorporaties zijn gegarandeerd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Voor de overige leningen verkregen we bijna overal hypothecaire zekerheid. In 2025 zijn er 6 nieuwe leningen verstrekt aan sportverenigingen voor een totaalbedrag van € 1,2 miljoen. 

De omvang van de direct verleende garanties aan rechtspersonen is € 83 miljoen. Bijna overal hebben we hypothecaire zekerheid verkregen. Er is regulier afgelost op de gegarandeerde leningen.

De gemeente is achtervang bij 2 waarborgfondsen, namelijk bij WSW en Waarborgfonds Eigen Woningen. We staan indirect garant voor de leningen die het waarborgfonds garandeert. De gemeente wordt aangesproken als het waarborgfonds niet aan haar verplichtingen kan voldoen. De zekerheidsstructuur en financiële positie van deze waarborgfondsen is goed. Daardoor loopt de gemeente weinig risico. De omvang van de uitstaande leningen voor Bredase woningcorporaties waarvoor we garant staan bij het WSW nam toe tot € 723 miljoen. 

Bedragen x € 1.000
Borgstellingen of garantstellingen aan natuurlijke- en rechtspersonen
Oorspronkelijke hoofdsom
31-12-2024
31-12-2025
Waarborgfonds sociale woningbouw
747.725
671.589
722.973
Gegarandeerde geldleningen voor het verkrijgen/ verbeteren van woningen
493
107
155
Overige gegarandeerde leningen
110.424
86.634
82.898
Totaalbedrag waartoe aan natuurlijke- en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt
858.642
758.330
806.026

Renterisicobeheer

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisicobeheer

Het renterisico is het risico dat de rentelast van een gemeente ineens fors stijgt. Dit kan gebeuren als veel lopende schulden vervallen en opnieuw gefinancierd moeten worden tegen een fors hogere rente. De wetgever stelt daarom een grens aan het maximale jaarlijkse renterisico voor een gemeente (Wet FIDO). Deze grens bestaat uit de kasgeldlimiet (de norm voor leningen < 1 jaar) en de renterisiconorm (de norm voor leningen > 1 jaar). Deze normen bepalen onze speelruimte om verantwoord en goedkoop te financieren. Beide normen zijn gekoppeld aan (een percentage van) de omvang van onze begroting.

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kasgeldlimiet

Met de kasgeldlimiet voorkomt het Rijk dat een gemeente te veel financiert met kortlopende leningen (met een looptijd < 1 jaar) en zo te veel renterisico loopt. De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van de totale begrotingsomvang en maximeert de omvang van de opgenomen kortlopende geldleningen. Breda mocht in 2025 gemiddeld niet meer dan € 77 miljoen aan kortlopende geldmiddelen aantrekken. 

Omdat de inkomsten en uitgaven in de tijd niet altijd gelijklopen, mag een gemeente de kasgeldlimiet 2 aaneengesloten kwartalen overschrijden. Daarna moeten de kortlopende leningen weer onder de kasgeldlimiet komen, bijvoorbeeld door kortlopende leningen om te zetten naar langlopende leningen. De tabel hieronder laat zien dat de kasgeldlimiet in 2025 geen enkel kwartaal is overschreden. 

Bedragen x € 1 miljoen
1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
Omvang begroting per 1 januari 2025 - de grondslag
907
907
907
907
Toegestane kasgeldlimiet:
- in % van de grondslag
8,50%
8,50%
8,50%
8,50%
- omvang kasgeldlimiet
77
77
77
77
Toets kasgeldlimiet:
Gemiddeld overschot vlottende middelen
2
17
11
42
Gemiddeld opgenomen vlottende schuld
33
39
0
0
Toegestane kasgeldlimiet
77
77
77
77
Onderschrijding (+) / overschrijding ( - ) van kasgeldlimiet
46
55
88
119

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm

De renterisiconorm voorkomt dat een te groot deel van de totale gemeentelijke schuld (met een looptijd > 1 jaar) in eenzelfde jaar vervalt en opnieuw gefinancierd moet worden tegen een mogelijk fors hogere rente. Het Rijk stelt de renterisiconorm op 20% van de gemeentelijke begroting. Dat dwingt een spreiding van minimaal 5 jaar af van de schuld in de vervalkalender. Breda mocht in 2025 maximaal € 181 miljoen aan langlopende schulden opnieuw financieren en/of aan een renteherziening onderhevig laten zijn. 

De tabel laat zien dat we in 2024, net als in eerdere jaren, voldeden aan de norm. De gemeentelijke schuldportefeuille heeft een gemiddeld lange looptijd. Daardoor zijn de jaarlijkse aflossingsbedragen relatief laag en overschrijden we de renterisiconorm niet. De schuldportefeuille heeft genoeg spreiding om het renterisico te beperken. 

Bedragen x € 1 miljoen
2021
2022
2023
2024
2025
Begrotingsomvang
688
722
755
865
907
Renterisiconorm (20% van de begroting)
138
144
151
173
181
Aflossingen op de vaste schuld
28
28
24
43
23
Ruimte (+) onder risiconorm
110
117
127
130
159

Schatkistbankieren

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Schatkistbankieren

Sinds eind 2013 is schatkistbankieren verplicht voor decentrale overheden. Gemeenten mogen niet meer beleggen, maar moeten overtollige middelen bij de schatkist afstorten. Een drempelbedrag is vrijgesteld om het dagelijkse betalingsverkeer niet te verstoren. De drempelwaarde is per 1 juli 2021 gewijzigd naar 2% van de begroting (tot € 500 miljoen) plus 0,2% van het meerdere. Voor Breda is de drempel in 2024 € 10,8 miljoen.

De gemeente heeft geen structurele overtollige middelen en stort tijdelijke overschotten dagelijks af. Dat gebeurt automatisch als het saldo van de gemeentelijke rekeningenstructuur bij de BNG Bank positief is. Het drempelbedrag is in 2025 in geen van de kwartalen overschreden.

Bedragen x € 1.000
Berekening en benutting drempelbedrag schatkistbankieren
Drempel
Drempel
Drempel
Drempel
Drempelbedrag 2025 is 2% van Begroting over eerste € 500M + 0,2 % over het meerdere.
10.814
10.814
10.814
10.814
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
20
8
7
7
Ruimte onder het drempelbedrag
10.794
10.806
10.807
10.807
Overschrijding van het drempelbedrag
0
0
0
0

Treasuryresultaat

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Treasuryresultaat

Het treasuryresultaat is het verschil tussen de netto-rentelast en de doorbelasting daarvan naar de taakvelden en grondexploitaties. Het resultaat in 2025 komt uit op € 1,8 miljoen. Bij de begroting raamden we een treasury resultaat van nageoeg € 0. Het verschil bestaat vooral uit lagere rentelasten voor kortlopende leningen. In plaats van een geraamde rentelast van € 1,95 miljoen behaalden we een renteopbrengst van € 0,16 miljoen. Dit verschil is ontstaan doordat we veel subsidies van het Rijk vooruit hebben ontvangen en doordat de realisatie achterblijft bij het beoogde investeringsvolume.

Bedragen x €1
Werkelijke rentelasten en -baten
Jaarrekening 2024 rente %
Jaarrekening 2024 bedrag
Begroting 2025 rente %
Begroting 2025 bedrag
Jaarrekening 2025 rente %
Jaarrekening 2025 bedrag
Rente vaste schulden: OG-gemeente
1,86%
5.850.287
1,97%
5.718.854
2,02%
5.848.666
Rente vaste schulden: OG-woningbouw
3,17%
1.293.847
3,56%
1.178.656
Rente nieuwe langlopende schulden (2024/2025)
Rente nieuwe kortlopende schulden (2024/2025)
-670.192
3,25%
1.950.000
2,47%
-134.915
Overige financieringslasten (saldo)
-15.502
1.478
Totaal werkelijke rentelasten
6.458.440
7.668.855
6.893.885
Externe rentebaten UG/gemeente
3,39%
1.294.837
3,37%
2.792.388
3,37%
2.827.139
Externe rentebaten UG/woningbouw
3,17%
2.905.966
3,56%
1.178.777
Totaal werkelijke rentebaten
4.200.803
2.792.388
4.005.916
Saldo werkelijke rentelasten minus -baten
2.257.637
4.876.467
2.887.969
Bij: Rente over eigen vermogen (reserves)
1,80%
2.877.660
1,50%
2.845.635
2,00%
3.240.749
Bij: Rente over voorzieningen
1,80%
1.112.940
1,50%
763.965
2,00%
1.144.890
Saldo rentelasten over eigen vermogen en voorzieningen
3.990.600
3.609.600
4.385.639
Totaal toe te rekenen rentelast
6.248.237
8.486.067
7.273.608
Toe te rekenen aan grondexploitaties
466.530
1,50%
0
1,50%
340.195
Resteert toe te rekenen aan taakvelden (vaste activa)
5.781.707
8.486.067
6.933.413
De toegerekende rente aan taakvelden via renteomslag ad
1,50%
8.152.604
1,50%
8.460.500
1,50%
8.699.769
Resultaat treasury
2.370.897
-25.567
1.766.356