Paragraaf Lokale heffingen

Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Algemeen

In deze paragraaf verantwoorden we ons beleid voor de heffingen en tarieven in 2025 en is informatie opgenomen over:

  • de algemene ontwikkelingen
  • het beleid voor de lokale heffingen
  • de inkomsten per heffing
  • de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten
  • de kostendekkendheid van de tarieven
  • een specificatie van de leges
  • informatie over kwijtschelding
  • informatie over de lokale lastendruk

Algemene ontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Algemene ontwikkelingen

Op 19 december 2024 stelde de gemeenteraad de tarieven voor het belastingjaar 2025 vast. 

Beleid lokale heffingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Beleid lokale heffingen

In het bestuursakkoord 2022-2026 staan de volgende afspraken over de lokale heffingen:

  • De lastendruk ontwikkelt zich de komende jaren op een voorspelbare manier.
  • De onroerendezaakbelasting (ozb) voor niet-woningen en woningen blijft gelijk.
  • De toeristenbelasting stijgt. (Het tarief is in 2023 verhoogd.)
  • De afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend en wordt jaarlijks geïndexeerd met 2%. 
  • De rioolheffing wordt eenmalig met 17,5% verlaagd en wordt jaarlijks geïndexeerd met 2%. Bij de doorrekening houden we rekening met maatregelen voor klimaatadaptatie binnen het rioleringsprogramma en met een heffing die 100% kostendekkend is.
  • De precario daalt. Het tarief is in 2022 met 25% verlaagd.

Algemeen
De gemeente heft algemene belastingen die ten goede komen aan de algemene middelen van de gemeente, zoals de ozb en de toeristenbelasting. Daarnaast heft de gemeente bestemmingsbelastingen en retributies.

  • Bestemmingsbelastingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voorbeelden hiervan zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor deze belastingen geldt dat de gemeente niet méér mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt.
  • Retributies heffen we van personen aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent die een individueel voordeel oplevert. De belangrijkste retributies zijn de leges. Dit zijn vergoedingen voor diensten die de gemeente levert, zoals een paspoort of een vergunning. Ook de retributies mogen niet meer dan kostendekkend zijn.

Berekening van tarieven van heffingen

  • Rioolheffing
    Volgens de BBV-voorschriften is er een evenwicht tussen de lasten en baten op het gebied van de riolering. De uitgangspunten liggen vast in het Gemeentelijk Plan Riolering en Stedelijk Water 2025-2029. Vanuit het bestuursakkoord 2022-2026 is de basis bepaald voor het tarief dat we hanteren voor bewoners en bedrijven. Jaarlijks actualiseren we de begroting op basis van de recente ontwikkelingen. In de uitvoering kunnen jaarlijks schommelingen plaatsvinden in de kosten en opbrengsten. Om deze schommelingen op te vangen, hebben we een egalisatievoorziening ingesteld.
  • Afvalstoffenheffing
    Volgens de BBV-voorschriften is er een evenwicht in de lasten en baten op het gebied van afval. Uitgangspunt voor de begroting is het bestuursakkoord 2022-2026, aangevuld met de verwachte meerjarenontwikkeling van de opbrengsten vanuit huishoudens en autonome ontwikkelingen, zoals personeelslasten en de kosten voor afvalverwerking. Deze vormen de basis voor de tarieven die we hanteren voor één- en meerpersoonshuishoudens. Jaarlijks actualiseren we de begroting op basis van de recente ontwikkelingen. In de uitvoering kunnen jaarlijks schommelingen plaatsvinden in de kosten en opbrengsten. Om deze schommelingen op te vangen, hebben we een voorziening ingesteld.
  • Parkeerbelasting
    De gemeentelijke kosten voor het opleggen van naheffingsaanslagen kunnen hoogstens bestaan uit de volgende onderdelen, voor zover die samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelastingen:
    • vaste informatieverwerkingskosten
    • variabele informatieverwerkingskosten
    • kosten van afschrijving
    • kosten van interest
    • personeelskosten
    • overheadkosten die ten hoogste 50% van de personeelskosten mogen bedragen

Op basis van een raming van deze jaarlijkse kosten stelt de gemeenteraad het bedrag vast dat we per naheffing in rekening brengen.

Gerealiseerde inkomsten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Gerealiseerde inkomsten

De inkomsten per heffing staan in onderstaande tabel.

Bedragen x € 1.000
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Realisatie 2024
Begroting 2025 na wijzing
Realisatie 2025
Verschil B/W 2025
Verschil Realisatie 2025-2024
Algemene belastingen
OZB
38.124
40.058
40.269
43.608
43.706
98
3.437
Parkeerbelasting
19.297
22.305
22.575
25.804
27.231
1.427
4.657
Precariobelasting
872
954
945
982
1.074
92
130
Toeristenbelasting
865
1.319
2.033
1.660
2.153
493
120
Hondenbelasting
1
Bestemmingsbelastingen
Afvalstoffenheffing
25.674
26.605
28.543
29.862
29.400
-461
857
BIZ-bijdrage
334
609
601
518
539
21
-62
Reclamebelasting Ondernemersfondsen
491
476
522
475
590
115
68
Rioolheffing
21.182
17.692
18.333
19.014
18.838
-177
505
Retributies
Havengelden
95
77
66
81
62
-19
-4
Leges
10.766
11.463
12.258
14.070
13.200
-870
942
Markt- en reclamegelden
47
Totaal
117.747
121.557
126.145
136.075
136.794
720
10.649

In 2025 waren onze inkomsten € 0,7 miljoen hoger dan begroot. Dit komt hoofdzakelijk door hogere opbrengsten van parkeer- en toeristenbelasting. Daar tegenover staat een lagere opbrengst vanuit de afvalstoffen- en rioolheffing en tevens lagere inkomsten vanuit leges.

Ten opzichte van 2024 zijn de inkomsten met € 10,6 miljoen gestegen. Dit zijn de belangrijkste oorzaken:

  • De ozb is gestegen door een jaarlijkse toename van het aantal panden. De ozb is in 2025 ook eenmalig met 6% verhoogd. 
    Daarnaast bleken de stijgingspercentages van de waardeontwikkeling voor woningen en niet-woningen, waarmee we bij het vaststellen van de tarieven hebben gerekend, uiteindelijk lager te zijn dan het werkelijke stijgingspercentage. 
  • De toeristenbelasting is ten opzichte van 2024 toegenomen. Dat komt doordat de overnachtingen in Breda weer in trek zijn en we daardoor een hogere bezettingsgraad hadden dan waarmee bij het opstellen van de begroting is gerekend. Naast de hogere inkomsten in 2025, viel ook de eindafrekening over 2024 hoger uit.
  • De opbrengst van betaald parkeren komt vooral vanuit het straatparkeren. Bij de parkeergarages zien we een wisselend beeld. De Barones en in minder mate Oranje Zuid leveren financieel veel minder op dan begroot. Dat komt door de werkzaamheden aan de Nieuwe Mark en de afsluiting van de Markendaalseweg. De opbrengst van betaald parkeren komt vooral vanuit het straatparkeren. De stijging vloeit voort uit een breed palet aan maatregelen die bij de harmonisatie zijn getroffen. Bij de parkeergarages zien we nog steeds een wisselend beeld. 
    Bij fiscaal parkeren worden er meer aanslagen opgelegd dan begroot, mede door uitbreiding gebieden. De keerzijde is dat er veel vorderingen oninbaar zijn door buitenlandse kentekens.  
  • We ontvingen meer leges binnen de post Publiekszaken doordat het tweede jaar van de reisdocumentenpiek is aangebroken. Deze piek duurt 5 jaar. Verder ontvingen we minder leges voor de Omgevingswet. Dat komt doordat nieuwe regelgeving bepaalt dat we niet alle activiteiten voor het afgeven van een vergunning mogen doorberekenen. 

Een nadere toelichting vindt u bij de diverse programma’s in deze jaarrekening.

Rioolheffing
De opbrengsten van de rioolheffing zijn lager dan begroot door een dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren van € 0,1 miljoen en enige vertraging in de realisatie van de heffing op nieuwe woningen ten opzicht van begroot.

Afvalstoffenheffing
De opbrengsten afvalstoffenheffing bestaat voor 2025 uit meer eenpersoonshuishoudens en minder meerpersoonshuishoudens dan verwacht. Ook het totaal aantal opgelegde afvalstoffenheffingen is minder en is er een storting gedaan in de voorziening dubieuze debiteuren. 

Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten

De gemeentelijke woonlasten bestaan uit de ozb, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. De ozb is een percentage van de WOZ-waarde. Ter vergelijking staan de tarieven van 2022 tot en met 2025 in onderstaande tabel.

Tarieven OZB
2022
2023
2024
2025
Eigenaar woning (waarde € 315.000)
€ 202,55
0,0643%
€ 182,39
0,0579%
€ 178,29
0,0566%
€ 177,66
0,0564%
Eigenaar woning (waarde € 250.000 één pers. Hh)
€ 160,75
0,0643%
€ 144,75
0,0579%
€ 141,50
0,0566%
€ 141,00
0,0564%
Eigenaar niet-woning
0,2305%
0,2305%
0,2238%
0,2275%
Gebruik niet-woning
0,1861%
0,1861%
0,1799%
0,1821%
Rioolheffing
2022
2023
2024
2025
Waterverbruik 1- 500 m3
€ 230,40
€ 190,08
€ 193,92
€ 197,76
Waterverbruik 501- 1.001 m3
€ 252,96
€ 208,80
€ 213,00
€ 217,32
Waterverbruik 1.001- 10.000 m3
€ 0,49
per m3
€ 0,40
per m3
€ 0,41
per m3
€ 0,42
per m3
Afvalstoffenheffing
2022
2023
2024
2025
Eenpersoonshuishoudens
€ 239,40
€ 244,20
€ 261,24
€ 266,40
Meerpersoonshuishoudens
€ 354,48
€ 361,56
€ 386,88
€ 394,56
Totale belastingdruk eigenaar/gebruiker meer-persoons huishouden
€ 739,20
€ 690,60
€ 759,09
€ 781,32
Stijging/Daling lastendruk absoluut
€ -9,84
€ -48,60
€ 25,06
€ 22,23
Stijging/Daling lastendruk %
-1,31%
-6,57%
3,41%
2,93%
Totale belastingdruk eigenaar/gebruiker eenpersoons huishouden
€ 598,40
€ 550,08
€ 596,66
€ 614,16
Stijging/Daling lastendruk absoluut
€ -8,56
€ -48,32
€ 17,63
€ 17,50
Stijging/Daling lastendruk %
-1,41%
-8,07%
3,04%
2,93%
Totale belastingdruk huurder/gebruiker meerpersoons huishouden
€ 584,88
€ 551,64
€ 580,80
€ 592,32
Stijging/Daling lastendruk absoluut
€ 11,52
€ -33,24
€ 29,16
€ 11,52
Stijging/Daling lastendruk %
2,01%
-5,68%
5,29%
1,98%
Totale belastingdruk huurder/gebruiker eenpersoons huishouden
€ 469,80
€ 434,28
€ 455,16
€ 464,16
Stijging/Daling lastendruk absoluut
€ 9,24
€ -35,52
€ 20,88
€ 9,00
Stijging/Daling lastendruk %
2,01%
-7,56%
4,81%
1,98%

Kostendekkendheid tarieven

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kostendekkendheid tarieven

Voor de bestemmingsbelastingen en retributies rekenen we de volgende kosten toe aan de tarieven:

  • Directe lasten
    De kosten voor de activiteiten die een direct verband hebben met de geleverde dienst.
  • Overhead
    De kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Deze kosten zijn toe te rekenen aan de tarieven. We werken met een uniforme opslag voor overhead. Voor de naheffingsaanslagen voor parkeren mag wettelijk gezien alleen gerekend worden met een opslagpercentage van 50%.
  • Btw
    Binnen het Btw Compensatiefonds hebben gemeenten voor bepaalde prestaties recht op een compensatie van de Btw die bij hen in rekening is gebracht. Toch mag die Btw ook als kostenpost worden aangemerkt en worden doorberekend in de tarieven.
  • Niet-toerekenbare kosten
    Dit zijn kosten voor de voorbereiding van beleid en algemene inspraakprocedures, de kosten van handhaving, toezicht en controle (behalve de eerste controle) en de kosten van bezwaar- en beroepsprocedures.

De werkelijke kostendekking in 2025 vindt u in onderstaande tabellen.

Bedragen x € 1.000
Bestemmingsbelastingen
Retributies
Totaal
Rioolheffing
Afvalstoffenheffing
Havengelden
Leges
Directe lasten -/- baten
15.399
23.746
62
12.142
51.349
Overhead
1.652
4.595
28
3.999
10.275
BTW
1.833
2.245
390
4.469
Totaal lasten
18.885
30.586
90
16.531
66.092
Totaal baten heffingen/leges
18.838
29.400
63
13.200
61.501
Kostendekkendheid
100%
96%
70%
80%
93%
* markten zijn geprivatiseerd

Specificatie leges

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Specificatie leges

Leges titel 1: algemene dienstverlening
Hieronder vallen onder meer publiekzaken, cultureel erfgoed, telecommunicatie en verkeer en vervoer.

Leges titel 2: omgevingsvergunning
De kostendekkendheid is 97% doordat vorderingen waarvan werd gedacht dat ze oninbaar waren toch zijn ontvangen in 2025 (tw. € 589.000). Zonder deze baten zou de kostendekkendheid 88% zijn. 

Leges titel 3: dienstverlening vallend onder Europese dienstrichtlijn niet zijnde titel 2
Hieronder vallen onder meer horeca, evenementen, exploitatievergunningen en kabels/leidingen.

Bedragen x € 1.000
Titel 1 Algemene dienstverlening
Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning
Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2
Directe lasten -/- baten
5.299
4.199
2.645
Overhead
705
2.369
924
BTW
155
235
Totaal lasten
6.159
6.802
3.569
Totaal baten heffingen/leges
6.093
6.590
518
Kostendekkendheid
99%
97%
15%

Rioolheffing
Om schommelingen in de kosten en opbrengsten op te vangen, hebben we een egalisatievoorziening ingesteld. Tegenover de begrote onttrekking van € 1,9 miljoen staat een dotatie op basis van nacalculatie van € 0,5 miljoen. Het gaat per saldo om een onttrekking van € 1,4 miljoen. Deze dotatie aan het einde van het jaar is een optelsom van lagere kapitaallasten, niet-ingevulde vacatures en hogere kosten voor onderhoud en het oplossen van meldingen. De dotatie aan de voorziening dubieuze debiteuren voor de rioolheffing en de iets lagere inkomsten werd nagenoeg geheel gecompenseerd door een lager bedrag aan kwijtschelding.

Afvalstoffenheffing
Om schommelingen in de kosten en opbrengsten op te vangen, hebben we een voorziening ingesteld. De onttrekking aan de voorziening was € 0,1 miljoen. Daarmee is de voorziening leeg.

Kwijtschelding

Terug naar navigatie - Paragraaf Lokale heffingen - Kwijtschelding

In de regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Breda staat wie onder welke voorwaarden in aanmerking komt voor kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen. Voor dit beleid is de gemeenteraad gebonden aan de regels vanuit de Invorderingswet. Gemeenten kunnen op een paar punten afwijken van deze regeling. Zo kunnen zij uitgaan van hogere kosten om te leven dan landelijk is toegestaan. De gemeente Breda heeft de normbedragen voor bestaanskosten gesteld op 100% in plaats van 90%. Voor belastingbetalers van 65 jaar en ouder zijn de kosten van bestaan in Breda gesteld op 100% van de netto AOW-bedragen in plaats van 100% van de normbedragen voor bestaanskosten. Daarnaast zien we in Breda de bedoelde nettokosten van kinderopvang ook als uitgaven. De Bredase normen voor kwijtschelding voldoen aan de maximaal toegestane normering. In de belastingenverordeningen is geregeld of er voor de heffing kwijtschelding mogelijk is.