Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Inleiding
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - InleidingRisico’s inschatten
Als gemeente werken we aan oplossingen voor grote maatschappelijke problemen. Dat vraagt om vernieuwende oplossingen, maar daarbij weten we niet altijd zeker wat het resultaat zal zijn. Ook kunnen de omstandigheden veranderen, bijvoorbeeld door nieuwe wetten of een veranderende economische situatie. Daardoor kunnen onze plannen anders uitpakken dan verwacht, waardoor we onze doelen niet halen. Daarom is het belangrijk dat we van tevoren nadenken over mogelijke risico’s.
We zetten risicomanagement in om goed voorbereid te zijn op alle denkbare situaties. Daarbij bekijken we vooraf wat er mis kan gaan en welke kansen er zijn. Zo kunnen we betere keuzes maken. Dat is belangrijk, want sommige risico’s zijn te groot voor de gemeente alléén.
Voldoende financiële buffer
Een belangrijk onderdeel van risicomanagement is het weerstandsvermogen. Dat is een soort financiële buffer. Het laat zien of de gemeente genoeg geld heeft om onverwachte kosten op te vangen.
We berekenen dit door te kijken naar:
- hoeveel geld we vrij kunnen gebruiken (de weerstandscapaciteit)
- hoeveel geld we nodig hebben om risico’s op te vangen
Wat leest u in deze paragraaf?
In deze paragraaf leggen we uit wat de belangrijkste risico’s zijn binnen elk programma van de gemeente. Ook laten we zien of we genoeg geld hebben om deze risico’s op te vangen.
Programmarisico's
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Programmarisico'sProgramma 1 Vitaal en sociaal Breda
Structurele personeelstekorten
Het aanbod van gekwalificeerd personeel in de zorg, de jeugdhulp en de gemeentelijke uitvoering blijft structureel achter bij de vraag. Daardoor ontstaat een situatie waarin essentiële ondersteuning niet tijdig of volledig geleverd kan worden. Dit leidt tot langere wachttijden, hogere werkdruk en een verminderde kwaliteit van de dienstverlening.
Meer en complexere hulpvragen
Door maatschappelijke ontwikkelingen als medicalisering, prestatiedruk, intergenerationele problematiek en een afname van informele netwerken, neemt de vraag naar ondersteuning toe en wordt deze vraag complexer. Hierdoor ontstaat een groeiende druk op het sociaal domein en een toename van langdurige en intensieve hulptrajecten.
Digitale uitsluiting en ongelijkheid
Inwoners die onvoldoende digitaal vaardig zijn of geen toegang hebben tot digitale middelen, zijn mogelijk minder goed op de hoogte van de gemeentelijke dienstverlening en kunnen hier minder goed zelfstandig gebruik van maken. Als gemeente besteden we extra aandacht aan deze groep, zodat ook zij toegang hebben tot ondersteuning, werk en participatie.
Beleidsmatige versnippering en gebrek aan sturing
Doordat het beleid, de financiering en de uitvoering binnen het sociaal domein onvoldoende op elkaar zijn afgestemd, ontstaat versnippering en onduidelijkheid. Dit belemmert een effectieve samenwerking, leidt tot inefficiëntie en maakt het voor inwoners en partners lastig om de juiste ondersteuning te vinden.
Beperkte regie en samenwerking
Wanneer de regie op complexe casuïstiek ontbreekt en de samenwerking tussen lokale teams, specialistische hulp en maatschappelijke partners onvoldoende is, ontstaat het risico dat inwoners tussen wal en schip vallen. Dit leidt tot vertraging in de hulpverlening en suboptimale resultaten.
Bestaansonzekerheid en financiële stress
Door de stijgende kosten voor levensonderhoud, schuldenproblematiek en beperkte toegang tot passend werk komen steeds meer inwoners financieel in de knel. Dit vergroot de afhankelijkheid van de gemeentelijke ondersteuning en het belemmert duurzame participatie.
Woningmarktproblematiek
Door een tekort aan betaalbare en passende woningen kunnen kwetsbare inwoners moeilijk doorstromen vanuit de zorg of de opvang. Dit belemmert hun herstel en het vergroot de druk op de maatschappelijke opvang en beschermd wonen.
Afname van sociale cohesie en gemeenschapskracht
Wanneer de sociale netwerken in de wijken verzwakken en het aantal ontmoetingen afneemt, vermindert de onderlinge steun tussen inwoners. Dit belemmert de vroegsignalering van problemen en het vergroot de afhankelijkheid van formele hulpverlening.
Complexiteit regionale samenwerking
Omdat het sociaal domein grotendeels regionaal georganiseerd is, bestaat er een risico dat verschillen in beleidskeuzes, belangen of tempo tussen gemeenten onderling leiden tot vertraging in de besluitvorming of de uitvoering. Dit kan de effectiviteit en efficiëntie van de samenwerking onder druk zetten en gevolgen hebben voor de continuïteit van de ondersteuning aan inwoners.
Netcongestie
Door aanhoudende netcongestie kunnen maatschappelijke voorzieningen, zorglocaties, sociale woningbouw en andere essentiële wijkvoorzieningen, zoals huisartsenpraktijken, supermarkten en buurtcentra niet tijdig worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Hierdoor vertraagt de uitvoering van het sociaal beleid en komt de leefbaarheid in kwetsbare wijken onder druk te staan. Het risico bestaat dat inwoners minder toegang hebben tot basisvoorzieningen. Dit belemmert hun zelfredzaamheid, gezondheid en participatie.
Programma 2 Ondernemend Breda
Thema Stimuleren economische ontwikkeling in Breda
Netcongestie belemmert de economische ontwikkeling van Breda doordat nieuwe bedrijven zich minder snel kunnen vestigen en bestaande bedrijven beperkt kunnen uitbreiden. Door het ontbreken van gemeentelijke grondposities op veel bedrijventerreinen is Breda bovendien afhankelijk van vastgoedeigenaren voor herstructurering, waardoor sturing en versnelling lastig zijn. Dit leidt concreet tot vertraging van economische groei, misgelopen vestigingskansen en een afname van de concurrentiepositie van Breda.
Thema grote projecten in de stad
Programma Verbeter Breda
Verbeter Breda is een langjarige ambitie tot 2040 en vraagt om een blijvende inzet op ongelijk investeren om kansengelijkheid in heel Breda te bevorderen. Vanuit de gemeentelijke inzet worden diverse interventies uitgevoerd langs de drie bouwstenen van het programma. Verbeter Breda maakt onderdeel uit van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV), waarbij het Rijk financiële ondersteuning heeft toegezegd tot en met 2028. In het nieuwe landelijk regeerakkoord is NPLV expliciet opgenomen in ieder geval tot 2035. De praktische uitvoering na 2028 is nog niet bekend.
Programma Gasthuisvelden
Voor de verkoop van het voormalige belastingkantoor moeten de omliggende parkeerplaatsen nog aan de openbaarheid worden onttrokken. Dit hangt samen met de bredere discussie over het aanbod van openbaar parkeren in en rond de binnenstad. Dit kan invloed hebben op de planning van de tenderprocedure.
Het Seeligpark wordt in 2026 openbaar toegankelijk. Dit draagt naar verwachting bij aan een positief gebruik van de openbare ruimte. Er is wel een risico op ongewenst gebruik en gedrag. Dit vraagt om monitoring en, wanneer nodig, passende maatregelen.
Programma CrossMark/'t Zoet
Voor de realisatie van woningen binnen het programma CrossMark ontvingen we hoge financiële bijdragen van het Rijk. Een belangrijke voorwaarde is dat er in 2030 ongeveer 3.000 woningen zijn gerealiseerd. Gebiedsontwikkeling is complex en kost veel tijd. De uitdagingen zijn groot. Het gaat onder meer om de capaciteit om plannen voor te bereiden, marktontwikkelingen, procedures voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen en de gevolgen van netcongestie. Hierdoor bestaat het risico dat we het vereiste aantal woningen niet op tijd kunnen realiseren.
Programma Centrum-Oost
Het programmagebied Centrum-Oost beslaat een groot deel van de binnenstad. De omgevingsvisie beschrijft ambities voor dit gebied. Deze vragen om grote systeemveranderingen. Het gaat bijvoorbeeld om een nieuw stelsel voor parkeren, een andere manier om evenementen in te passen in de stad en de energietransitie.
Programma Bavel
Voor het programma Bavel geldt dat de milieueffecten uit de plan-MER bepalend zijn voor de gebiedsontwikkeling. Het risico op stikstof, in relatie tot de nabijheid van het Natura 2000-gebied Ulvenhoutse Bos, speelt daarbij een grote rol. Dit risico is cruciaal voor de ontwikkelmogelijkheden binnen het programma. Dat komt ook door de steeds veranderende landelijke en provinciale regels over stikstof.
Thema Dynamische stad
Cultureel erfgoed
Breda groeit. Erfgoed moet daarom meebewegen met nieuwe plannen. De wet bepaalt wat wel en niet kan. Te veel aanpassing kan zorgen voor risico’s in planologische procedures onder de Omgevingswet.
De beschikbare tijd en middelen gaan vooral naar wettelijke taken. Hierdoor voert de gemeente andere werkzaamheden later of niet uit. Dit kan de relatie tussen erfgoedorganisaties en de gemeente onder druk zetten.
Programma 3 Duurzaam wonen in Breda
Thema Wonen in Breda
Wonen
Nieuwe wetgeving, zoals de Wet versterking regie, heeft gevolgen voor ons als gemeente en voor onze samenwerking met partners. We bereiden ons voor op verplichtingen zoals een urgentieregeling en een volkshuisvestingsprogramma. De inwerkingtreding van onderdelen van deze wet is nog niet volledig duidelijk.
Voor het maken van fair-shareafspraken is inzicht in elkaars woningbouwambities noodzakelijk. Daarom is het belangrijk dat we als regiogemeenten regionale afspraken maken.
Thema verdeling beschikbare ruimte
Omgevingswet
De krapte op de arbeidsmarkt binnen het vakgebied ruimtelijke ordening blijft een risico. Dit geldt voor de inhoudelijke kennis en ervaring die nodig zijn voor het werken met de Omgevingswet. Het geldt ook voor de beperkte beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerde professionals. De concurrentie met andere gemeenten en met advies- en ingenieursbureaus is groot. Een sterke positie van de gemeente Breda op deze arbeidsmarkt blijft daarom belangrijk en vraagt voortdurend aandacht.
Thema grote woonprojecten in de stad
We liggen op koers om in deze bestuursperiode de bouw van 6.000 woningen mogelijk te maken met harde plannen. De beweging naar meer betaalbare woningen, volgens de verdeling 30/40/30, is verder doorgezet. Tegelijk zijn er risico’s voor de uitvoering van onze woningbouwopgaven. Stijgende kosten, stikstofregels en netcongestie zetten de planning en haalbaarheid van projecten onder druk. We werken daarom intensief samen met woningcorporaties, marktpartijen en medeoverheden om onze lokale doelen te halen.
Programma 4 Basis op Orde in Breda
Thema Beheer van de openbare ruimte
Net als voorgaande jaren hadden we te maken met beperkte capaciteit. Dit speelde vooral bij de visie openbare ruimte, het boombeleid en watergerelateerde vraagstukken. Ook de verzwaring van het middenspanningsnet vraagt veel tijd en inzet.
We zien dat belangen in de openbare ruimte steeds vaker samenkomen en soms botsen. Denk aan verlichting, groen en veiligheidsbeleving. De winterperiode vroeg extra inzet voor gladheidsbestrijding. Ook ecologisch beheer neemt toe, terwijl de huidige kostenkengetallen niet altijd aansluiten bij de werkelijke kosten.
Gemeentelijke vastgoed
- capaciteit (personele invulling) binnen de afdeling Vastgoedbeheer
- netcongestie bij verduurzaming van projecten en bij en nieuwe projecten
- de relatief oude gebouwportefeuille
- relatie Optisport
- beperking in het organiseren van evenementen op de ijsbaan als gevolg van brandveiligheidseisen
- Door toename van extreme weersomstandigheden neemt het risico op noodgedwongen sluiting van gemeentelijke gebouwen toe. Dit is aanleiding voor het uitwerken van protocollen.
Programma 5 Organisatie en financiën van Breda
Thema een toekomstbestendige organisatie
Arbeidsmarkt en organisatiekracht
De arbeidsmarkt blijft in 2025 zeer krap door structurele ontgroening en vergrijzing. De uitstroom van medewerkers neemt verder toe door pensioneringen en door toenemende mobiliteit op de arbeidsmarkt. Het invullen van vacatures, zowel voor vaste functies als voor inhuur, blijft lastig en er worden hogere tarieven gehanteerd. Dit leidt tot toenemende druk op teams en mogelijk lagere capaciteit of verminderde inzetbaarheid.
Ziekteverzuim blijft een aandachtspunt voor de organisatie. Het percentage steeg in 2025 naar 7,65% en volgt daarmee de landelijke trend, waarbij met name psychische klachten onder medewerkers tot 55 jaar toenemen. Ook zien we dat deze ontwikkeling doorwerkt binnen de organisatie. Hoewel de verzuimcijfers vergelijkbaar zijn met gemeenten van vergelijkbare omvang, leidt de aanhoudende druk op medewerkers en het risico op uitval in cruciale functies tot een reëel organisatiebreed risico.
Digitalisering en datavolwassenheid
De voortgang van de digitale transitie is in grote mate afhankelijk van de organisatie, in technisch opzicht en in houding en vaardigheden. Dit is ook afhankelijk van de mate waarin de informatie op orde is. Hierdoor kunnen de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie vaak niet volledig worden benut.
Informatiebeveiliging en gegevensbescherming
Informatiebeveiliging en gegevensbescherming blijven aandacht vragen, omdat naast cyberdreigingen ook intern handelen kan leiden tot datalekken, bijvoorbeeld door onzorgvuldigheden of gebrekkige controles. Dit met mogelijk reputatieschade en sancties tot gevolg. In 2025 hebben zich echter geen voorvallen voorgedaan die hebben geleid tot reputatie- of grote financiële schade.
Weerstandsvermogen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - WeerstandsvermogenWe hebben een deel van ons eigen geld apart gezet als buffer. Daarmee kunnen we financiële tegenvallers opvangen. Zo zorgen we ervoor dat we onze plannen kunnen blijven uitvoeren en ons beleid stabiel blijft.
In de begroting 2026 was het risicoprofiel (berekend met een Monte Carlo-simulatie) € 66,5 miljoen. In deze jaarrekening is het risicoprofiel, op basis van de nieuwste cijfers, met € 5,8 miljoen gedaald. Het totale risicoprofiel komt nu uit op € 60,7 miljoen.
Om de risico’s van € 60,7 miljoen op te vangen, heeft de gemeente in 2029, een bedrag van € 139 miljoen beschikbaar. Het verschil tussen deze bedragen is het weerstandsvermogen, namelijk € 78,3 miljoen. Dit betekent dat we genoeg geld hebben om ons beleid voort te zetten als de risico’s werkelijkheid worden.
De ontwikkeling van het risicoprofiel ziet er als volgt uit:

- De primaire as links (0,0-35,0) toont de bedragen x € 1 miljoen per risicogroep (kolommen).
- De secundaire as rechts (0,0-140,0) toont het totaal aan risico's (de rode lijn) en het beschikbare vermogen x € 1 miljoen (de groene lijn). Het verschil tussen beide lijnen is het weerstandsvermogen.
Hoe we omgaan met het weerstandsvermogen, staat in de afbeelding hieronder.
- De rode lijn laat zien welk minimumbedrag we als buffer nodig hebben. Dit bedrag is bedoeld om financiële tegenvallers op te vangen.
- Als we meer geld hebben dan dit minimumbedrag, kijken we hoeveel we nodig hebben om onze financiële positie gezond te houden. Dat is het grijze vakje.
We meten onze financiële positie met verschillende kengetallen, zoals de netto schuldquote, de solvabiliteit, de grondexploitatie, de belastingcapaciteit en de structurele exploitatieruimte (meer uitleg hierover staat verderop). Als we de buffer hebben aangehouden en onze financiële positie op orde is, kijken we hoeveel geld we nodig hebben voor eerder gemaakte afspraken. Als er daarna nog geld overblijft, kunnen we dat vrij inzetten.
Beleid: Uitgangspunten en proces
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beleid: Uitgangspunten en procesAls gemeente willen we de doelen waarmaken die we samen hebben vastgesteld. Dat doen we het liefst zonder onverwachte tegenvallers. Daarom pakken we risico’s slim aan. We volgen 4 duidelijke stappen om risico’s goed te beheren en financiële schade te beperken.
1e lijn: We brengen risico’s in beeld
We kijken goed naar wat er om ons heen gebeurt. Soms ontstaan er risico’s door ontwikkelingen waar we geen invloed op hebben. Ook kiezen we er soms bewust voor om risico’s te nemen, omdat ze ons helpen om onze plannen uit te voeren. Daarnaast letten we op risico’s die we wél kunnen voorkomen, bijvoorbeeld als we onbedoeld niet helemaal volgens de regels werken. Ook houden we rekening met onverwachte gebeurtenissen, waaronder fraude of schade. Al deze risico’s brengen we zorgvuldig in kaart.
2e lijn: We kiezen de belangrijkste risico’s
Bij het opstellen van de begroting en de jaarrekening bepalen we welke risico’s de grootste invloed kunnen hebben. Deze ‘toprisico’s’ krijgen extra aandacht. We leggen ze uit in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van de begroting en de jaarrekening.
3e lijn: We nemen maatregelen
We bepalen per toprisico een passende strategie. Daarin leggen we vast welke maatregelen we nemen om het risico te beperken.
4e lijn: We controleren of het werkt
We controleren regelmatig of ons risicobeheer goed werkt. Dat doen we met een audit, uitgevoerd door het team Audit van de afdeling Concerncontrol. Op basis van hun bevindingen verbeteren we onze aanpak waar nodig.
Benodigde weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Benodigde weerstandscapaciteitWe brengen onze risico’s in kaart met een risico-inventarisatie. Op basis daarvan bepalen we het risicoprofiel en de benodigde weerstandscapaciteit. De belangrijkste risico’s lichten we verderop in deze paragraaf toe.
Om zo precies mogelijk te berekenen hoeveel weerstandscapaciteit we nodig hebben, gebruiken we een Monte Carlo-simulatie. Dit is een geautomatiseerde en veelgebruikte statistische methode die verschillende scenario’s doorrekent. Daarbij werken we met zekerheidspercentages. Die geven aan hoe groot de kans is dat de werkelijke schade lager is dan het berekende bedrag. We gebruiken een zekerheidspercentage van 95%. Dat betekent dat er slechts 5% kans is dat de schade hoger uitvalt. Zo krijgen we een realistisch beeld van de mogelijke financiële gevolgen van risico’s en hoeveel geld we daarvoor nodig hebben.
Voor de risico’s rond vastgoedontwikkeling, huurinkomsten, de leegstand van gemeentelijk vastgoed en het sociaal domein gebruiken we de uitkomsten van de Monte Carlo-simulatie. Voor andere risico’s berekenen we het bedrag door de kans op het risico te vermenigvuldigen met het mogelijke gevolg. Een voorbeeld: als het gevolg van een risico € 20 miljoen is en de kans van optreden 50%, dan nemen we in de tabel € 10 miljoen op (€ 20 miljoen × 50%).
Bedragen x € 1 miljoen |
|||||
|---|---|---|---|---|---|
Nr. |
Risico`s |
Begroting 2025 |
Jaarrekening 2024 |
Begroting 2026 |
Jaarrekening 2025 |
Algemeen |
|||||
1 |
Claims |
2,9 |
2,1 |
2,5 |
0,9 |
2 |
Verbonden partijen (GR'en) |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
0,8 |
Vitaal en sociaal Breda |
|||||
3 |
Sociaal Domein |
15,3 |
20,8 |
21,5 |
21,6 |
Ondernemend Breda |
|||||
4 |
Projecten |
12 |
8,4 |
8,4 |
13,1 |
Duurzaam wonen in Breda |
|||||
5 |
Vastgoedontwikkeling |
10,5 |
13,5 |
13,4 |
7,5 |
6 |
Klimaatrisico's |
0,8 |
0,8 |
0,6 |
0,6 |
Basis op orde in Breda |
|||||
7 |
Risico's afvalservice |
nihil |
nihil |
8,3 |
3,8 |
8 |
Netcongestie |
pm |
pm |
4,8 |
4,8 |
9 |
Achterstalligheid kapitaalgoederen openbare ruimte |
3,7 |
2,3 |
nihil |
nihil |
Organisatie en financiën van Breda |
|||||
10 |
Cyberrisico's |
1,7 |
1,7 |
1,7 |
2,7 |
11 |
Fiscale risico's |
1,3 |
nihil |
nihil |
nihil |
12 |
Fluctuaties gemeentefondsuitkering |
1,4 |
1,4 |
1,4 |
pm |
13 |
Borgstellingen en leningen |
pm |
pm |
5,5 |
4,9 |
14 |
Inflatie en sensitiviteit |
1,5 |
6,2 |
nihil |
pm |
Totaal |
51,9 |
58 |
68,9 |
60,7 |
|
Claims (€ 0,9 miljoen + pm, was € 2,5 miljoen + pm)
Dit zijn risico’s voor claims, bijvoorbeeld vanwege ruimtelijke ontwikkelingen. Voor een aantal claims is de omvang van de vordering op de gemeente Breda nog niet bekend (als pm opgenomen).
Verbonden partijen (blijft € 0,8 miljoen)
Voor gemeenschappelijke regelingen (GR'en) reserveren we vermogen. Een aantal GR'en bouwen geen eigen vermogen op en vallen bij tegenvallers direct terug op het vermogen van de deelnemende gemeenten, waaronder Breda. Wij steunen nu op het risicomanagement van de GR'en.
Sociaal domein (€ 21,6 miljoen, was € 21,5 miljoen)
BUIG
Het ministerie van SZW wil er met de financieringssystematiek BUIG voor zorgen dat alle gemeenten samen een toereikend macrobudget hebben en dat de verdeling zo goed mogelijk aansluit bij de werkelijke kosten. In de praktijk blijkt echter dat deze systematiek nog niet goed aansluit. Daarom heeft de minister in 2022 diverse onderzoeken in gang gezet om het objectiefvoordeelmodel te verbeteren. De kans bestaat dat het BUIG-budget ontoereikend is. Als dit zo is, kunnen we aanspraak maken op een vangnetuitkering die door de toetsingscommissie Vangnet Participatiewet wordt beoordeeld. Aan deze uitkering zijn voorwaarden verbonden, waaronder een eigenrisico-component (maximaal 10% van het BUIG-budget).
Ombuiging bestuursakkoord Werk en Inkomen
Vanwege het forse financiële resultaat van de afgelopen jaren op het gebied van Werk & Inkomen is in het bestuursakkoord gerekend met een voordeel van € 3 miljoen in 2023, aflopend naar € 0,5 miljoen in 2026. Dit financiële resultaat is in eerdere jaren echter vooral behaald door incidentele meevallers. Of deze meevallers zich ook (voldoende) voordoen in de komende jaren, is nog onzeker.
Uitvoeringskosten invoering Wet inburgering
Gemeenten maakten extra uitvoeringskosten voor de invoering van de Wet inburgering. Dit kwam door hogere aantallen inburgeraars dan verwacht. Het Rijk komt de gemeenten hier vooralsnog niet in tegemoet. Ook in Breda is er extra instroom van statushouders. Dit geeft een piek bij meerdere afdelingen en voorzieningen binnen Participatie & Bestaanszekerheid. In de begroting 2026 zijn hiervoor extra middelen beschikbaar gekomen, wel met de verwachting dat deze doelgroep vanaf 2027 afneemt.
Hervormingsagenda Jeugd
De Hervormingsagenda Jeugd is een landelijke aanpak voor het verbeteren van de jeugdzorg. Het doel is om de zorg beter, effectiever en betaalbaarder te maken. Belangrijke maatregelen zijn het invoeren van een eigen bijdrage, het beperken van de duur van zorgtrajecten en het versterken van preventie en samenwerking in de regio. De beoogde maatregelen zijn niet haalbaar in 2026 en 2027. Hiervoor zijn we gecompenseerd vanuit het Rijk om de financiële druk tijdelijk te verlichten. Vanaf 2028 vervalt deze compensatie. De verwachte besparingen vanaf 2028 zijn onzeker en mogelijk niet haalbaar binnen de gestelde termijnen. We lopen daardoor het risico op structurele tekorten, zeker als de maatregelen niet het beoogde effect hebben en/of niet worden gecompenseerd door het Rijk.
Investering gecertifieerde instellingen
We verwachten een investering in de contracten met gecertificeerde instellingen. Dit zijn instellingen die van overheidswege gecertificeerd zijn om kinderbeschermingsmaatregelen en maatregelen vanuit de jeugdreclassering uit te voeren. Het is nog onduidelijk hoe deze investering gefinancierd wordt (compensatie vanuit het Rijk).
Transformatie JeugdzorgPlus
Voor de afbouw en ombouw van de JeugdzorgPlus heeft het Rijk specifieke middelen beschikbaar gesteld. Daarmee kunnen we investeren in de gemeentelijke capaciteit en de JeugdzorgPlus-instellingen om deze transformatie te bereiken. Het is onduidelijk of deze specifieke middelen vanuit het Rijk verlengd worden.
Toenemende zorgvraag Wmo
We zien een groeiende zorgvraag binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) door demografische en maatschappelijke ontwikkelingen. De vergrijzing leidt tot een toename van het aantal ouderen met een langdurige ondersteuningsbehoefte. Tegelijkertijd neemt de beschikbaarheid van informele zorg (zoals hulp uit het eigen netwerk) af. Hierdoor doen inwoners sneller en vaker een beroep op formele ondersteuning. Door de toenemende vraag en hoge indexeringen op de Wmo-tarieven ontstaat er een structurele mismatch tussen de stijgende uitgaven en inkomsten vanuit het gemeentefonds. Dit leidt tot druk op de begrote Wmo budgetten.
Invoering inkomensafhankelijke eigen bijdrage Wmo
De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage binnen de Wmo is inmiddels tweemaal uitgesteld en staat nu gepland voor 1 januari 2027. Wij verwachten dat de invoering opnieuw wordt uitgesteld, naar 1 januari 2028. Dit brengt het risico met zich mee dat de verwachte besparingen niet gehaald worden. De verwachting is dat het Rijk gemeenten opnieuw compenseert bij het uitstellen van de maatregel. De vorm, de hoogte en de timing van deze compensatie zijn echter onzeker, waardoor het risico voor gemeenten reëel blijft.
Timing van jeugdhulp en Wmo-tariefindexatie
Voor jeugdhulp en de Wmo worden nieuwe tarieven vastgesteld/geïndexeerd. Dit gebeurt pas na de vaststelling van de begroting. Het risico bestaat dat we contractueel meer moeten indexeren dan waar we in de begroting rekening mee hebben gehouden.
Mogelijk faillissement van een gecontracteerde aanbieder
Mogelijk krijgen we te maken met het faillissement van een gecontracteerde aanbieder die voor onze gemeente één of meer voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning en/of jeugdhulp uitvoert. Hiervan kan de gemeente negatieve gevolgen ondervinden. We moeten dan bepalen hoe de continuïteit van de ondersteuning en de zorg kan worden gewaarborgd.
Initiatiefplan extra opvanglocatie vrouwenopvang
Het initiatiefplan beoogt de realisatie van een extra opvanglocatie voor gezinnen die te maken hebben met huiselijk geweld, in lijn met de verplichtingen uit het Verdrag van Istanbul en de gemeentelijke verantwoordelijkheid binnen het sociaal domein. De benodigde investering en exploitatie worden gedragen door de Gemeenschappelijke Regeling Geweld in afhankelijkheidsrelaties. De bestuurlijke besluitvorming over het wel of niet realiseren vindt plaats in mei/juni 2026. De besluitvorming valt buiten de reguliere planning van het begrotingsproces. Hierdoor bestaat een reëel risico dat de uitkomst van dit besluit tot een knelpunt leidt in de begroting, omdat de financiële ruimte niet vooraf in het begrotingsproces is meegenomen.
Opgenomen beheersmaatregelen/ombuigingen
In de begroting zijn meerjarige beheersmaatregelen/ombuigingen opgenomen. Het effect daarvan wordt periodiek gemonitord. Het risico bestaat dat deze beheersmaatregelen/ombuigingen niet of slechts gedeeltelijk worden behaald.
Projecten (€ 13,1 miljoen, was € 8,4 miljoen)
Algemeen
De toprisico’s hebben betrekking op een aantal grote projecten en gebiedsontwikkelingen met een lange doorlooptijd en een hoge mate van complexiteit. Deze projecten kennen onzekerheden die samenhangen met planvorming, realisatie, externe afhankelijkheden en bestuurlijke besluitvorming. De risico’s worden periodiek geactualiseerd bij de begroting en de jaarrekening.
’t Zoet
Voor de gebiedsontwikkeling ’t Zoet zijn in 2025 de belangrijkste risico’s op hoofdlijnen in beeld gebracht in het kader van het koersdocument en het financieel perspectief. Deze risico’s hebben onder meer betrekking op het halen van de planning in relatie tot verkregen rijksbijdragen, marktontwikkelingen en de afzet van het globaal geplande woon- en werkprogramma, mogelijke stijgingen van bouwkosten, milieuaspecten en de beschikbaarheid van interne en externe capaciteit.
Het koersdocument en financieel perspectief zijn donderdag 5 maart 2026 vastgesteld door de Raad.
De Strip Havenkwartier
Voor het project De Strip Havenkwartier hebben de risico’s in de eerste realisatiefase met name betrekking op de planning en uitvoering van de woningbouw en bijbehorende civieltechnische werkzaamheden. Bij de aanvraag van de rijksbijdrage voor woningbouw is uitgegaan van een globale planning. Het risico bestaat dat deze planning niet wordt gehaald als gevolg van marktontwikkelingen, stijgende bouwkosten en mogelijke bezwaar- en beroepsprocedures,. Dit kan gevolgen hebben voor het voldoen aan subsidievoorwaarden.
Daarnaast zijn er risico’s verbonden aan het behoud en de restauratie van de erfgoedhallen Backer & Rueb en Lammonthal, conform de in anterieure overeenkomsten vastgelegde uitgangspunten. Ook spelen risico’s rondom kostenstijgingen en indexering in de bouw en civiele techniek, waarvan de omvang mede afhankelijk is van de verdere uitwerking van deelprojecten.
Tot slot zijn er risico’s verbonden aan de uitvoering van de hub, een collectieve parkeervoorziening binnen de gebiedsontwikkeling. Het risico bestaat dat deze voorziening niet tijdig beschikbaar is of (op termijn) niet toereikend blijkt voor de beoogde woningbouwfasen. Hierdoor zijn mogelijk tijdelijke of alternatieve oplossingen noodzakelijk.
Nieuwe Mark
De risico’s die voor de Nieuwe Mark in beeld zijn gebracht hebben met name betrekking op de overschrijding van geraamde realisatiekosten, voor zover niet ondervangen door projectspecifieke risico-opslagen. Te denken valt hierbij aan marktrisico’s, ongeplande faseringskosten, kosten van sanering enz. Nieuw opgenomen is het risico van verlies van bijdragen van derden, in het geval het project een ander verloop kent dan voorzien.
Vastgoedontwikkeling (€ 7,5 miljoen, was € 13,4 miljoen)
De risico’s die zijn verbonden aan grondexploitaties zijn onderdeel van de totale risicopositie van de gemeente Breda. Ze worden gedekt uit de totale weerstandscapaciteit. Het totale risico dat is verbonden aan het taakveld grondexploitatie bepalen we door te kijken naar de volgende risico’s:
Algemene risico’s in grondexploitaties
Deze risico’s houden we bij op risicokaarten en zijn van toepassing op alle grondexploitaties. Het gaat hierbij om normale afwijkingen op geraamde kosten en opbrengsten, veroorzaakt door macro-economische ontwikkelingen en/of de uitkomsten van reguliere werkprocessen. Deze risico’s worden gekwantificeerd door middel van een scenario-analyse, waarbij een bandbreedte wordt bepaald voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten in de grondexploitatie. De algemene risico’s bestaan uit:
- Afwijkingen op parameters en looptijd via een scenarioberekening waarin de grondexploitatie ‘tegenzit’. Ten opzichte van de basecase-situatie wordt gerekend met een hogere rente, hogere kostenstijging, lagere opbrengststijging en een langere looptijd.
- Standaard bandbreedtes op nog te realiseren grondopbrengsten.
- Standaard bandbreedtes op nog te realiseren kosten in de categorieën bouw- en woonrijp maken, plankosten, verwervingskosten en overige kosten.
Projectspecifieke risico’s in grondexploitaties
Ook deze risico’s houden we bij op de risicokaart. Alleen gaat het hier om risico’s die verbonden zijn aan 1 specifieke grondexploitatie. Een projectspecifiek risico wordt gekwantificeerd door het financiële effect van een gebeurtenis in te schatten en dit te vermenigvuldigen met de kans op optreden. Voor elk risico worden beheersmaatregelen opgesteld om het risico te beheersen.
Risico’s die zijn verbonden aan onze portefeuille panden en gronden.
Deze risico’s worden bijgehouden op een aparte risicokaart voor de voorraad panden en gronden.
Met deze 3 soorten risico’s als input bepaalt een statistische simulatie hoeveel weerstandscapaciteit er nodig is om de risico’s af te dekken. De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend op € 7,5 miljoen (bij 95% zekerheidspercentage). Dat is € 5,9 miljoen minder dan we hadden berekend voor de begroting 2026 (€ 13,4 miljoen) en € 6,0 miljoen minder dan berekend bij de jaarrekening 2024 (€ 13,5 miljoen).
Hoofdoorzaak voor dit verminderd beslag op gemeentelijke weerstandscapaciteit is een aangepaste systematiek bij het bepalen van het benodigd weerstandsvermogen. De verwachte positieve resultaten in grondexploitaties vormen een extra buffer voor risico’s. In de nieuwe berekeningswijze draagt een grondexploitatie met positief saldo de eigen risico’s. Pas wanneer dat niet meer (geheel) mogelijk is, wordt een beroep gedaan op de gemeentelijke weerstandscapaciteit.
Een tweede kleinere oorzaak is dat bij het onderdeel panden en gronden een risico is vervallen dat was verbonden aan de ontwikkeling van het Seeligterrein.
Klimaatrisico’s (blijft € 0,6 miljoen)
De klimaatrisico's in de openbare ruimte zijn helder. We moeten bijvoorbeeld bomen en struiken vervangen door droogte, hevige stormen en er we krijgen overlast van invasieve exoten. Daarnaast worden onze wegen aangetast, moeten we gladheidsbestrijding uitvoeren en hebben we te maken met wateroverlast door extreme neerslag. De klimaatrisico’s worden beperkt door extra acties, waaronder aanvullende middelen voor het onderhoud van het groen (vanuit de actualisatie van het beleidskader kapitaalgoederen). De wateroverlast is onderdeel van het Gemeentelijk Plan Stedelijk Water en Riolering. Daarnaast zetten we initiatieven voort die zich richten op klimaatadaptief handelen, zoals klimaatadaptieve wijkdeals, het project Groene Buurtjes, de subsidieregeling Groene Daken en Groene Schoolpleinen en het uitvoeren van stresstesten en risicodialogen. In het Strategisch Investeringsplan zijn middelen gereserveerd voor groene straten en pleinen en de instandhouding van bomen en groen. Deze maatregelen dragen bij aan het oplossen van de hitteproblematiek in de binnenstad. In het bestuursakkoord en bij de actualisatie van het beleidskader kapitaalgoederen zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor groen en extra bomen. Het financiële risico zit vooral in de gladheidsbestrijding en de beheersing van invasieve exoten.
Risico’s Afvalservice (€ 3,8 miljoen, was € 8,3 miljoen)
Gemeenschappelijke regeling Nazorg Gesloten Stortplaatsen (€ 3,0 miljoen)
In 2018 is er een meningsverschil ontstaan tussen de exploitanten van de stortplaats Zevenbergen en de provincie Noord-Brabant door een aanzienlijke daling van de rekenrente en daarmee een aanzienlijke stijging van de doelvermogens. Vanwege dit meningsverschil is er een overeenkomst afgesloten tussen de provincie en de exploitanten, waaronder de GR, om te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om de doelvermogens omlaag te brengen. Hierin is opgenomen dat de provincie gedurende de looptijd geen heffingsaanslag oplegt. Begin 2024 voerde Gedeputeerde Staten een nieuwe ALM-studie uit en stelde een hieraan gekoppelde nog lagere rekenrente vast (3,45%). Hierdoor loopt het verschil tussen het doelvermogen in het nazorgfonds en het benodigde doelvermogen verder op. Daarnaast heeft de provincie begin 2024 aangegeven dat zij niet bereid is om de overeenkomst ongewijzigd voort te zetten. De provincie heeft aangegeven naheffingsaanslagen op te gaan leggen op basis van de (nog te actualiseren) nazorgplannen.
Claim lachgascilinders € 0,5 miljoen
Dit risico betreft de aansprakelijkheidsstelling van afvalverwerkingsbedrijf AVR. Hun installaties lopen schade op doordat er lachgascilinders zitten in het afval dat gemeenten aanbieden. De gerechtelijke uitspraak is in ons nadeel. Momenteel wordt onderzocht wat hiervan de concrete impact gaat zijn.
Raamovereenkomst verpakkingen € 0,3 miljoen
De nieuw afgesloten raamovereenkomst tussen Verpact ,VNG en NVRD resulteert in een verscherpte controle plaatsvindt op de kwaliteit van Plastic verpakkingen. Dit leidt mogelijk tot een ‘korting’ op de door Afvalservice te ontvangen baten. Momenteel wordt onderzocht wat hiervan de concrete impact gaat zijn.
Netcongestie, stikstofproblematiek en Kaderrichtlijn Water (blijft € 4,84 miljoen)
In 2025 zijn de risico’s verder toegenomen door de noodzakelijke verzwaring van het elektriciteitsnet, strengere jurisprudentie op het gebied van stikstof en aangescherpte eisen voor waterkwaliteit richting de KRW-deadline in 2027. Deze ontwikkelingen leiden tot vertragingen en kostenstijgingen bij woningbouwprojecten, gebiedsontwikkelingen en gemeentelijke investeringen.
Netcongestie
Op 12 december 2025 stelde de ACM een nieuw prioriteringskader vast. Een belangrijke wijziging is dat vanaf 1 juli 2026 klein- en grootverbruikers in één wachtrij komen, waardoor de automatische voorrang voor kleinverbruik (zoals woningen en maatschappelijk vastgoed) vervalt. Dit kan de voortgang van woningbouw en verduurzaming aanzienlijk beïnvloeden.
Door de toenemende netcongestie moeten bedrijven die zich willen vestigen, uitbreiden of verduurzamen langer wachten op aansluitingen of extra capaciteit. Ook woningbouw en essentiële voorzieningen, zoals supermarkten, scholen en zorgcentra kunnen hierdoor vertraging oplopen. Deze druk op het elektriciteitsnet vormt een groeiend risico voor het Bredase vestigings- en investeringsklimaat.
Stikstofproblematiek
Recente jurisprudentie maakt de vergunbaarheid van projecten complexer. Dit vormt een groot risico voor de uitvoerbaarheid van het Bredase woningbouwprogramma. Hoewel het Rijk werkt aan aanvullende maatregelen, is onzeker of deze juridisch houdbaar zijn. Hierdoor neemt het risico op langdurige vertragingen toe, met gevolgen voor planning, kosten en realisatie van woningbouw en gebiedsontwikkeling.
Kaderrichtlijn water (KRW)
In 2027 verloopt de eindtermijn van de Europese Kaderrichtlijn Water. De waterkwaliteit in Nederland en ook in Breda blijft op verschillende punten achter. Daardoor kan een vergelijkbare situatie ontstaan als bij het stikstofdossier: projecten met een negatieve impact op de waterkwaliteit kunnen stil komen te liggen. Ook recreatieve functies, zoals de recreatievaart op de Mark en Singels, kunnen onder druk komen te staan.
Het risico is dat lopende en geplande ruimtelijke ontwikkelingen niet of alleen met aanvullende maatregelen kunnen worden uitgevoerd. Daarom werkt Breda samen met waterschap en provincie aan een robuuste dossieropbouw om juridische risico’s te beperken.
Achterstalligheid kapitaalgoederen openbare ruimte (nihil)
Bij de actualisatie van het beleidskader kapitaalgoederen is een bestemmingsreserve kapitaalgoederen ingesteld, die is bedoeld voor het aanpakken van achterstanden en achterstalligheden van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte. De kans op achterstalligheid blijft bestaan, maar kan financieel gedekt worden uit deze reserve. Hierdoor komt dit toprisico te vervallen.
Cyberrisico’s (€ 2,2 miljoen, was € 1,7 miljoen)
Het kans percentage is verhoogd op basis van het (openbare) Dreigingsbeeld Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten dat inzicht geeft in de belangrijkste bedreigingen en ontwikkelingen op het gebied van informatiebeveiliging. De belangrijkste dreigingen die direct tot schade kunnen leiden voor de gemeente Breda zijn hieronder opgenomen.
Een ransomware-aanval
Een ransomware-aanval blijft de belangrijkste dreiging voor gemeenten. Criminelen maken daarbij gebruik van zwakheden in systemen die via internet toegankelijk zijn, zoals websites, toegangsportalen en inlogschermen. Nadat zij binnen zijn gedrongen, nemen ze ruim de tijd om rond te kijken wat er te halen valt, zich te nestelen, gevoelige data te stelen en te versleutelen en vervolgens de slachtoffers af te persen.
Een aanval via e-mail
E-mail blijft de meest gangbare methode van communiceren. Bij e-mail ligt er veel verantwoordelijkheid bij de eindgebruiker om zich aan de procedures te houden en zo een datalek en/of digitale inbraak te voorkomen. Een foutje is helaas zo gemaakt. Dat maakt e-mail tot een aantrekkelijk doelwit voor cybercriminelen. Daarmee is het een potentieel risico voor de informatiebeveiliging van de gemeente.
Incidenten bij leveranciers
Een groeiend deel van onze gemeentelijke ICT wordt als dienst bij derden afgenomen. De transitie naar software-as-a-service (SaaS) brengt voordelen, zoals vereenvoudigd beheer. Gemeenten profiteren van snellere implementaties en hebben minder technische zorgen, maar ervaren tegelijkertijd een verlies van controle en grip. Incidenten in de toeleveringsketen vormen een toenemende dreiging. Ransomware en phishing bij leveranciers kan leiden tot grootschalige verstoringen en/of datalekken bij meerdere gemeenten tegelijk.
DDoS-aanvallen DDoS
(Distributed Denial of Service) is een aanval waarbij kwaadwillenden een website of online dienst (zoals DigiD) platleggen door deze te overspoelen met nepverkeer vanaf meerdere bronnen tegelijk. DDoSaanvallen zijn een integraal onderdeel geworden van hybride oorlogsvoering, waarbij staten en activistische groepen betrokken zijn. In 2025 is ook de gemeente Breda getroffen door een DDoS-aanval.
De inzet van AI bij aanvallen
De opkomst van (generatieve) AI biedt zowel kansen als bedreigingen voor de gemeente Breda. We kunnen AI inzetten om onze bedrijfsvoering en dienstverlening te verbeteren. Het kan ook beveiligingsprocessen efficiënter maken, bijvoorbeeld door geavanceerde monitoring en automatische detectie van verdachte activiteiten. Tegelijkertijd maken criminelen gebruik van AI voor nieuwe aanvalsmethoden, zoals deepfakefraude of gerichte phishingcampagnes.
Operationele Technologie (OT)
De gemeente Breda beschikt over procesautomatisering en operationele technologie (OT). Voorbeelden hiervan zijn systemen voor de riolering, verkeersregelinstallaties, camerasystemen en gebouwbeheersing. Sabotage van deze operationele technologie is reëel, ook al hebben zich recent geen grote incidenten voorgedaan in Nederland. Tegelijkertijd is er ook een reëel risico op fysieke sabotage.
De geschatte kosten voor cyberrisico’s bestaan uit de kosten voor forensisch onderzoek, het opnieuw opbouwen van (delen van) het netwerk, derving doordat medewerkers niet meer kunnen werken en de inhuur van (externe) professionals. Denk hierbij aan forensische experts, IT-specialisten voor de wederopbouw en crisiscommunicatiespecialisten.
Digitale soevereiniteit
Door geopolitieke ontwikkelingen en afhankelijkheid van (niet Europese) technologie leveranciers kan het noodzakelijk worden om digitale systemen versneld te vervangen. Dit kan leiden tot incidentele kosten voor migratie en transitie van systemen, investeringen in een soeverein cloud of on premise platform, aanvullende security en compliance maatregelen, extra beheer en training en adoptie binnen de organisatie.
Fiscale risico's (nihil)
Over de verslagjaren 2020 en 2021 hebben we definitieve aanslagen van de Belastingdienst ontvangen zonder correcties met betrekking tot het terrein-parkeren. Bovendien is tijdens de landelijke BDO-bijeenkomsten gebleken dat andere gemeenten dit evenmin als een risico beschouwen. Het is daarom onwaarschijnlijk dat terrein-parkeren alsnog als een belaste activiteit wordt aangemerkt. Daarmee komt dit toprisico te vervallen.
Fluctuaties Gemeentefondsuitkering (nihil, was € 1,4 miljoen)
De gemeentefondsuitkering is aan fluctuaties onderhevig. Er zijn vanuit het Rijk een tweetal bewegingen ingezet om deze fluctuaties te beperken. Dit zijn:
- herijking gemeentefonds in 2023. Deze herijking wordt in 2027 herzien
- nieuwe financieringssystematiek vanaf 2024
Daarnaast wordt de gemeentefondsuitkering bij iedere circulaire opnieuw beoordeeld en geactualiseerd, waardoor we zoveel als mogelijk actueel inzicht hebben. De bijbehorende risico’s in de uitkering zijn opgenomen bij de diverse programma’s. Met name programma 1 voor het onderdeel jeugd.
Borgstellingen (€ 4,9 miljoen, was € 5,5 miljoen)
De gemeente verleent borgstellingen aan derden en neemt achtervangposities in bij waarborgfondsen. Dat is niet zonder risico's. De gemeente wordt aangesproken als deze derden hun verplichtingen niet nakomen. Bij een achtervangpositie in een waarborgfonds gebeurt dit pas als het garantievermogen van het fonds niet genoeg is. We schatten dit risico laag in. Bij een aanspraak zorgen de hypothecaire zekerheden in het voordeel van de gemeente Breda ervoor dat het financieel verlies gering of nihil is.
De gemeente heeft bij 2 waarborgfondsen een achtervangpositie:
- het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW)
- het Waarborgfonds Eigen Woningen dat de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) verstrekt
Beide waarborgfondsen hebben een zeer solide financiële positie.
De totale hoofdsom van verleende borgstellingen en verstrekte leningen is € 215 miljoen, onze directe achtervangpositie voor het Waarborgfonds Sociale Woningbouw is € 723 miljoen. Voor het Waarborgfonds Eigen Woningen is geen bedrag voor onze achtervangpositie bepaald.
Het totale netto risicobedrag voor borgstellingen en leningen voor gemeente Breda schatten we in op € 4,9 miljoen.
Inflatie en sensitiviteit (pm)
Onderliggende risico’s m.b.t. Inflatie en sensitiviteit zijn opgenomen bij de begrotingsprogramma's zelf. Daarnaast vormen ook de krapte op de arbeidsmarkt en het tekort aan grondstoffen een probleem. Deze ontwikkelingen raken niet alleen de samenleving, maar ook onze eigen organisatie. De huidige geopolitieke spanningen, waaronder toenemende geo-economische confrontaties en verstoringen door internationale conflicten, vergroten deze druk verder. Omdat deze effecten slechts beperkt kunnen worden bijgestuurd en moeilijk te kwantificeren zijn, is dit risico pro memorie (pm) opgenomen.
Beschikbare weerstandscapaciteit
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Beschikbare weerstandscapaciteitBedragen x € 1 miljoen |
||||
|---|---|---|---|---|
Onderdeel weerstandscapaciteit |
2026 |
2027 |
2028 |
2029 |
Algemene reserve (per 1-1) |
107,0 |
116,6 |
126,9 |
138,3 |
Onvoorzien |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
Vermogen om bezuinigingen door te voeren |
pm |
pm |
pm |
pm |
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit |
107,7 |
117,3 |
127,6 |
139,0 |
Met een risicopositie van € 60,7 miljoen is de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende om de risico's af te dekken.
Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit geeft aan welk vermogen er beschikbaar is om de risico's af te dekken. Dit bestaat uit de algemene reserve, de post Onvoorzien en het vermogen om bezuinigingen door te voeren.
Algemene reserve
De gemeentebrede algemene reserve behoort tot de weerstandscapaciteit, voor zover deze vrij beschikbaar is. Vanaf 2021 is deze volledig vrij beschikbaar met uitzondering van een blokkering van € 16,5 miljoen voor de Noordelijke Rondweg.
Onvoorzien
De begrote post Onvoorzien is € 0,7 miljoen per jaar.
Vermogen om bezuinigingen door te voeren
De beschikbare ruimte in de meerjarenbegroting is bestemd voor nieuw beleid en toekomstige investeringen. Daarom rekenen we deze niet toe aan de beschikbare weerstandscapaciteit.
Financiële kengetallen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Financiële kengetallenBreda heeft een meerjarenbegroting die structureel in evenwicht is. De gemeente kan bij financiële tegenslagen tegen een stootje. We hebben inzicht in onze financiële positie en hebben een integraal beeld van de consequenties van beslissingen voor de houdbaarheid van onze financiën. Belangrijke aspecten hierbij zijn stabiliteit, wendbaarheid en voldoen aan wettelijke kaders. Kengetallen kunnen de gemeenteraad ondersteunen bij het maken van afwegingen. Financiële kengetallen zijn getallen die de verhouding weergeven tussen bepaalde onderdelen van de begroting, de balans en de exploitatie. Ze helpen bij het beoordelen van de financiële positie.
Onderstaande tabel geeft weer welke kengetallen we hiervoor gebruiken. Alle kengetallen zijn wettelijk voorgeschreven, behalve de solvabiliteitsratio exclusief doorleningen, de ratio weerstandsvermogen en de onbenutte belastingcapaciteit. De wettelijk voorgeschreven kengetallen zijn niet voorzien van een wettelijke norm, behalve de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Wel heeft de provincie Noord-Brabant als financieel toezichthouder zogeheten 'signaalwaarden' geïntroduceerd voor een aantal kengetallen.
Het is niet wenselijk om een individueel kengetal te gebruiken om onze financiële positie te beoordelen. Alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding geven ze een goed beeld.
De kengetallen zijn ingedeeld volgens 4 aspecten:
- stabiliteit: de mate waarin de gemeente haar financiële positie in evenwicht weet te houden
- wendbaarheid: de mate waarin de gemeente snel kan reageren op veranderingen in haar behoeften, ambities en doelstellingen op korte en lange termijn
- weerbaarheid: de mate waarin de gemeente financiële tegenvallers en financiële risico’s op kan vangen zonder grote beleidswijzigingen
- wettelijke kaders: de mate waarin de gemeente voldoet aan de wettelijke normen voor financiering
Rekening
2022 |
Rekening
2023 |
Rekening
2024 |
Begroting 2025 |
Rekening
2025 |
Signalerings-
waarde |
||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Stabiliteit |
|||||||
Solvabiliteitsratio * |
21,07% |
19,64% |
19,67% |
14,56% |
23,56% |
> 20% |
|
Solvabiliteitsratio exclusief doorleningen |
26,11% |
24,04% |
23,69% |
17,26% |
27,86% |
> 20% |
|
Structurele exploitatieruimte * |
1,23% |
0,12% |
1,92% |
1,64% |
5,58% |
> 0% |
|
Wendbaarheid |
|||||||
Belastingcapaciteit * |
110,79% |
88,26% |
84,83% |
78,60% |
84,70% |
< 105% |
|
Netto schuldquote * |
52,91% |
54,34% |
49,81% |
64,56% |
45,32% |
< 90% |
|
Gecorrigeerde netto schuldquote * |
35,47% |
37,98% |
36,07% |
51,65% |
32,90% |
< 90% |
|
Weerbaarheid |
|||||||
Grondexploitaties * |
1,86% |
1,74% |
0,84% |
3,15% |
0,68% |
< 20% |
|
Ratio weerstandsvermogen |
1,7 |
1,6 |
1,9 |
1,4 |
2,3 |
> 1,0 |
|
Onbenutte belastingcapaciteit |
39,54% |
41,86% |
44,77% |
39,75% |
45,05% |
||
Wettelijke kaders |
|||||||
Rente risiconorm (ruimte onder risiconorm * € 1 miljoen) |
117 |
127 |
187 |
181 |
181 |
< 0 |
|
Kasgeldlimiet: onderschrijding (+) of overschrijding (-) per kwartaal |
++++ |
++++ |
++++ |
++++ |
++++ |
++++ |
|
EMU-saldo (* € 1.000) |
20.806 |
-33.457 |
-14.156 |
-60.934 |
6.420 |
< € -44.502 |
|
* deze kengetallen zijn wettelijk voorgeschreven |
Toelichting op de financiële kengetallen
Terug naar navigatie - Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing - Toelichting op de financiële kengetallenStabiliteit
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteit drukken we uit in een percentage van het eigen vermogen tegenover het totaal vermogen. Dit geeft inzicht in de mate waarin we in staat zijn om aan onze verplichtingen te voldoen. Dit kengetal wordt gedempt doordat we grote geldleningen hebben verstrekt aan woningcorporaties en in het kader van de doordecentralisatie van de onderwijshuisvesting. Een solvabiliteitsratio onder de signaalwaarde van 20% wordt door de provincie als risicovol beschouwd.
Solvabiliteitsratio exclusief doorleningen
Omdat Breda in verhouding tot andere gemeenten grote leningen heeft verstrekt aan woningcorporaties en in het kader van de onderwijshuisvesting, geeft dit een dempend effect op de solvabiliteitsratio. Daarom wordt hier ook de solvabiliteitsratio weergegeven zonder deze leningen. Dit kengetal geeft een realistischer beeld van onze financiële positie.
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft informatie over de mate waarin we structurele lasten kunnen afdekken met structurele baten. Vanuit het BBV is de norm dat de structurele exploitatieruimte in evenwicht dan wel positief is.
Wendbaarheid
Belastingcapaciteit
De belastingcapaciteit geeft weer hoe de lokale lastendruk in de gemeente Breda zich verhoudt tot het landelijk gemiddelde. Het geeft hiermee een indicatie van de ruimte om extra inkomsten uit belastingen te genereren. De belastingcapaciteit wordt berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in de gemeente in enig jaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorafgaande jaar en uit te drukken in een percentage. De provincie beschouwt een belastingcapaciteit hoger dan 105% als risicovol.
Netto schuldquote
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast tegenover de eigen middelen. Dit laat zien hoeveel de rentelasten en aflossingen drukken op de exploitatie. Signaleringswaarden van de provincie: < 90% is het minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is het meest risicovol.
Gecorrigeerde netto schuldquote
Bij de berekening van de gecorrigeerde netto schuldquote houden we rekening met doorgeleende gelden. Zowel de netto schuldquote als de gecorrigeerde netto schuldquote laten zien dat de lasten die samenhangen met onze netto schuld passen binnen een acceptabele bandbreedte.
Weerbaarheid
Grondexploitaties
Het kengetal grondexploitaties geeft een indicatie van het financiële risico dat de gemeente loopt met haar grondportefeuille. Het kengetal wordt berekend door de boekwaarde van de grondexploitaties af te zetten tegen de totale baten van de gemeente (exclusief onttrekkingen aan de reserves). De provincie hanteert als signaleringswaarden: < 20% is het minst risicovol, 20-35% is neutraal, > 35% is het meest risicovol. Dit kengetal laat zien dat we voor de baten van de organisatie niet erg afhankelijk zijn van de opbrengsten uit grondverkopen. In het verleden zijn er flinke afboekingen geweest op de grondposities. De kans op een herhaling van een risico met deze omvang is klein.
Ratio weerstandsvermogen
Het weerstandsvermogen geeft een indicatie van de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen, zonder de noodzaak om direct te bezuinigen. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een inventarisatie en een analyse van de risico’s die de gemeente loopt. Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen het weerstandsvermogen en de risico's. Het laat zien in hoeverre we voldoende weerstandsvermogen hebben om risico's af te dekken. Een ratio hoger dan 1 laat zien dat er voldoende weerstandsvermogen is om risico’s af te dekken.
Onbenutte belastingcapaciteit
Bij de onbenutte belastingcapaciteit kijken we naar de 3 belangrijkste inkomsten voor de gemeente: de ozb, de afvalstoffenheffing en de rioolrechten. Dit kengetal geeft weer hoeveel ruimte de gemeente heeft om extra belastingen te heffen.
Wettelijke kaders
Renterisiconorm
De renterisiconorm heeft als doel om toekomstige renterisico’s op de kortlopende schuld te beperken. De renterisico’s worden berekend als de som van de aflossingen en de renteherzieningen op de bestaande langlopende schuld. Er geldt een wettelijke norm. Het totale jaarlijkse renterisicobedrag mag niet groter zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De renterisiconorm dwingt daarmee tot spreiding van de aflossingen en renteherzieningen. De renterisiconorm is uitgebreid toegelicht in de paragraaf Financiering.
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet betreft een plafond voor de kortlopende schuld van de gemeente om een te grote gevoeligheid voor rentefluctuaties op de kortlopende schuld te voorkomen. De kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 8,5% van het begrotingstotaal. Als de kortlopende schuld van een gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt, moet de gemeente haar toezichthouder hiervan op de hoogte stellen en een plan voorleggen om het daaropvolgende kwartaal weer aan de kasgeldlimiet te voldoen. In het overzicht is met een plusteken aangegeven of de gemeente in het kwartaal onder de limiet is gebleven. Is de limiet in een kwartaal overschreden, dan is dit met een minteken aangegeven.
EMU-saldo
EU-lidstaten mogen een EMU-tekort behalen van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (bbp). In dit maximale tekort mogen, naast de rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel hebben. Voor de jaren 2019-2024 is afgesproken dat de gezamenlijke ruimte voor de decentrale overheden 0,4% van het bbp bedraagt. De gezamenlijke ruimte voor de gemeenten bedraagt 0,27% van het bbp. In de septembercirculaire van het gemeentefonds uit 2024 zijn de individuele referentiewaarden gepubliceerd die de afzonderlijke gemeenten als richtlijn kunnen hanteren. De referentiewaarde voor Breda bedraagt € -44,5 miljoen.